nieuws

Werkgever niet aansprakelijk voor struikelen docent over scheerlijn van een tent tijdens introductiekamp

Branche

Het vallen over de scheerlijn door een docente tijdens een introductiekamp dat is georganiseerd door haar werkgever (het ROC) komt niet door een schending van de zorgplicht van de werkgever, zo oordeelt het hof ’s-Hertogenbosch in haar uitspraak van 22 juli 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:2208) Het hof bevestigt hiermee de uitspraak van de rechtbank Breda van 4 april 2012 (ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4044) in deze zaak.

Werkgever niet aansprakelijk voor struikelen docent over scheerlijn van een tent tijdens introductiekamp

Feiten en omstandigheden
Tijdens een introductiekamp dat door het ROC wordt georganiseerd voor eerstejaarsstudenten, struikelt een lerares die als begeleidster aanwezig is, ’s nachts over een scheerlijn van een tent, waarbij zij ongelukkig ten val komt. De werkneemster vordert een verklaring voor recht dat haar werkgever aansprakelijk is voor alle geleden en nog te lijden schade ingevolge art. 7:658 Burgerlijk Wetboek (BW).

Juridisch kader: werkgeversaansprakelijkheid (artikel 7:658 BW)
Artikel 7:658 BW schept een zorgplicht voor de werkgever om te voorkomen dat een werknemer schade lijdt tijdens de uitoefening van de werkzaamheden. Om aansprakelijkheid van de werkgever te beoordelen dienen de volgende vragen te worden beantwoord:

1) is de schade opgelopen tijdens het werk?

2) zo ja; heeft de werkgever haar zorgplicht geschonden?

3) zo ja; had nakoming van de zorgplicht door de werkgever het ongeval kunnen voorkomen?

Wordt één van de drie vragen negatief beantwoord, dan is de werkgever in beginsel niet aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW.

Uitspraak hof Den Bosch 22 juli 2014
Bij het hof speelt de eerste vraag geen rol (meer) maar gaat het enkel nog om beantwoording van de tweede en derde vraag (zorgplichtschending). In dit kader overweegt het hof dat het struikelen over de scheerlijn geen aan de werkzaamheden inherent veiligheidsrisico was en dat de docente op de hoogte was van de situatie ter plaatse. Ook had het ROC voldoende zaklampen ter beschikking gesteld en had de docente aan de andere docenten die in de tent op het terrein sliepen om een zaklamp kunnen vragen.

Ook is volgens het hof van belang dat de docente is gevallen toen zij van de tent wegliep (in plaats van er naartoe) en dat de tent was geplaatst op een grondzeil waar de haringen in geslagen waren en waarvan de scheerlijnen van fluorescerend materiaal waren. Onder deze omstandigheden kon van het ROC in redelijkheid niet worden verwacht dat zij er toezicht op hield dat de docente alert(er) zou zijn op de aanwezigheid van de scheerlijnen of dat zij gebruik zou maken van een zaklamp.

Het hof oordeelt vervolgens dat van het ROC in redelijkheid geen verdergaande maatregelen konden worden gevergd. De verhouding docenten/leerlingen was voldoende, van onderbezetting was geen sprake. Van de overige door de docente geopperde aanvullende maatregelen staat niet vast dat deze het ongeval zouden hebben voorkomen.

De conclusie luidt dan ook dat het ROC heeft aangetoond dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. De vorderingen van de docente worden afgewezen.

Conclusie
Of de werkgever aansprakelijk is voor schade van de werknemer hangt in grote mate af van de omstandigheden van het geval. Tegenwoordig vinden werkzaamheden steeds vaker op andere locaties plaats dan de traditionele fabriekshal of (in dit geval) een schoolgebouw, zodat de beantwoording van de eerste vraag soms al niet eenvoudig is. Bij het beoordelen van de zorgplicht moeten de omstandigheden van het geval worden beoordeeld in het licht van de toepasselijke regelgeving en rechtspraak. Met deze uitspraak is aan dit laatste toetsingskader weer een bijdrage geleverd.

Reageer op dit artikel