nieuws

Bruto en netto pensioenpremiestaffels: de tijd begint te dringen!

Branche

Verschil bruto en netto premiestaffel

Bruto en netto pensioenpremiestaffels: de tijd begint te dringen!

Pensioen mag niet ongelimiteerd worden opgebouwd. Om te voorkomen dat niet ook de pensioenaanspraak belast wordt, dient de pensioenopbouw binnen fiscaal maximale grenzen plaats te vinden. Daarvoor zijn zogenoemde premiestaffels ontwikkeld. In het verleden werd voor beschikbare premieregelingen veelal uitgegaan van een bruto premiestaffel. Daarin is rekening gehouden met 10% administratiekosten en 8% risicopremie voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid (PVA). Deze kosten worden dan uit de bruto premie betaald en wat resteert, wordt aangewend voor de opbouw van ouderdomspensioen. In de praktijk blijkt echter dat de administratiekosten en de risicopremie PVA lager zijn. Daardoor wordt er van de bruto premie voor de opbouw van ouderdomspensioen meer gebruikt dan fiscaal toegestaan. Dit is vanaf 1 januari 2015 niet langer toegestaan.

Bij een netto staffel zijn de betreffende inhoudingen er daarentegen al afgehaald, met een netto premie (die dus volledig wordt aangewend voor de opbouw van ouderdomspensioen) als resultaat. Vervolgens worden de werkelijke administratiekosten en de risicopremies aan de netto staffel toegevoegd. De totale fiscaal maximale premie kan dan lager komen te liggen.

Overgangsrecht

Het hierbij behorende fiscaal besluit van 20 december 2009 kende een overgangsregime van (circa) 5 jaar. Deze datum ligt dichterbij dan soms verondersteld wordt. Allereerst omdat een aantal werkgevers reeds voor het komende jaar een nieuwe uitvoeringsovereenkomst met de pensioenuitvoerder moet sluiten (de uitvoeringsovereenkomst kent veelal een looptijd van vijf jaar). Daarnaast omdat werkgevers niet zomaar van de ene op de andere dag de premiestaffels kunnen aanpassen: in beginsel is instemming van de medewerkers vereist en (indien van toepassing) dient ook de OR hierin betrokken te worden. Dit traject kan enige tijd vergen en goed voorsorteren is hierbij van belang.

Arbeidsvoorwaarde pensioen

Het hiervoor genoemde wijzigingstraject kan enige tijd vergen, omdat een werkgever niet zomaar tot wijziging van de premiestaffel kan overgaan. Hoewel de fiscale regelgeving noopt tot een wijziging van de pensioenregeling, betekent dit nog niet dat de fiscale regels automatisch en dwingend doorwerken in de pensioenregeling. De werkgever is aan zet en zal met de medewerkers tot overeenstemming moeten komen over een wijziging van de pensioenregeling. Dit zal niet altijd zonder slag of stoot gaan. Waar een bruto staffel nu nog tot een hogere (en zelfs fiscaal bovenmatige) opbouw kan leiden voor het ouderdomspensioen (bijvoorbeeld omdat de uitvoeringskosten waarmee in de staffel rekening is gehouden feitelijk lager uitpakken), kan de netto staffel leiden tot een lagere opbouw voor het ouderdomspensioen en dus ook een lagere bijdrage vanuit de werkgever.

Kortom: de premiepercentages in de staffels – en daarmee dus ook de werkgeversbijdrage die daar veelal aan gerelateerd is – kunnen door de overgang naar een netto staffel lager uitpakken. Het zal de nodige overtuigingskracht en wellicht ook compenserende maatregelen verlangen, wil een medewerker met een dergelijke wijziging instemmen. Voor zover instemming geweigerd wordt, kan een werkgever uitsluitend tot (eenzijdige) wijziging van de pensioenregeling overgaan, indien voor de wijziging een zodanig zwaarwichtig belang aanwezig is dat het belang van de medewerker naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dient te wijken.  Bij de toets aan dit zwaarwichtig belang kan instemming van de OR goed van pas komen.

Advies

In verband met de diverse fiscale ontwikkelingen is er sowieso geen ontkomen aan om de huidige pensioenregeling goed te laten beoordelen. Wordt er bijvoorbeeld fiscaal optimaal opgebouwd en wordt uitgegaan van een bruto of netto premiestaffel? Geen enkele werkgever wil geconfronteerd worden met een pensioenregeling die fiscaal niet toelaatbaar is en dus onzuiver is, dat is één ding dat zeker is.

Niet alleen een pensioenadviseur speelt in dit traject een belangrijke rol, maar ook een pensioenadvocaat. Steeds vaker trekken zij hierin gezamenlijk op, ook omdat de huidige rechtspraak – waarin onder andere wijzigingstrajecten ten tijde van de Wet VPL in 2005/2006 onder de loep worden genomen – leert dat pensioen steeds meer een juridische aangelegenheid wordt. Bij Dirkzwager kunt u vertrouwen op een efficiënt en goed doordacht wijzigingstraject, waarin de pensioenadvocaat en de pensioenadviseur tezamen op zoek zullen gaan naar een pensioenregeling die zowel draagvlak bij de werkgever als bij de medewerkers heeft.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.