nieuws

Onrechtmatige daad vs. schadevergoedingsvordering ex artikel 51f Wetboek van Strafvordering

Branche

Dat een strafrechtelijke veroordeling voor een bepaald, schadeveroorzakend feit – behoudens tegenbewijs – ex artikel 161 Rv. dwingend bewijs oplevert van dat feit in de civiele procedure, brengt niet met zich mee dat er aan deze feiten in de civiele procedure automatisch rechtsgevolgen worden verbonden. Hier is al eerder op deze kennispagina een artikel over geschreven. Zo dient in de civiele procedure afzonderlijk, aan de hand van de daarvoor geldende criteria, te worden bezien of de veroordeelde onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW.

Onrechtmatige daad vs. schadevergoedingsvordering ex artikel 51f Wetboek van Strafvordering

Een in de strafrechtelijke procedure door de benadeelde ingediende en door de strafrechter toegewezen schadevergoedingsvordering ex artikel 51f Wetboek van Strafvordering maakt dit niet anders. Dit terwijl er, om te kunnen worden ontvangen in een schadevergoedingsvordering op grond van artikel 51f Wetboek van Strafvordering, moet zijn voldaan aan de civielrechtelijke criteria voor de onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW.

Het voegingsformulier waarmee een schadevergoedingsvordering in de strafrechtelijke procedure door de benadeelde wordt ingediend en waarmee de benadeelde zich aldus voegt in het strafproces, stelt echter minder eisen aan de onderbouwing van de voor de onrechtmatige daad geldende criteria dan hetgeen is vereist ten aanzien van de onrechtmatige daad in de civiele procedure. Het strafrechtelijk voegingsformulier vraagt slechts naar de geleden schade, terwijl de overige elementen van de onrechtmatige daad, in het bijzonder de onrechtmatigheid en de toerekenbaarheid, worden verondersteld te zijn gegeven met de tenlastelegging. Bewijs hiervan behoeft dus niet door de benadeelde te worden geleverd.

De uitleg van de civielrechtelijke criteria voor de onrechtmatige daad bij de schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij ex artikel 51f Wetboek van Strafvordering wordt beïnvloed door het gegeven dat dit plaatsvindt binnen de context van het strafproces. Daarbinnen is met name de taakopvatting van de strafrechter, en in wisselwerking hiermee diens mate van civielrechtelijke expertise, van betekenis voor het oordeel over de schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij (vgl. Melai/Groenhuizen e.a., Wetboek van Strafvordering, Artikel 51 f, aantekening 6.1). De strafrechter beoordeelt de schadevergoedingsvordering ex artikel 51 f Wetboek van Strafvordering, waarvoor zoals gezegd dezelfde vereisten gelden als voor de civiele onrechtmatige daad, dus op een geheel andere wijze.

Een en ander maakt dat een strafrechtelijke veroordeling voor een bepaald, schadeveroorzakend feit, noch een toewijzing van een schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij in de strafrechtelijke procedure, inhoudt dat er zonder meer sprake is van een onrechtmatig daad ex artikel 6:162 BW in de civiele procedure.

Door: Lindy Westrik

Reageer op dit artikel