nieuws

3D-printen: risico’s en gevaren van ‘de derde industriële revolutie’

Branche

Journalisten konden er de laatste tijd niet omheen: de 3D-printer is in opmars. Hoewel de eerste 3D-printer al in 1984 werd gebouwd, zijn de ontwikkelingen met name het afgelopen jaar stormachtig. Van brillen tot maaltijden, en van zelfbouw-drones tot een volledig ruimtestation, de mogelijkheden lijken eindeloos. Ook in de medische wereld wordt al veelvuldig geëxperimenteerd met 3D-printers: onder meer gips, spalken, oren en borstweefsel passeerden de revue.

Nu de definitieve doorbraak van de 3D-printer nadert, komt ook de vraag naar de potentiële risico’s in beeld. In de media is daar tot nog toe echter weinig aandacht voor. Natuurlijk was er de ophef over 3D-geprinte wapens, die breed werd uitgemeten in de pers, maar de risico’s van 3D-printen zijn daar zeker niet toe beperkt.

In dit artikel komen zowel de mogelijkheden en voordelen, als de risico’s van 3D-printen ter sprake.

Wat is 3D-printen?
3D-printen wordt ook wel aangeduid met de term ‘Additive Manufacturing’. Dat is een proces waarbij een object laag voor laag wordt opgebouwd, en waarmee vaste driedimensionale voorwerpen van vrijwel elke vorm kunnen worden gecreëerd. Er bestaan verschillende 3D-printtechnieken, elk met eigen voor- en nadelen.1 Ze onderscheiden zich van traditionele fabricagetechnieken, waarbij producten vaak tot stand komen door het verwijderen van materiaal door bijvoorbeeld snijden of zagen (vergelijk het onderscheid in de beeldhouwkunst tussen een plastiek en een sculptuur).

Voorwerpen kunnen in veel verschillende materialen 3D worden geprint. Afhankelijk van de printtechniek kan onder andere gekozen worden voor kunststoffen (nylon, ABS, PLA), titanium, roestvrij staal, goud, brons, hout, keramiek en glas.2 Via de ‘verlorenwasmethode’, waarbij niet het voorwerp zelf maar een mal 3D wordt geprint, kunnen ook objecten van zilver en messing worden gemaakt. Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met onder meer beton, voedsel en menselijke cellen.

Wat zijn de voordelen?
3D-printen kent verschillende voordelen ten opzichte van traditionele fabricagetechnieken. Zoals gezegd kan een 3D-printer voorwerpen van vele materialen en in vrijwel elke vorm produceren. Nog belangrijker is dat er direct vanuit een digitaal ontwerp kan worden geprint en dat er dus niet eerst een (kostbare) productielijn opgezet hoeft te worden. Een 3D-printer is daardoor bij uitstek geschikt voor het maken van unieke exemplaren, zoals prototypes, maquettes, conceptauto’s en kunstwerken, maar ook voor de productie van op maat gemaakte consumentenproducten, zoals schoenen, inlegzolen, sieraden en brillen, zeker in combinatie met een 3D-scanner.

Andere voordelen zijn dat er bij het productieproces geen verspil ontstaat (het proces is immers additief en niet subtractief), dat er bij gebreke van een productielijn eenvoudiger lokaal kan worden geproduceerd en geleverd (‘local to local’) en dat het, anders dan bij traditionele fabricagetechnieken, niet duurder is om meer complexe vormen te produceren (de prijs wordt bepaald door het materiaal en het volume, niet door de vorm).

Tot voor kort was 3D-printen vooral iets voor het bedrijfsleven en de wetenschap. De laatste jaren zijn er echter ook veel 3D-printers voor thuis ontwikkeld, die zowel qua formaat (tafelmodel) als prijskaartje (tussen 1.000 en 2.000 euro, als zelfbouwpakket al vanaf 350 euro) beter passen bij consumenten. Dit biedt consumenten bijvoorbeeld de mogelijkheid om niet meer leverbare reserveonderdelen voor huishoudelijke apparaten zelf te produceren.

Maar de mogelijkheden voor consumenten gaan verder dan dat. Volgens onderzoekers van de Michigan Technological University kunnen consumenten met een 3D-printer namelijk veel geld besparen.3 Met name als gebruik wordt gemaakt van ‘open-source’ ontwerpen loopt het ‘return on investment’ van een 3D-printer snel op. Bovendien komt deze thuisproductie het milieu ten goede, omdat verpakking en transport worden overgeslagen.

Wat zijn de risico’s?
Zoals in de inleiding al werd aangekondigd staan er tegenover de vele voordelen van 3D-printen echter ook risico’s. Om te beginnen zijn dat risico’s op het gebied van criminaliteit, die variëren van 3D-geprinte wapens (zie hiervoor), tot het skimmen van betaalpassen en het kopiëren van sleutels.

Daarnaast is er het risico op inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, zoals auteursrechten en modelrechten. Voor een meer gedetailleerde beschouwing van die problematiek zij verwezen naar het artikel dat Joost Becker onlangs publiceerde op de kennispagina van de sectie IE & IT.

Ook op verzekeringsgebied verdient 3D-printen aandacht. Zo zal lang niet altijd helder zijn of 3D-printen valt onder de verzekerde hoedanigheid van de verzekeringnemer. Denk bijvoorbeeld aan een ontwerper die besluit zijn ontwerpen voortaan zelf te produceren met een 3D-printer en geconfronteerd wordt met een productaansprakelijkheidsclaim (verzekerd als ontwerper of producent?), of een consument die tegen een kleine vergoeding op internet een ontwerp aanbiedt dat gebrekkig blijkt te zijn (particulier of bedrijfsmatig?).

Tot slot zijn er de potentiële gevaren van 3D-printers zelf. Onlangs verschenen de resultaten van een onderzoek waaruit blijkt dat 3D-printers meer potentieel gevaarlijke nanodeeltjes produceren dan eerder werd aangenomen. Wat betekent dat voor het aansprakelijkheidsrisico van een producent van 3D-printers?

 

Reageer op dit artikel