nieuws

Toezicht op bankiers: bankierseed versus civiel recht

Branche

Onlangs berichtten diverse media over een negatief advies d.d. 3 september 2014 van de Raad van State, bij een wetsvoorstel van Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. Het voorstel van de minister om het tuchtrecht (wettelijk) op te leggen aan de financiële sector is door de Raad van State afgeserveerd, omdat dit niet nodig zou zijn. Een publiek tuchtrecht is volgens de Raad van State voorbehouden aan gesloten beroepsgroepen als medici of advocaten en bovendien is de bankensector al bezig zelf tuchtrecht in te voeren.

Toezicht op bankiers: bankierseed versus civiel recht

Ook de wens van de minister om de bankierseed uit te breiden van een beperkte groep bankiers naar 90.000 medewerkers in de financiële sector vond geen genade in de ogen van de Raad van State, omdat de eedaflegging daarmee aan betekenis in zou boeten en tot een routineus opzegversje zou verworden. Niettemin handhaaft de minister zijn voorstellen op beide punten onverkort. Welke implicaties hebben deze plannen voor de sector?

Bankierseed

Het afleggen van de eed gebeurt – kort gezegd – door een beleidsbepaler in een hogere functie binnen een financiële onderneming, of door toezichthouders binnen zo’n onderneming. De eed bevat beloftes over (onder meer) het centraal stellen van de belangen van de klant, het gedrag conform de toepasselijke wetgeving, reglementen en gedragscodes, en over geheimhouding.

Een veelgehoorde reactie uit het bankwezen is dat de bankierseed niets toevoegt en het daarom zeer de vraag is of daarmee een betere financiële wereld wordt bewerkstelligd. Dat zou anders kunnen zijn, als ook op bankiers tuchtrecht van toepassing zou zijn, dat het handelen van bankiers in het algemeen en hun handelen op basis van de bankierseed in het bijzonder, kan sanctioneren.

Tuchtrecht versus civiel recht

Vanzelfsprekend zijn ook banken en bankiers onderworpen aan het civiele recht, ook voor wat betreft hun aansprakelijkheid. Diverse andere beroepen (zoals artsen, advocaten, makelaars en accountants) kennen daarnaast een eigen tuchtrecht. Wat is daarvan ook weer de (toegevoegde) waarde?

Als voordelen van een tuchtrechtelijke procedure boven een civiele, worden vaak genoemd de kosten, de snelheid en het feit dat een tuchtcollege veelal wordt bemand door vakgenoten die hun sporen hebben verdiend (vaak aangevuld met een rechter). Relevante vraag is wel wat een consument kan met een tuchtrechtelijke uitspraak, waarbij zijn klacht gegrond is verklaard. Staat daarmee bijvoorbeeld ook de aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar vast?

‘Praktijk leert dat een tuchtrechtelijk oordeel in meestal door de civiele rechter wordt gevolgd’

Enerzijds heeft daarbij te gelden dat in het tuchtrecht niet noodzakelijkerwijs aan dezelfde normen wordt getoetst als in het civiele recht. Met andere woorden: een ontkennend antwoord van de tuchtrechter op de vraag of overeenkomstig een voor het desbetreffende beroep geldende norm is gehandeld, dwingt de burgerlijke rechter niet tot het oordeel dat sprake is van wanprestatie of van een onrechtmatige daad (NJ 1997, 151). De kosten van een tuchtprocedure kunnen ook niet worden beschouwd als redelijke kosten ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid (ECLI:NL:HR:2003:AF0690) noch als redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade (ECL:NL:HR:2005:AT4097); dergelijke kosten komen in beginsel dan ook niet voor vergoeding ex art. 6:96 BW door de aansprakelijke partij in aanmerking.

Aan de andere kant dient de civiele rechter, indien hij bij de beoordeling van het handelen van een beroepsbeoefenaar komt tot een oordeel dat afwijkt van het oordeel dat de tuchtrechter heeft gegeven naar aanleiding van een klacht met betrekking tot datzelfde handelen, zijn oordeel zodanig te motiveren dat dit ook in het licht van de beoordeling door de tuchtrechter voldoende begrijpelijk is (ECLI:NL:HR:2002:AE1532).

Conclusie

Een bankierseed alleen lijkt een weinig krachtig instrument om nader toezicht op de financiële wereld te bewerkstelligen. De eed in combinatie met de mogelijkheid om gedrag in strijd met die eed of andere regelgeving te sanctioneren via tuchtrecht, zou wel een concrete bijdrage kunnen leveren aan een hogere mate van integriteit en zorgvuldigheid binnen de financiële sector.  De praktijk leert immers dat een tuchtrechtelijk oordeel in het overgrote deel van de gevallen door de civiele rechter wordt gevolgd en van de mogelijkheid om tuchtrechtelijke sancties op te leggen (bijvoorbeeld een berisping, schorsing of zelfs een beroepsverbod) zal ook een preventieve werking uitgaan.

Door: Aernout Baarsma

 

Reageer op dit artikel