nieuws

Anafylactische shock KLM-passagier: oordeel over aansprakelijkheid anders na 13 december 2014 onder nieuwe Voedselinformatie-Verordening?

Branche

Op een KLM-vlucht van Amsterdam naar Accra (Ghana) raakte een Noorse passagier die ‘dodelijk allergisch’ was voor ‘noten en schaaldieren’ in een anafylactische shock na het eten van een couscousgerecht. KLM was niet aansprakelijk, omdat de ingrediëntenlijst van het couscousgerecht geen noten en/of schaaldieren vermeldde. Zou de rechtbank Amsterdam indien dit volgens de Voedselinformatie-Verordening beoordeeld had moeten worden, tot een soortgelijk oordeel kunnen komen?

Anafylactische shock KLM-passagier: oordeel over aansprakelijkheid anders na 13 december 2014 onder nieuwe Voedselinformatie-Verordening?

De Noorse passagier was vanuit de Verenigde Staten (waar hij woonachtig was) naar Amsterdam gevlogen. Daar was hij overgestapt op een vlucht naar Accra (Ghana). Tijdens die laatste KLM-vlucht is de passagier als gevolg van een allergische reactie in een anafylactische shock geraakt. Vast staat dat de passagier, behalve een couscousgerecht, geen ander door KLM aan boord geserveerd voedsel heeft gegeten.

– Product toegediend waarvoor passagier had aangegeven allergisch te zijn?

De passagier stelt dat hij de stewardess en andere leden van de cabinebemanning heeft gezegd: ‘I am deadly allergic to nuts and shellfish’. Vervolgens zou de stewardess met hem de verschillende hoofdgerechten op de menukaart hebben doorgenomen en hebben aangewezen welke daarvan hij mocht hebben en van welke daarvan zij dat niet wist. Er was maar één voorgerecht. Dat was een couscousgerecht, waarvan de stewardess niet heeft gezegd dat de passagier het niet mocht hebben. Kort na het eten van het voorgerecht en vóór het hoofdgerecht is de allergische reactie opgetreden. De passagier spreekt KLM aan (voor een groot bedrag), stellende dat KLM hem een maaltijd heeft toegediend die producten bevatte waarvoor hij had aangegeven allergisch te zijn.

– Ongeval in de zin van de verdragen van Warschau en/of Montreal?

KLM betwist de door de passagier gegeven lezing van de gang van zaken aan boord. De rechtbank laat echter in het midden hoe de feiten precies liggen. Hetzelfde geldt voor de vraag of het Verdrag van Warschau van toepassing is (zoals de passagier stelt), of het Verdrag van Montreal (zoals KLM stelt), omdat in beide verdragen (zie ook een eerder artikel op deze kennispagina) is bepaald dat de luchtvervoerder aansprakelijk is voor schade ontstaan in geval van lichamelijk letsel van een passagier wanneer het ongeval dat het letsel heeft veroorzaakt, heeft plaats gehad aan boord van het vliegtuig. Bovendien wordt het begrip ‘ongeval’ bij beide verdragen op dezelfde wijze uitgelegd, namelijk als een ‘unexpected and unusual event or happening that is external to the passenger’.

Louter interne reactie

De rechtbank stelt bij de vraag of er sprake is van een ‘ongeval’ voorop dat de allergie van de passagier voor noten en schaaldieren die tot de anafylactische shock heeft geleid, in beginsel een interne reactie is die dus niet ‘external to the passenger’ is. Volgens de rechtbank was het, indien ervan uit wordt gegaan dat de passagier inderdaad gewezen heeft op zijn allergie, aan KLM om de passagier ‘geen voedsel te serveren waarvan duidelijk was dat dit noten en/of schaaldieren bevatte.’ En dat laatste was waar het in deze kwestie aan schortte. De rechtbank overwoog (in ro. 4.7):

KLM heeft de ingrediëntenlijst van het couscousgerecht overgelegd en hierop staan geen noten en/of schaaldieren vermeld. Dat het gerecht desondanks dergelijke producten bevatte, is gesteld noch gebleken en kan daarom niet worden aangenomen.’

