nieuws

Raad van State: ‘Branche hoeft niet alle toezichtkosten zelf te dragen’

Branche

De Raad van State zet kritische kanttekeningen bij het wetsvoorstel waarin minister Dijsselbloem aankondigt de overheidsbijdrage aan het toezicht van AFM en DNB te schrappen. De Raad concludeert dat een motivering voor het schrappen van de overheidsbijdrage ontbreekt. “Groepsprofijt kan geen rechtvaardiging vormen voor het volledig afschaffen van de overheidsbijdrage aan het toezicht.”

Raad van State: ‘Branche hoeft niet alle toezichtkosten zelf te dragen’

Vanuit het principe ‘de sector profiteert zelf van goed toezicht’ wil Dijsselbloem de jaarlijkse overheidsbijdrage aan het financieel toezicht per 1 januari 2015 afschaffen. Dat levert de overheid een besparing van € 40 mln op. Bovendien zullen boetes en dwangsommen niet langer volledig terugvloeien naar de sector, maar vanaf € 2,5 mln per toezichthouder per jaar toekomen aan de Staat. Het wetsvoorstel is op 23 mei aangekondigd en inmiddels bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het in april gegeven advies van de Raad van State openbaar geworden.

Profijt
De Raad is het in dat advies met Dijsselbloem eens dat ondernemingen in de financiële sector een belang hebben bij adequaat toezicht en dat zij er profijt van hebben als het vertrouwen in de sector door streng toezicht zou toenemen. Maar dat betekent volgens de Raad niet dat de sector alle kosten moet dragen. “Het toezicht wordt primair in het publiek belang uitgeoefend. Het toezicht is gericht op bescherming van klanten van financiële ondernemingen tegen een onzorgvuldige behandeling en ter bescherming van de maatschappij tegen niet solide financiële ondernemingen en op instabiele financiële sector. Het profijt van het toezicht is in die zin het profijt van de maatschappij als geheel.”

Beperkt gemotiveerd
Ook doet het voorstel afbreuk aan de duidelijkheid en stabiliteit die nu juist werden beoogd met het invoeren van de Wet bekostiging financieel toezicht (Wbft). De Raad vindt dat goede wetgeving bestendig en consistent moet zijn. “Een zo snelle en beperkt gemotiveerde koersverandering als die van het wetsvoorstel doet geen recht aan dit uitgangspunt.”

Reageer op dit artikel