nieuws

De getuigentaxe: hoe zat het ook alweer?

Branche

Op welke vergoeding heeft een getuige in een procedure recht? In een vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 18 juli 2014 (ECLI:NL:RBROT:2014:6018) wordt een mooi overzicht gegeven van de wijze van begroten van de zogenaamde getuigentaxe. Dit gebeurde naar aanleiding van een debat tussen partijen over de vergoeding aan getuigen die uit het buitenland waren overgekomen om in een Nederlandse procedure een getuigenverklaring af te leggen.

De getuigentaxe: hoe zat het ook alweer?

Wanneer een partij ter voldoening aan een bewijsopdracht besluit getuigen te laten horen, zal hij die getuigen oproepen. Ingevolge art. 170 Rv dient dat bij aangetekende brief of deurwaardersexploit te gebeuren. In de praktijk worden de getuigen overigens vaak per gewone brief benaderd met het verzoek hun komst te bevestigen.

De getuige die op wettige wijze is opgeroepen, is verplicht te verschijnen (art. 165 lid 1 Rv) en kan, indien nodig, zelfs gedwongen worden te verschijnen door middel van ‘de sterke arm’ (art. 172 Rv).

Schadeloosstelling

Ingevolge art. 182 Rv heeft de getuige aanspraak op een schadeloosstelling. Het gaat daarbij om de persoonlijke schade van de getuige die hij lijdt doordat hij naar het gerecht is gekomen om een verklaring af te leggen.

Omdat een getuige naar Nederlands recht verplicht is als getuige te verschijnen, kan de werkgever zijn werknemer-getuige niet verbieden aan die verplichting te voldoen. In de praktijk wordt vaak de vraag gesteld of de getuige daarvoor een vrije dag dient op te nemen dan wel of hij ‘in de baas zijn tijd’ mag verschijnen.

De Rechtbank overweegt dat ingevolge art. 4:1 lid 1 aanhef en onder b van de Wet Arbeid en Zorg de werknemer recht heeft op verlof met doorbetaling van loon voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer hij zijn arbeid niet kan verrichten wegens een door wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde verplichting, waarvan de vervulling niet in zijn vrije tijd kon plaatsvinden.

Omdat art. 182 Rv de getuige recht geeft op een schadeloosstelling die aldus een geldelijke vergoeding behelst als bedoeld in art. 4:1 aanhef en onder b van voornoemde wet, is de werkgever formeel geen loon aan de werknemer verschuldigd. In de praktijk wordt hier door de werkgever meestal geen beroep op gedaan. Wel zie je vaak dat een werknemer een vrije dag opneemt en dan zou hij wel recht hebben op een geldelijke vergoeding voor de uren die hij aan het getuigenverhoor heeft besteed.

Vaststellen vergoeding

Uitgangspunt is dat de schadeloosstelling van de getuige op netto basis in overleg tussen partijen wordt begroot. Wanneer partijen er onderling niet uitkomen, wordt de schadeloosstelling door de rechter begroot (en dan is formeel pas sprake van een getuigentaxe; in het voorgaande heb ik de getuigentaxe als overkoepelend begrip gehanteerd).

Ingevolge art. 26 Wet Griffierechten in Burgerlijke Zaken en het daarop gebaseerde art. 2 Besluit Griffierechten Burgerlijke Zaken wordt de getuigentaxe berekend op de voet van de artt. 2 t/m 9, 11 en 15 van het Besluit tarieven in strafzaken. In art. 8 lid 1 aanhef en onder e van dat Besluit is de vergoeding voor een getuige op EUR 6,81 per uur bepaald en in art. 11 lid 1 onder d van dat Besluit bedragen de kosten voor vervoer van een getuige met eigen auto hooguit EUR 0,28 per km.

Overigens heeft de Rechtbank Gelderland in een vonnis van 23 april 2013 (ECLI:NL:RBGEL:2013:2535) overwogen dat die tarieven in de praktijk zelden worden gevolgd en dat de rechter die vergoeding zelf begroot in overleg met partijen. Een mix tussen stap 1 en 2 derhalve.

Betaling taxe

De eenmaal vastgestelde getuigentaxe bindt zowel de procespartijen als de getuige die daarmee dus genoegen dient te nemen ook al gaat de uiteindelijke begroting buiten hem om.

De getuigentaxe wordt in het proces-verbaal van het getuigenverhoor opgenomen. De partij die de getuige heeft opgeroepen, betaalt de getuigentaxe aan de getuige.

Aangezien de getuigentaxe onderdeel uitmaakt van de zogenaamde verschotten, wordt daarmee rekening gehouden bij een proceskostenveroordeling. De in het ongelijk gestelde partij betaalt dus uiteindelijk ook de kosten van de getuigen van de andere partij.

Buitenlandse getuigen

Na deze inleiding op de begroting van de getuigentaxe naar Nederlands recht merkt de Rechtbank op dat de in die zaak verschenen getuigen geen Nederlanders zijn en wonen en verblijven in het buitenland. Derhalve geldt ten aanzien van hen niet de verschijningsplicht van art. 165 lid 1 Rv en een bevel tot medebrenging door de sterke arm zou ook niet vatbaar zijn voor tenuitvoerlegging.

Feit is dat de getuigen zijn verschenen en de vraag is of zij recht hebben op een getuigentaxe en zo ja, tot welk bedrag. De Rechtbank overweegt dat de strekking van de schadeloosstelling voor de getuige als bepaald in art. 182 Rv ook voor buitenlandse getuigen geldt. Echter, daar Nederlands recht hier niet van toepassing is, sluit de Rechtbank niet aan bij de beperkte vergoeding die uit voornoemd Besluit tarieven in strafzaken zou voortvloeien.

Concrete invulling

De Rechtbank loopt de opgevoerde kosten na en komt tot het oordeel dat één hotelovernachting voldoende was om het getuigenverhoor (dat in de middag plaatsvond) te kunnen bijwonen.

Omdat ten aanzien van een van de twee getuigen niet gebleken was in hoeverre hij als werknemer daadwerkelijk inkomsten had gederfd, wordt dat deel afgewezen. De andere getuige werkte als zelfstandige en heeft volgens de Rechtbank aanspraak op een vergoeding gelijkt aan acht uur maal zijn gebruikelijke uurtarief.

Afronding

Hoe zat het ook alweer met de verschijningsplicht van de getuige, wat is de rol van de werkgever als zijn werknemer als getuige wordt opgeroepen, dient hij al dan niet loon door te betalen en waarop heeft de getuige nu eigenlijk recht? Vragen die ongetwijfeld bij uw bedrijf of dat van uw verzekerde wel eens leven. De Rechtbank Rotterdam heeft dat overzichtelijk op een rijtje gezet.

Reageer op dit artikel