nieuws

Concurrentiebeding oud-directeur Concordia houdt stand bij de rechter

Branche

De Rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat Concordia de Keizer oud-directeur Jan Oosterom aan zijn concurrentiebeding mag houden. Wel moet het kantoor de voormalig directeur achterstallig loon, pensioenpremies en ongebruikte vakantiedagen compenseren.

Concurrentiebeding oud-directeur Concordia houdt stand bij de rechter

Het gaat in de zaak om de oud-directeur van Concordia die na de fusie met De Keizer samen met enkele andere Concordianen opstapte en de Nederlandse vestiging van de Engelse Howden Broking Group oprichtten. Na een eerder kort geding en een daaropvolgend hoger beroep oordeelde het Hof van Den Haag dat het concurrentiebeding, waarvoor Oosterom in 2005 tekende toen hij in dienst trad bij de verzekeraar, wel geldt, maar in mindere mate dan Concordia de Keizer uitlegde.

Functiewisselingen
In de nieuwe door Oosterom aangespannen zaak legt hij wederom voor dat er met hem geen nieuw concurrentiebeding werd afgesproken toen zijn functie veranderde van Senior Sluiter Marine Hull naar Directeur Marine en Varia, Directeur Schadeverzekeringen en uiteindelijk Chief Operations Officer van het fusiebedrijf. De rechtbank erkende dat het concurrentiebeding door de functiewisselingen en de fusie zwaarder ging drukken. Maar dat was geen reden om het beding te vernietigen.

In plaats daarvan koos de rechter ervoor om het beding te beperken tot de groep marine-verzekerden. Daarmee wordt Oosterom niet benadeeld, stelt de rechtbank, aangezien het hem niet belemmerd heeft in het vinden van een andere werkkring. De rechtbank gaat er ook van uit dat Howden op de hoogte is van Oosteroms gebondenheid aan het non-concurrentiebeding.

Salaris
Op een ander punt kreeg Oosterom wel gelijk. Hij vorderde betaling van achterstallig salaris, pensioenpremies en niet-gebruikte vakantiedagen van Concordia. Volgens Oosterom is zijn oud-werkgever nieuw gemaakte afspraken over verhogen van het salaris niet nagekomen. Daarom eiste hij het netto equivalent van € 24.474,72 bruto plus de maximale wettelijke verhoging van 50% en wettelijke rente. Die eis werd door de rechtbank ingewilligd, alsmede de eis tot betaling van € 2.582,19 bruto plus rente aan pensioenpremies en € 13.802,46 bruto plus verhoging van 50% en rente aan openstaande vakantiedagen.

Reageer op dit artikel