nieuws

3D-printen: ISO-normering in ontwikkeling

Branche

Onlangs verscheen er op deze kennispagina een artikel over de mogelijkheden en risico’s van 3D-printen. Duidelijk is dat het fenomeen veel potentieel heeft, maar dat voor blijvend succes nodig is dat ook aandacht wordt besteed aan de risico’s. Daaronder vallen onder meer de potentiële veiligheidsrisico’s van 3D-printers en 3D-geprinte producten. Een goed middel om die het hoofd te bieden is certificering.

3D-printen: ISO-normering in ontwikkeling

Wat is certificering?
Met een certificaat kan een producent of dienstverlener aantonen dat zijn product of dienst voldoet aan een bepaalde standaard, bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit, milieu of veiligheid. Ten aanzien van bepaalde werkzaamheden, zoals asbestsanering, is door de overheid bepaald dat deze enkel door gecertificeerde bedrijven mogen worden verricht. De kwaliteit en/of veiligheid van het product of de dienst is dan in verregaande mate gewaarborgd.

Maar ook als de overheid een certificaat niet verplicht stelt heeft certificering een belangrijke functie. Afnemers zullen veelal een voorkeur hebben voor een gecertificeerd bedrijf. Niet-gecertificeerde bedrijven worden daardoor gestimuleerd om net als hun concurrenten een certificaat te bemachtigen, en daartoe een hoger niveau van kwaliteit en veiligheid na te streven.

ISO-normen
Certificering is echter alleen mogelijk als er normen zijn waaraan het product of de dienst kan worden getoetst. In 2011 heeft de International Organization for Standardization (ISO) het ‘Technical Committee 261 Additive Manufacturing’ (ISO/TC 261) opgericht. Zestien landen, waaronder Nederland, nemen actief deel aan deze commissie, vijf landen hebben ervoor gekozen de ontwikkelingen enkel te observeren.

Nederland wordt in de ISO-commissie vertegenwoordigd door het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN). Het NEN heeft daartoe de normcommissie ‘341107 Additive Manufacturing / 3D printing’ opgericht, dat de ISO-commissie zal voeden met Nederlands commentaar.

De ISO-commissie heeft zich tot doel gesteld 3D-printen te normaliseren, onder andere met betrekking tot terminologie, hardware (3D-printers en -scanners), software (ontwerpprogramma’s), testprocedures, en kwaliteitsparameters. Tot op heden heeft dat in twee ISO-normen geresulteerd: één die standaardterminologie voor 3D printen bevat (ISO/ASTM 52921:2013) en één die voorziet in een standaard bestandsformaat voor de overdracht van informatie tussen ontwerpprogramma’s en 3D-printers (ISO/ASTM 52915:2013).

Europees platform
In navolging van ISO hebben de Europese normalisatie-instituten CEN en CENELEC begin 2013 een platform voor 3D-printen opgericht. Doel van dit platform is uitdrukkelijk niet het opstellen van normen op het gebied van 3D-printen. In plaats daarvan zal het platform experts uit de onderzoeks- en innovatiegemeenschap informeren over de lopende normalisatie-activiteiten, zodat zij beter in staat zijn om hun behoeften op het gebied van standaardisering kenbaar te maken. Dat zal de kwaliteit en bruikbaarheid van de normen bevorderen.

De toekomst
Met de initiatieven van ISO, NEN, CEN en CENELEC is het begin van internationale standaardisering op het gebied van 3D-printen een feit. Hoe ver die standaardisering uiteindelijk zal reiken, zal de komende jaren moeten blijken. Of ook de Nederlandse overheid daarin een rol zal spelen is nog onduidelijk, op dit moment doet zij niets zichtbaars. Dat hoeft aan de opkomst van (private) certificering op het gebied van 3D-printen echter niet in de weg staan.

Dirkzwager blijft de ontwikkelingen op het gebied van 3D-printen op de voet volgen en zal daarover regelmatig publiceren op deze kennispagina.

Reageer op dit artikel