De rechtbank passeerde de suggestie van de passagier dat er wellicht een nootje in het gerecht terecht is gekomen, als te vaag. Ook de mogelijkheid dat de passagier tevens allergisch is voor overgebrachte sporen van noten en/of schaaldieren en voor producten die afgeleiden daarvan bevatten, kan naar het oordeel van de rechtbank niet tot aansprakelijkheid van KLM leiden. Niet gebleken is dat de passagier de stewardess heeft verteld dat zijn allergie zo ernstig was. De zorgplicht van een stewardess (waarvan geen vergaande medische kennis mag worden verwacht) gaat volgens de rechtbank niet zo ver dat zij doorvraagt naar de ernst van de allergie: de passagier had daarop zelf dienen te wijzen.

Daarmee oordeelde de rechtbank dat de allergische reactie niet een gebeurtenis is die buiten de persoon van de passagier ligt, maar dat deze moet worden beschouwd als een louter interne reactie, zodat geen sprake is van een ‘ongeval’ in de zin van de Verdragen van Warschau en Montreal.

Voedselinformatie-Verordening

Per 13 december 2014 treedt Verordening 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (de Voedselinformatie-Verordening) in werking. Centraal staat daarin de bescherming van (de gezondheid van) consumenten (‘eindverbruikers’). De Verordening geeft daarom (in aanvulling op Verordening 178/2002, die in feite de ‘basisregeling’ voor levensmiddelenwetgeving vormt) specifieke voorschriften voor de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten. De vraag is of indien de allergische reactie aan boord van het KLM- vliegtuig na 13 december 2014 had plaatsgevonden, op basis van de Voedselinformatie-Verordening tot een andere uitkomst zou zijn gekomen.

Voorvragen

Allereerst kunnen diverse voorvragen worden gesteld, zoals de vraag of de Voedselinformatie-Verordening wel van toepassing zou zijn. De passagier kan als eindverbruiker (degene die het levensmiddel nuttigt) worden aangemerkt. Aannemelijk is dat KLM in deze als levensmiddelenbedrijf (een onderneming die al dan niet met winstoogmerk actief is in enig stadium van de productie, verwerking en distributie van levensmiddelen) of ‘grote cateraar’ onder de Verordening valt (al dan niet tezamen met het bedrijf waaraan de maaltijdbereidingen door KLM wellicht zijn geoutsourcet). Wanneer cateringdiensten worden geleverd door transportbedrijven (bijvoorbeeld rederijen, vliegtuigmaatschappijen etc.), is de Verordening van toepassing wanneer het vertrek plaatsvindt op het grondgebied van één van de EU-lidstaten. Dat was in deze het geval: de passagier was aan boord van KLM vlucht KL589 vertrokken vanuit Amsterdam.

Verplichte en vrijwillige informatie

Wat van dergelijke (formele) voorvragen ook zij, interessanter is de vraag of de verplichting bestaat om in gevallen als deze te melden dat het product sporen val allergenen kan bevatten.

Een levensmiddelenbedrijf in de zin van de Verordening dient in te staan voor de aanwezigheid en de nauwkeurigheid van de voedselinformatie, welke informatie bovendien in overeenstemming moet zijn met de Europese én nationale regelgeving.

De Voedselinformatie-Verordening maakt een onderscheid tussen voorverpakte levensmiddelen (kort gezegd als het verpakkingsmateriaal ‘het levensmiddel geheel of ten dele kan bedekken, maar zodanig dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat het verpakkingsmateriaal wordt geopend of aangetast’, zie artikel 2 lid 2 aanhef en onder e) en niet voorverpakte levensmiddelen. Voor deze zaak is dat onderscheid niet van belang (anders dan in het geval van de ‘onverpakte supermarkt’), aangezien de aanwezigheid van stoffen of producten die allergieën of intoleranties kunnen opwekken, te allen tijde vermeld dient te worden, zowel op voorverpakte als bij niet voorverpakte levensmiddelen. De Verordening noemt in bijlage 2 de stoffen of producten die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken. Schaaldieren en producten op basis van schaaldieren vallen daaronder, evenals een groot aantal notensoorten.

