nieuws

De val van een paard; eigen schuld (artikel 6:101 BW) en risico-aansprakelijkheid (artikel 6:179 en 6:181 BW)

Branche

Dieren hebben regelmatig hun rol in het aansprakelijkheidsrecht. De uitspraken van de Hoge Raad inzake de Meppelse Ree en Zeug Geel 113 zijn klassiekers in het aansprakelijkheidsrecht.

De val van een paard; eigen schuld (artikel 6:101 BW) en risico-aansprakelijkheid (artikel 6:179 en 6:181 BW)

Onlangs mocht het Hof Arnhem-Leeuwarden (zittingsplaats Leeuwarden) zich weer eens buigen over een kwestie waarin een vrouw tijdens een paardrijles van het paard van de manege viel (ECLI: NL: GH ARL: 2014:5670). Het hof oordeelde dat de bezitter van het paard (de manege) aansprakelijk was richting de lesnemende berijdster omdat het bij een dier om een risico-aansprakelijkheid gaat. Zie artikel 6:179 en 6:181 BW. Desalniettemin kan in een casuspositie als deze een deel van de schade van de van het paard vallende berijdster voor haar eigen rekening komen, zo oordeelde het hof. Dit omdat het onvoorspelbare karakter van het dier een omstandigheid in de zin van artikel 6:101 BW is die – bekend met het onvoorspelbare karakter dat bij elk dier hoort – voor rekening van de berijdster komt, zo oordeelde het hof. Dus zonder dat de berijdster een verwijt kan worden gemaakt, kan toch een deel van haar schade voor eigen rekening komen. Dit is wat we ook kennen uit het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2012 inzake Manege Nieuw Amstelland (ECLI: NL: HR: 2002: AE7010). Dus zonder dat de berijdster echt een verwijt kan worden gemaakt dient zij toch een deel van haar schade zelf te dragen.

Veelvuldig wordt als geen der partijen (manege of berijdster) enig verwijt valt te maken ten aanzien van de val van het paard met een percentage eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW van 50% gerekend. Maar dit kan anders (hoger of lager) liggen. Dit is dan afhankelijk van de omstandigheden van het geval die meer in de risicosfeer van of wel de manege of wel de berijdster liggen. Denk dan bijvoorbeeld aan een onervaren of juist een ervaren berijdster, de uitdrukkelijke wens van de berijdster om juist met dit paard te willen lessen terwijl dit paard bij haar bekend was als lastig, onvoldoende aandacht van de instructeur/instructrice voor het paard en/of de berijdster etc.

Ook in de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden worden er over en weer verwijten gemaakt. Partijen moeten hun stellingen op dit punt nu bewijzen. Afhankelijk van het wel of niet leveren van het bewijs kan het percentage eigen schuld bij de berijdster worden vastgesteld. Nader bericht daarover volgt zodra de getuigen zijn gehoord en het hof de beslissing heeft genomen. Maar dat zal nog wel even duren. Voorlopig kunnen we in de praktijk weer uit de voeten met de door het hof geformuleerde handvaten. Of moeten we zeggen: teugels?

Reageer op dit artikel