nieuws

Supermarkt zonder verpakkingen, terwijl nieuwe etiketteringsvoorschriften op komst zijn?

Branche

Er is weer een winkel geopend waar alle voedingsmiddelen (en ook non-food artikelen) zonder verpakkingen worden verkocht. Ditmaal in Berlijn. Na de winkel ‘Unpackaged’ in Londen (inmiddels weer ter ziele) de buurtwinkel ‘in.gredients’ in Austin (VS), de kruidenierswinkel ‘Luzners’ in Wenen, en de winkel ‘Robuust: The Zero Waste Shop’ in Antwerpen, opende de Berlijnse supermarkt ‘Original Unverpackt’ (na een crowdfundingactie) onlangs haar deuren.

In de betreffende winkels worden groenten, fruit en diverse andere voedingsmiddelen (zoals koffie, thee, verse vruchtensappen, zuivelproducten, zoetigheden, noten, granen en kruiden) als onverpakte, losse goederen (in bulk) verkocht. Het verschil met bijvoorbeeld het ‘zelf snoep scheppen’ bij drogisterijen en snoepwinkels, is dat de consument zijn zelf meegebrachte (of in de betreffende winkel aangeschafte) bak, fles of ander (duurzaam) verpakkingsmateriaal vult met de voedingsmiddelen.

Geen verpakkingen, terwijl er nieuwe etiketteringsvoorschriften op komst zijn

De achterliggende gedachte achter het onverpakt aanbieden van diverse producten (zoals levensmiddelen), namelijk het terugdringen van verpakkingen en het zelf kunnen bepalen van de hoeveelheden, spreekt velen aan (hoewel er ook critici zijn die zich afvragen of e.e.a. werkelijk wel zo duurzaam is). Wellicht dat in Nederland in navolging van voornoemde buitenlandse winkels, binnenkort ook wel een ‘verpakkingsloze’ winkel wordt geopend. Anderzijds staan wij aan de vooravond van nieuwe etiketteringsvoorschriften voor voeding. Staan dergelijke voorschriften niet aan het onverpakt aanbieden van voeding in de weg?

De verordening 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (hierna: de Voedselinformatie-Verordening) treedt op 13 december 2014 in Nederland in werking. Met het oog op de Voedselinformatie-Verordening heeft de Nederlandse wetgever een nieuw Warenwetbesluit informatie levensmiddelen (hierna: het Warenwetbesluit) aangenomen. De meeste bepalingen van dit besluit treden eveneens in werking per 13 december 2014.

Op een ‘levensmiddelenbedrijf’, zoals de hiervoor genoemde winkels, is de Verordening van toepassing: de Voedselinformatie-Verordening is van toepassing op alle levensmiddelen die door een dergelijke winkel worden geleverd aan (c.q. bestemd zijn voor) de ‘eindverbruiker’ (de consument derhalve). Van belang is dat er voor niet voorverpakte levensmiddelen andere etiketteringsvoorschriften gelden dan voor voorverpakte levensmiddelen.

Etiketteringsvoorschriften niet voorverpakte levensmiddelen

De Voedselinformatie-Verordening maakt een belangrijk onderscheid tussen voorverpakte levensmiddelen en niet voorverpakte levensmiddelen. Uit artikel 2 lid 2 aanhef en onder e volgt dat een belangrijk verschil tussen ‘voorverpakt’ en ‘niet voorverpakt’ is gelegen in het kunnen veranderen van de inhoud zonder het verpakkingsmateriaal te openen of aan te tasten. In de ‘winkels zonder verpakkingen’ gaat het – het mag niet verbazen – om niet voorverpakte middelen.

Bij niet voorverpakte levensmiddelen behoeft slechts het volgende te worden vermeld:

1. stoffen en/of producten die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken.

Het gaat daarbij uitsluitend om in het product verwerkte allergenen. Deze moeten actief vermeld worden (het wachten op vragen van de consument daarover, is dus onvoldoende). Mogelijke kruisbesmettingen hoeven niet vermeld te worden (dat mag uiteraard wel, maar dat is dan op vrijwillige basis), vergelijk ook het artikel over de anafylactische shock van een KLM-passagier).

De Verordening noemt in bijlage 2 diverse stoffen en producten die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken.

Alle andere verplichtingen die de Verordening voorschrijft gelden dus niet voor onverpakte levensmiddelen. In maar liefst 15 bijlagen bij de Verordening zijn voorschriften opgenomen voor vermeldingen op het etiket van voorverpakte levensmiddelen.  Zo moet vermeld worden hoe het levensmiddel heet, wat de ingrediënten zijn (waarop weer uitzonderingen gelden: bepaalde ingrediënten hoeven niet vermeld te worden), of er technische hulpstoffen worden gebruikt die in bijlage 2 bij de verordening zijn genoemd en de hoeveelheid daarvan, wat de netto hoeveelheid van het levensmiddel is, de datum van minimale houdbaarheid c.q. de uiterste consumptiedatum, of er bijzondere bewaar en/of gebruiksvoorschriften gelden, de (handels)naam en het adres van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf, in bepaalde gevallen het land van oorsprong of de plaats van herkomst, een gebruiksaanwijzing indien dit nodig is, het alcoholpercentage en de voedingswaarde van het product.AL die regels gelden dus niet voor niet voorverpakte levensmiddelen.

