nieuws

Minister verdedigt uitbreiding eed

Branche

“Ook medewerkers op werkvloerniveau moeten zich ten volle bewust zijn van de gedragsregels die hen persoonlijk aangaan.” Minister Dijsselbloem legt in een nota nog eens uit waarom straks ook klantmedewerkers de eed of belofte moeten afleggen. Hij vindt de uitbreiding niet onevenredig belastend voor kleinere organisaties.

Minister verdedigt uitbreiding eed

Hij schrijft dat in antwoord op vragen van de vaste Kamercommissie voor Financiën over de Wijzigingswet Financiële Markten 2015.

Uitbreiding
Nu nog hoeven alleen beleidsbepalers en interne toezichthouders de eed of belofte af te leggen. Die groep wordt uitgebreid naar onder meer klantmedewerkers. Volgens de minister moet dan in ieder geval worden gedacht aan degenen die een klant adviseren over een financieel product. “Maar ook aan medewerkers die een klant, al dan niet op diens verzoek, informeren over bijvoorbeeld de samenstelling of de werking van een financieel product, zonder dat de klant daarbij wordt geadviseerd, zoals degenen die in het kader van een execution-only relatie de klant bedienen.”

Werkvloerniveau
Dijsselbloem legt uit: “Ook medewerkers (op werkvloerniveau) moeten zich immers ten volle bewust zijn van de gedragsregels die hen persoonlijk aangaan en ervan doordrongen zijn dat werken in de financiële sector maatschappelijke verantwoordelijkheid met zich brengt; een zodanige maatschappelijke verantwoordelijkheid dat daarvoor een eed of belofte moet worden afgelegd.”

Symbool
Volgens de minister is de eed veel meer dan symboolwetgeving. Hij wil in een ministeriële regeling opnemen dat het niet alleen mag gaan om het ondertekenen van het formulier, maar ook om het uitspreken van de eed of belofte. “Dit versterkt de bewustwording bij de persoon die de eed of belofte aflegt. Mede om deze redenen is de eed of belofte geen symboolwetgeving, maar juist een nuttig instrument dat ertoe strekt een bijdrage te leveren aan het herstel van vertrouwen.”

Kleine organisaties
De minister vindt niet dat de uitbreiding voor kleine(re) organisaties onevenredig belastend is. “De uitbreiding zal voor (hele) kleine ondernemingen doorgaans weinig gevolgen hebben. Bij (hele) kleine ondernemingen zijn de betreffende personen uit de ‘nieuwe doelgroep’ vaak ook beleidsbepaler en in die laatste hoedanigheid moeten ze nu al aan de eisen voldoen.”

Personificatie
Hij reageert ook op kritiek van onder meer VNO-NCW. Zij vinden dat voor vele ‘kleine’ financiële ondernemingen geldt dat de beleidsbepaler (zoals de directeur) zichtbaar voor de werkvloer opereert en dus de ethische personificatie van de onderneming vormt. Voor die kleinere ondernemingen is de uitbreiding dan ook overbodig omdat de beleidsbepaler immers direct zichtbaar is op de werkvloer en ook direct aanstuurt, zo is de redenatie.
Dijsselbloem ziet dat anders. “Het is de medewerker op de werkvloer (en niet alleen de beleidsbepaler) die klantcontact uitoefent. Het is dan ook deze medewerker op de werkvloer die in de ogen van de klant de ethische personificatie van de onderneming vormt en het is dan ook deze medewerker op de werkvloer die zich ten volle bewust moet zijn van de gedragsregels die hen persoonlijk aangaan.”

Reageer op dit artikel