nieuws

Letsel op een luchtkussen: organisatie aansprakelijk?

Branche

Aansprakelijkheid kennen we ook in de sport. Naast dat sporters jegens elkaar aansprakelijk kunnen zijn als zij elkaar letsel toebrengen (zie hiervoor de bijdrage van mijn kantoorgenoot mr. Schrijver: ‘De beet van Suarez’), kan ook de organisatie van een sportevenement jegens de sporter aansprakelijk zijn als zich een ongeval voordoet.

Sportevenementen brengen vaak situaties met zich mee waarin in meer (bijvoorbeeld bij een motorcross) of mindere (bijvoorbeeld bij een schaaktoernooi) mate sprake is van een verhoogd risico op ongelukken. Op de organisatie van (sport)evenementen rust een zorgplicht ten opzichte van deelnemers en toeschouwers. De organisatie moet dus de nodige veiligheidsmaatregelen treffen. Welke maatregelen dat zijn, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Wordt tijdens de Nijmeegse Vierdaagse zeer warm weer verwacht, dan dient de organisatie te zorgen voor voldoende waterpunten. Wordt er een schaatstocht georganiseerd, dan mogen de deelnemers erop rekenen dat het ijs op het gehele parcours (dat duidelijk is uitgezet) dik genoeg is. Wordt er gebruik gemaakt van materialen van de organisatie, bijvoorbeeld kartwagens, zwemvesten of klimmateriaal, dan moet dan in orde zijn. Daar waar gevaar niet kan worden voorkomen, moet bovendien voldoende worden gewaarschuwd en / of toezicht worden gehouden.

Inspanningsverplichting
De zorgplicht van de organisatie is een inspanningsverplichting. Dit houdt in dat de organisatie zich moet inspannen om de risico’s voor de deelnemers zoveel mogelijk te voorkomen en beperken. Indien zich een ongeval voordoet, maar de organisatie heeft alles gedaan wat van haar gevergd kon worden, dan is zij niet aansprakelijk.

Voorbeeld uit de praktijk
Een voorbeeld van een sportevenement waarbij de organisatie het goed had gedaan, is de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 juni 2014. Voor een sportevenement was een stormbaan opgezet, bestaande uit een groot luchtkussen en met lucht gevulde ballen. Een van de deelnemers, een 11-jarig jongetje, komt op het luchtkussen ten val en loopt letsel op. De ouders van het jongetje stellen de organisatie daarvoor aansprakelijk.

De rechtbank toetst of en hoe de organisatie voorzorgsmaatregelen heeft genomen. Allereerst is van belang dat de stormbaan was voorzien van een certificaat van goedkeuring en een leeftijdsindicatie “vanaf 7 jaar”. Daarnaast bleek uit de getuigenverklaringen van de vrijwilligers die de begeleiding bij de stormbaan hadden verzorgd dat er verschillende veiligheid- en voorzorgsmaatregelen waren genomen. Voordat het evenement begon waren algemene instructies gegeven. Bij de stormbaan waren verschillende begeleiders aanwezig. De kinderen mochten de stormbaan een voor een betreden, waarbij erop werd toegezien dat ze hun schoenen uitdelen en alle losse attributen zoals tasjes, brillen en telefoons van tevoren inleverden. De vrijwilligers liepen vanaf het begin van de baan aan weerszijden met de kinderen mee en vertelden de kinderen wat ze moesten doen. Aan het einde stond iemand om de kinderen weer op te vangen. Zo was er dus over de gehele stormbaan toezicht.

De rechtbank stelt voorop dat bij een dergelijke stormbaan een zekere vorm van toezicht en begeleiding, mede gelet op de jeugdige leeftijd van de deelnemers, noodzakelijk was om te voorkomen dat op de stormbaan gevaarlijke situaties zouden ontstaan.

De rechtbank toetst vervolgens de hierboven geschetste omstandigheden aan de criteria voor een (onrechtmatige) gevaarzetting, de ‘Kelderluikcriteria’ (HR 5 november 1965, NJ 1966, 136). Gezien alle maatregelen die door de organisatie waren genomen, komt de rechtbank tot het oordeel dat niet onrechtmatig is gehandeld. De organisatie is dus niet aansprakelijk voor het letsel dat het jongetje heeft opgelopen.

Reageer op dit artikel