2.  de productbenaming.

Dit is een aanvullende eis van de Nederlandse wetgever die in artikel 8 van het Warenwetbesluit wordt gesteld.

De Voedselinformatie-Verordening schrijft voor dat voedselinformatie niet misleidend mag zijn en nauwkeurig, duidelijk en voor de consument makkelijk te begrijpen moet zijn. In de Nederlandse regelgeving (artikel 3 Warenwetbesluit) is daaraan toegevoegd dat de informatie in Nederland in ieder geval in de Nederlandse taal beschikbaar moet zijn. Zie voor richtlijnen ook de handleiding die door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) in samenwerking met het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) en de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) zijn opgesteld.

De vraag is uiteraard hoe informatie op niet voorverpakte levensmiddelen vermeld moeten worden (zie voor voorverpakte middelen, het artikel ‘Presentatie voedselinformatie’). De informatie over allergenen en intoleranties moet op schriftelijke wijze worden verstrekt zolang de Lidstaten geen specifieke nationale maatregelen hebben genomen (zie het antwoord op vraag 2.5.2 van de door de Europese Commissie gepubliceerde Vragen en Antwoorden). Andere communicatiemiddelen die de Europese Commissie noemt voor de verstrekking van voedselinformatie, zoals ‘ander begeleidend materiaal of andere middelen, inclusief moderne technologische hulpmiddelen of verbale communicatie (d.w.z. verifieerbare mondelinge informatie)’, voldoen bij gebrek aan nationale regels op dit punt dus niet.

Bij winkels waar het hier om gaat, kan allergeneninformatie vermeld worden op het voorwerp waarin of waarop het levensmiddel zich bevindt of op een boven dat voorwerp geplaatst(e) bord of kaart. Op de door ‘Robuust: The Zero Waste Shop’ gebruikte silo’s en schepbakken en de door Original Unverpackt’ gebruikte ‘Bulk Bins (Spendersystemen)’ zal dat dus schriftelijk moeten zijn aangegeven. Voor (andere) ambachtelijke bedrijven (denk aan de gebakjes in de vitrine bij de banketbakker) geldt dat op vergelijkbare wijze. Ook kan gedacht worden aan een informatieklapper op de vitrine of toonbank.

De aanvullende Nederlandse eis wat betreft de productbenaming is minder strikt. Daarbij is niet vereist dat dit schriftelijk wordt vermeld: ook is toegestaan om in de onmiddellijke omgeving van het levensmiddel op een andere duidelijke wijze kenbaar te maken om welk levensmiddel het gaat. Bij dit laatste kan, volgens de Nota van Toelichting bij het Warenwetbesluit, bijvoorbeeld gedacht worden aan een productenboek, folders of zelfs een ‘sprekende informatiezuil’.

Conclusie

De Voedselinformatie-Verordening en in Nederland ook het Warenwetbesluit, staan niet in de weg aan winkels waar levensmiddelen onverpakt worden aangeboden. Voor het vermelden van productnamen en allergeneninformatie vallen bij dergelijke winkels (en andere ambachtelijke bedrijven waar onverpakte levensmiddelen worden aangeboden) praktische oplossingen te bedenken. Doorgaans worden die oplossingen al toegepast.

Terzake van onverpakte levensmiddelen gelden minder strenge etiketteringsvoorschriften dan terzake van (voor)verpakte levensmiddelen. Wanneer dergelijke winkels niet op vrijwillig basis aan de etiketteringsvoorschriften voldoen die wel gelden voor (voor)verpakte levensmiddelen, zullen de klanten van die winkels minder worden geïnformeerd over de eigenschappen van de aan te kopen levensmiddelen dan in een winkel waar wel verpakte levensmiddelen worden verkocht. Dat kan niet alleen op gespannen voet staan met het soort consument (de bezoeker van een ‘onverpakte supermarkt’ zal dat welbewust en weloverwogen doen, terwijl hij anderzijds minder in staat wordt gesteld om een geïnformeerde beslissing te nemen over levensmiddelen die hij zou willen nuttigen), maar ook met de ratio van de Voedselinformatie-Verordening (een hoog niveau van consumentenbescherming).

Tot slot kunnen bij ‘onverpakte supermarkten’ ook andere (verhoogde) risico’s spelen. Het is niet voor niets dat de website van de Antwerpse winkel ‘Robuust: The Zero Waste Shop’ vermeldt: ‘We vragen de klant om de eigen containers hygiënisch te reinigen voor het hervullen. We hopen op uw begrip als we zeggen dat we niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor enige vorm van contaminatie eens de klant de voedingswaren in zijn eigen containers heeft overgebracht’.

Door: Mascha Timpert-De Vries

 

Reageer op dit artikel