In de door de Europese Commissie gepubliceerde Vragen en Antwoorden over de toepassing van de Voedselinformatie-Verordening, wordt (zie vraag 2.5.2) opgemerkt dat de informatie over allergenen en intoleranties op schriftelijke wijze moet worden verstrekt zolang de lidstaten geen specifieke nationale maatregelen hebben genomen. Informatie over stoffen die allergieën en/of intoleranties kunnen veroorzaken, moet worden benadrukt door middel van een typografie die ervoor zorgt dat deze naam duidelijk te onderscheiden is van de rest van de lijst met ingrediënten, bijvoorbeeld door middel van het lettertype, de stijl of de achtergrondkleur (hoofdstuk 4 van de Verordening). De vermelding van producten die allergieën of intoleranties kunnen opwekken is alleen dan niet verplicht wanneer de benaming van het product duidelijk verwijst naar de desbetreffende stof of het desbetreffende product (bijvoorbeeld: ‘walnotencake’ of ‘sesambrood’).

In dit geval bleek uit de ingrediëntenlijst van het couscousgerecht niet dat noten en/of schaaldieren ingrediënten van dat gerecht waren. Dat kan betekenen dat de ingrediëntenlijst onjuist was (maar dat was niet gesteld of gebleken), of dat, zoals in het vonnis door de rechtbank Amsterdam ook wordt overwogen, sprake is van in het gerecht overgebrachte sporen van noten en/of schaaldieren en/of daarvan afgeleide producten (kruiscontaminatie). En juist die informatie valt niet onder de verplichte voedselinformatie die volgens de Voedselinformatie-Verordening aan de eindverbruiker dient te worden verstrekt.

Informatie over de mogelijke kruiscontaminatie valt namelijk onder de ‘vrijwillige voedselinformatie’. Dergelijke informatie mag dus vermeld worden, maar dat is niet verplicht (en wanneer dat wel vermeld wordt, moet die informatie uiteraard juist, niet misleidend of verwarrend e.d. zijn).

Conclusie

Aannemelijk is dat de rechtbank in deze zaak, wanneer deze zou hebben gespeeld na de inwerkingtreding van de Voedselinformatie-Verordening niet tot een ander oordeel zou zijn gekomen, omdat mogelijke kruisbesmettingen met allergenen niet verplicht aan de eindgebruiker gemeld hoeven te worden. De regels als neergelegd in de Verordening vormen dan ook geen aanleiding (anders dan de door de rechtbank gewogen normen) om te veronderstellen dat de (leverancier van) KLM onzorgvuldig jegens de betreffende passagier heeft gehandeld.

Veel fabrikanten vermelden overigens wel dat hun product ‘mogelijk sporen van’ bepaalde producten kan bevatten (may contain-etikettering) of dat hun product is bereid of verpakt in een omgeving waar ook allergenen worden verwerkt. Zo vermelden diverse verpakkingen van couscous dat dit product mogelijk sporen van pinda en noten kan bevatten. Dit betreft dus vrijwillige voedselinformatie in de zin van de Voedselinformatie-Verordening.

Wellicht dergelijke informatie in de toekomst wel onder de verplicht te verstrekken informatie zal vallen, omdat (het opstellen van regels over) etikettering van mogelijke kruisbesmetting met allergenen nog wel op de agenda staat. Gezien de ratio van de Voedselinformatie-Verordening (bescherming van – de gezondheid van – de consument) ligt het wel voor de hand dat dergelijke regelgeving er nog wel komt. Juist voor mensen met (bijvoorbeeld) een notenallergie kan immers een minieme hoeveelheid van een bepaalde notensoort al verstrekkende gevolgen hebben, zodat voor hen van belang is te weten of er een risico bestaat dat voedselallergenen per ongeluk tijdens de fabricage of de verpakking in het door hen te nuttigen voedsel terecht kan zijn gekomen.

Door: Mascha Timpert-De Vries

Reageer op dit artikel