nieuws

Bewijskracht van het strafvonnis in de civiele procedure

Branche

Artikel 161 Rv. bepaalt dat een strafrechtelijke veroordeling voor een bepaald feit dwingend bewijs oplevert van dat feit in de civiele procedure. Dit houdt in dat de civiele rechter dient uit te gaan van de juistheid van dit feit, behoudens te leveren tegenbewijs (vgl. artikel 151 Rv en gerechtshof ’s-Hertogenbosch 8 november 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3982 en rechtbank ’s-Hertogenbosch 3 augustus 2011, ECLI: NL:RBSHE:2011:BR4888,  r.o. 4.6). Dat wil echter niet zeggen dat vanwege een strafrechtelijke veroordeling voor een bepaald feit dit feit zonder meer een onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW oplevert in de civiele procedure.

Bewijskracht van het strafvonnis in de civiele procedure

Het effect van de gebondenheid van de civiele rechter aan door de strafrechter bewezen verklaarde feiten beperkt zich immers tot die bewezen verklaarde feiten. Welke rechtsgevolgen de strafrechter, op basis van de in het strafrecht geldende rechtsregels, aan die feiten heeft verbonden, doet in de civiele procedure niet ter zake. Het is ter beoordeling aan de civiele rechter of en zo ja, er rechtsgevolgen in de civiele procedure aan deze feiten worden verbonden. Of er derhalve sprake is van een onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW dient door de civiele rechter zelf te worden beoordeeld aan de hand van de daarvoor geldende criteria. Daar komt bij dat ook tegenbewijs van de feiten waarvoor een veroordeling heeft plaatsgevonden in de civiele procedure mogelijk is. Voor het slagen van dit tegenbewijs is voldoende dat het dwingend bewijs van de strafrechtelijke veroordeling wordt ontzenuwd (vgl. HR 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3807).

Aldus levert een strafrechtelijke veroordeling voor een bepaald, schadeveroorzakend feit – behoudens tegenbewijs – dwingend bewijs op van dat feit in de civiele procedure. Dit maakt zoals gezegd niet dat er automatisch sprake is van een onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW in de civiele procedure. Daarvoor zijn de daartoe geldende criteria van belang, welke criteria in het civiele traject zelf dienen te worden beoordeeld. De onrechtmatige daad in de civiele procedure staat derhalve los van de veroordeling voor een bepaald feit in de strafrechtelijke procedure. Het dwingend bewijs dat een strafrechtelijke veroordeling oplevert, zorgt er uiteraard wel voor dat het bewijs van de onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW eenvoudiger is geleverd. Het schadeveroorzakend feit wordt immers, behoudens tegenbewijs, als vaststaand aangenomen.

Reageer op dit artikel