nieuws

Erik Mulder (CDFD): ‘Geen appels met peren vergelijken’

Branche

De hoge slaagpercentages uit het verleden afzetten tegen de lagere percentages in het nieuwe systeem van permanente educatie, is appels met peren vergelijken, zegt Erik Mulder, manager bij het CDFD. Het oude systeem had meer het karakter van een examentraining, zegt hij. Ook werd niet bijgehouden hoeveel mensen meerdere pogingen nodig hadden om aan de eisen te voldoen.

Erik Mulder (CDFD): ‘Geen appels met peren vergelijken’

Amweb stelde Erik Mulder een aantal vragen naar aanleiding van het recent door het CDFD gepubliceerde evaluatierapport van de drie PE-cycli uit het vorige vakbekwaamheidssysteem. Het CDFD noemt daarin de ‘extreem hoge’ slaagpercentages (97%) een ‘heel opmerkelijk gegeven’ en ziet opnieuw bevestigd dat de voormalige programma’s geen enkel onderscheidend vermogen hadden.

Wat is er zo erg aan wanneer iedereen slaagt? Dat is toch normaal voor een beroepsgroep die vak en literatuur bijhoudt?
Erik Mulder: “Als iedereen slaagt, dan differentieert een examen niet. De vragen zijn dan te makkelijk en/of de normering te laag. Anders gezegd: het examen maakt geen onderscheid tussen de kandidaten die zich serieus hebben voorbereid en de kandidaten die dat niet hebben gedaan. Het nieuwe systeem toetst of kandidaten daadwerkelijk voldoende hebben opgestoken van bijvoorbeeld het bijhouden van literatuur en ook of ze die kennis effectief kunnen toepassen in een klantsituatie.”

Wat als met een paar jaar ook ruim 90% voor de nieuwe PE-examens slaagt, gaan we dan weer de boel aanpassen?
“Het nieuwe systeem heeft geen doelstelling qua slagingspercentage. Examens mogen niet te makkelijk, maar ook niet te moeilijk zijn. Het CDFD borgt dat en laat zich hierin bijstaan door experts uit de beroepspraktijk en door toetsdeskundigen. Het oude systeem, meestal een PE-programma met afsluitende toets, had meer het karakter van een examentraining. Wat toets je dan? Of iemand goed kan onthouden of uit zijn hoofd leren. Niet zozeer of iemand een bepaald vakgebied beheerst en de vaardigheid heeft om die kennis in een klantsituatie effectief toe te passen.”

Die 97% uit de evaluatie van de PE-cycli, zijn dat allemaal kandidaten die in één keer zijn geslaagd? Uiteindelijk slaagt toch iedereen, al is het pas na meerdere pogingen?
“De instituten registreerden niet apart hoeveel van de geslaagde kandidaten eerder bij hetzelfde instituut, of bij een concurrent ook al een poging hadden gedaan. In de markt was bekend dat je als adviseur naar bepaalde instituten kon gaan als je makkelijk wilde slagen. De meeste adviseurs haalden het in één keer. Je woonde een (examen)training op vrijdagmiddag bij, maakte aansluitend met succes een toets, en daarna volgde een borrel. Kortom: de hoge percentages uit het verleden afzetten tegen de lage percentages in het nieuwe systeem, is appels met peren vergelijken. Bij de centrale examinering kunnen we wel analyseren hoe vaak een kandidaat herexamen moet doen.”

Maar als het niet vergelijkbaar is, is het dan zuiver om te stellen dat de percentages extreem hoog waren?
“Afgezet tegen de eisen die we nu bij centrale examinering stellen, is 97 procent ‘extreem hoog’. De AFM, het ministerie en het CDFD hadden niet het idee dat op deze wijze inderdaad was geborgd dat de consument kon rekenen op een vakbekwame adviseur. Want slaagden de exameninstituten er eigenlijk wel in de zwakke broeders te laten zakken? Was de consument wel beschermd tegen niet-vakbekwame adviseurs? Niet voor niets zijn er allerlei keurmerkorganisaties gekomen waar adviseurs alleen lid van mogen zijn als ze aantoonbaar aan allerlei hogere scholingsvereisten voldoen en succesvol assessments doorstaan. Juist om zich te profileren ten opzichte van een grote groep die de vakbekwaamheid min of meer als gegeven of vanzelfsprekendheid beschouwt.”

Reageer op dit artikel