nieuws

Detachering: beroep door materiële werkgever op artikel 6:170 BW en 6:76 BW slaagt niet!

Branche

De materiële werkgever weigert een deel van de rekening van de formele werkgever te voldoen,  omdat een (gedetacheerde) werknemer schade zou hebben veroorzaakt aan het gebouw van de materiële werkgever. De formele werkgever start een procedure. In reconventie vordert de materiële werkgever vergoeding van de schade die de (gedetacheerde) werknemer bij de materiële werkgever had veroorzaakt. Hierbij werd een beroep gedaan op de artikelen 6:170 BW en 6:76 BW door de materiële werkgever.

Detachering: beroep door materiële werkgever op artikel 6:170 BW en 6:76 BW slaagt niet!

Naar oordeel van het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2014:2519) dient de materiële werkgever de openstaande facturen alsnog te voldoen. In reconventie slaagt het beroep van de materiële werkgever op artikel 6:170 BW en artikel 6:76 BW niet.

Artikel 6:170 BW

Het hof komt evenals de rechtbank tot het oordeel dat artikel 6:170 BW niet van toepassing is in de contractuele verhouding tussen een detacheringsbedrijf (de formele werkgever) en een inlenend bedrijf (de materiële werkgever).  Het inlenende bedrijf (de materiële werkgever) is geen ‘derde’ als bedoeld in artikel 6:170 BW.

Artikel 6:76 BW

Het beroep op artikel 6:76 BW slaagt evenmin. Met de rechtbank is het gerechtshof van oordeel dat de te detacheren werknemer niet te beschouwen is als een hulppersoon als bedoeld in artikel 6:76 BW. De werknemer is niet te kwalificeren als hulppersoon van het detacheringsbedrijf (de formele werkgever) waarvan bij de uitvoering van de verbintenis (de detacheringsovereenkomst) met de materiële werkgever gebruik is gemaakt. De werknemer heeft immers niet geholpen om de verbintenis van het detacheringsbedrijf, het detacheren, uit te voeren.

De hierboven beschreven uitspraak is in lijn met hetgeen het gerechtshof Den Bosch in 2008 ook al oordeelde in een soortgelijke kwestie.

Reageer op dit artikel