nieuws

Verbond terughoudend over ruimere schorsingsbevoegdheden DNB

Branche

In een reactie op het Wijzigingsbesluit Financiële Markten 2016 heeft het Verbond van Verzekeraars terughoudend gereageerd op het mogelijk verruimen van de schorsingsbevoegdheden van de De Nederlansche Bank (DNB). Het Verbond pleit voor meer voorzichtigheid.

Verbond terughoudend over ruimere schorsingsbevoegdheden DNB

De brancheorganisatie spitst zich in zijn reactie toe op het verzoek van DNB die minister Dijsselbloem vroeg om ruimere mogelijkheden om beleidsbepalers te schorsen. De minister stond open voor deze suggesties, maar het Verbond waakt ervoor om een bestuurder al te snel in het beklaagdenbankje te zetten.

Onschuldpresumptie
De wens van DNB leidt tot de verwachting dat ondernemingen betrokken personen zullen gaan schorsen voor er een definitief oordeel is geveld over hun geschiktheid. Volgens het Verbond komt deze regeling in feite er op neer ‘dat de persoon in kwestie al schuldig wordt bevonden voordat dit in rechte vaststaat’. Een gevolg dat volgens het Verbond conflicteert met de onschuldpresumptie uit artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: “Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.”

Daarnaast stelt het Verbond onder meer dat de voorgestelde regeling niet in een afdoende rechtsbescherming voorziet en dat verzekeraars met een tweekoppig bestuur als gevolg van de regeling gedwongen worden in strijd te handelen met de doorlopende vergunningsvereisten van een geschikte tweehoofdige leiding.

Advies
De brancheorganisatie komt daarom met de volgende adviezen ten aanzien van het verruimen van de schorsingsbevoegdheid:

  • Verduidelijken dat de toezichthouder deze verstrekkende maatregelen pas mag nemen indien er een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is dat de persoon in kwestie ongeschikt/onbetrouwbaar zal worden bevonden;
  • Bepalen dat het instellen van bezwaar- en beroep tegen het schorsingsaanwijzingsbesluit de schorsing opschort totdat de toezichthouder het besluit omtrent (on)geschiktheid/betrouwbaarheid aan betrokkene kenbaar heeft gemaakt of totdat de voorlopige voorzieningenrechter heeft beslist;
  • Bepalen dat de toezichthouder niet bevoegd is de vergunning in te trekken indien als gevolg van de schorsingsaanwijzingsbevoegdheid niet voldaan kan worden aan het vereiste van een geschikte/betrouwbare tweehoofdige leiding;
  • Toelichten in hoeverre een financiële onderneming op grond van het arbeidsrecht en/of vennootschapsrecht daadwerkelijk gevolg kan geven aan de schorsingsaanwijzing.
Reageer op dit artikel