nieuws

Gebruik van uitlatingen op social media in gerechtelijke procedures

Branche

Via social media plaatsen mensen veel persoonlijke informatie op het internet. Verzekeraars kunnen gebruik maken van deze gegevens in gerechtelijke procedures. Maar is het gebruik van gegevens verkregen via social media in de rechtbank toegestaan? Maakt het verschil of de verzekeraar gegevens van zijn eigen verzekerde gebruikt of gegevens van een derde? Is het van belang of iemand zijn profiel wel of niet openbaar stelt en hoe hangt dit samen met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en het vrije bewijsrecht zoals bedoeld in artikel 152 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering?

Gebruik van uitlatingen op social media in gerechtelijke procedures

Er kunnen zich situaties voordoen waarbij Wbp van toepassing is op de informatie die mensen zelf op het internet plaatsen, meestal gaat het dan om persoonlijke informatie. Deze informatie kan betrekking hebben op henzelf maar ook op derden. Deze informatie wordt aangemerkt als ‘gepubliceerde persoonsgegevens’, omdat een publicatie op social media, dat in veel gevallen een besloten karakter kan hebben, volgens het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) is gelijk te stellen aan een openbare publicatie op het internet. Als deze gepubliceerde informatie persoonsgegevens omvat, dan is in beginsel de Wbp van toepassing.

Naar aanleiding van het gegroeide gebruik van social media heeft het CBP een richtlijn opgesteld over het gebruik van persoonsgegevens op het internet. Wel wordt er in de richtlijn een onderscheid gemaakt tussen het wel of niet hebben van een zogeheten ‘openbaar profiel’. In het geval het profiel niet is afgeschermd, en dus openbaar is, wordt er volgens het CBP toestemming gegeven door de persoon die deze informatie plaatst voor het gebruik van deze gegevens door derden. Zo is het mogelijk dat ook de via social media verworven gegevens, onder meer door een verzekeraar in een gerechtelijke procedure als bewijs kunnen worden gebruikt zonder de Wbp te schenden.

Ook de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen (De Gedragscode) geeft aan dat verwerking van persoonsgegevens door een verzekeraar zijn toegestaan als de gegevens door de betrokkene duidelijk openbaar zijn gemaakt. Het gebruik van deze gegevens is gerechtvaardigd als het gedaan wordt met het oog op afhandeling van een claim (artikel 6.1.1 en 6.1.3), al dan niet in een procedure voor de rechter.

Een verzekeraar mag verkregen informatie over een persoon, die door deze persoon zelf openbaar is gemaakt via social media gebruiken en aanbieden als bewijs in een gerechtelijke procedure. Dit geldt zowel voor derden als voor eigen verzekerden. De verzekeraar heeft ten opzichte van de verzekerde wel een geheimhoudingsplicht die hij ten opzichte van derden niet heeft, maar als de informatie is verkregen uit een openbare publicatie kan het als bewijs dienen in een procedure. Is het profiel wel afgeschermd, dan geeft de richtlijn van het CBP aan dat deze gegevens niet zomaar gebruikt mogen worden. Voor het gebruik van deze informatie is toestemming vereist van de persoon wiens gegevens het betreft.

De richtlijn van het CBP doet echter niet af aan het zogeheten ‘vrije bewijsrecht’ zoals bedoeld in artikel 152 Rv. Dit artikel bepaalt dat bewijs kan worden geleverd door alle middelen en dat het aan de rechter is om te beslissen of, en zo ja, welke bewijskracht de aangebrachte middelen hebben. De rechter is niet snel van oordeel dat bewijs op een onrechtmatige wijze is verkregen.

Echter, zelfs als het bewijs op een onrechtmatige wijze is verkregen, zal het dus per geval moeten blijken of informatie uit een afgeschermd profiel wordt aangemerkt als onrechtmatig verkregen bewijs. Dit brengt niet noodzakelijkerwijs met zich dat het bewijs geen bewijskracht meer heeft. De rechter kan onrechtmatig verkregen bewijs nog steeds laten meewegen in zijn oordeel, hij beoordeelt dit afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Echter, het gebruik van gegevens op een afgeschermd profiel kan dan wel leiden tot een klacht bij het CBP, zodat terughoudend daarbij ook om die reden op zijn plaats is.

Reageer op dit artikel