nieuws

Dijsselbloem houdt poot stijf in kwestie PE-examen

Branche

Minister van Financiën Dijsselbloem laat aan de Tweede Kamer weten dat een driejaarlijks PE-examen de meest efficiënte oplossing is om het kwaliteitsniveau te versterken. “Voor een PE-stelsel zoals bij andere beroepsgroepen zijn de verschillen met financieel adviseurs te groot.”

Dijsselbloem houdt poot stijf in kwestie PE-examen

Dijsselbloem reageert hiermee op vragen die de vaste Kamercommissie van Financiën afgelopen vrijdag aan hem stelde. De Commissie plaatste kritische kanttekeningen bij de brief waarin Dijsselbloem de Adfiz-petitie van tafel veegt. De Kamerleden vroegen zich bijvoorbeeld af wat er mis is met een systeem zoals advocaten kennen. Zij onderhouden verplicht hun vakbekwaamheid door jaarlijks opleidingspunten te behalen. Dijsselbloem: “Deze beroepsgroepen verschillen van financieel adviseurs. Bij advocaten en medisch specialisten is sprake van een duidelijk afgebakende groep, zijn er hoge instapeisen (waaronder een afgeronde academische opleiding), is er een beroepsvereniging, kent men een systeem met formele mentoren (bijvoorbeeld de patroon in de advocatuur) en speelt de normerende werking van het tuchtrecht een belangrijke rol. De groep financieel adviseurs is veel diffuser, de instapeisen zijn minder stringent, er is geen vergelijkbaar systeem van formeel mentorschap en de normerende werking van een beroepsvereniging met tuchtrecht ontbreekt.”
Onderzoeken
De Kamerleden vroegen zich daarnaast af op welke onderzoeken Dijsselbloem zijn mening baseert dat de vakbekwaamheid niet op orde zou zijn. De minister: “Uit verschillende onderzoeken van de AFM is gebleken dat er nog veel mis is met de kwaliteit van advisering. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de grote onderzoeken naar hypotheekadvies en Tweede Pijler pensioenadvies. Ook op het gebied van vermogensopbouw en consumptief krediet heeft de AFM belangrijke tekortkomingen geconstateerd. Dit wijt de AFM onder meer aan de vakbekwaamheid van de adviseur. Ook andere elementen zoals provisie en het financiële product zelf spelen een rol bij ‘misselling.’ De verhoging van de vakbekwaamheidseisen is dan ook onderdeel van een groter pakket van maatregelen om de kwaliteit van financiële dienstverlening te verbeteren.”

Laagste niveau
Hij wijst voorts op een evaluatie van het deskundigheidsbouwwerk uit 2011. “Uit onderzoeken van de AFM is het beeld ontstaan dat een groot aantal adviseurs de vaardigheden mist om op goede wijze een adviesgesprek te doorlopen. Het inrichten en structureren van het gesprek is vaak onvoldoende. Ook kennis blijkt in de praktijkwaarneming van de AFM vaak een beperkende factor te zijn. Om passend te adviseren constateert de AFM dat meer kennis benodigd is dan specifiek noodzakelijk voor de advisering van een bepaald product conform de modulestructuur. De AFM concludeert dat er wel enige vooruitgang zit in de kwaliteit van advisering maar dat het tempo van verbetering te laag is. Over PE wordt in de evaluatie opgemerkt dat het onvoldoende mogelijk is om de kwaliteit van het huidige systeem te borgen en adequaat toezicht te houden. Er is een stroming richting het laagste niveau zichtbaar. De reden daarvoor kan zijn dat bij PE-instituten op verschillende wijzen vorm kan worden gegeven aan de toetsing door middel van het zogenaamde ‘toetsend element’. In de praktijk blijkt dat veruit het grootste gedeelte van de markt aan de PE-plicht voldoet door het volgen van een PE-programma en niet door het afnemen van een PE-toets bij een exameninstituut.”

Markt
Dijsselbloem verwacht niet dat de PE-examinering grote gevolgen heeft voor het aantal financiële dienstverleners of voor de concurrentieverhoudingen. “Op dit moment dient iedere dienstverlener er reeds zorg voor te dragen dat zijn medewerkers altijd vakbekwaam zijn. De eisen zijn iets opgeschroefd. Het effect daarvan is dat adviseurs hun vakbekwaamheid op een hoger niveau moeten brengen, voor zover men daar al niet aan voldeed. Dat zou echter zonder verplichte toets ook moeten. Ik verwacht niet dat consumenten door de nieuwe vakbekwaamheidseisen meer richting aanbieders worden gedwongen. Er vervalt zelfs een voordeel dat aanbieders mogelijk hadden, zij kenden immers geen diplomaplicht.”
Redelijk
De Kamerleden vroegen ook of de minister het redelijk en haalbaar vindt dat een allround verzekeringsadviseur of financieel adviseur met particulieren en eenvoudige MKB-bedrijven als klant, uiterlijk op 1 juli 2015 waarschijnlijk 5 diploma’s moet hebben verworven. Dijsselbloem: “Ik verwacht deels dat adviseurs zich steeds meer gaan specialiseren en hun activiteiten gaan beperken tot één of twee beroepskwalificaties waarbij de consument waar nodig zal worden doorverwezen naar een relevante andere specialist. Daarnaast is het bouwwerk van de verschillende modules zodanig opgebouwd dat met het behalen van één extra deel-diploma al snel over een extra terrein geadviseerd mag worden, als gevolg van de synergie met andere modules.”
Tweeledig
Ook vroeg een aantal fracties zich af hoe de verplichting om continu en aantoonbaar over actuele vakbekwaamheid te beschikken zich verhoudt tot de keuze om een succesvol examen als eis te hanteren. De minister: “De toets eens in de drie jaar toont aan of de actualiteit voldoende is bijgehouden en goed in praktijkvoorbeelden kan worden toegepast. Het loont daardoor ook niet het vak niet bij te houden. Of dat is gebeurd kan de toezichthouder op een andere manier nauwelijks tot niet bij iedereen vaststellen. De verplichting om continu de kennis bij te houden vloeit voort uit het belang van de klant altijd een actueel advies te krijgen. Het volstaat daarmee niet eens in de drie jaar te studeren. Het continu bijhouden van het vak is het uitgangspunt.”
Consument
Een andere vraag van de Kamer was wat de consument in de praktijk zal merken van de verplichte PE-examinering en of er sprake zal zijn van een kostenstijging. De minister: “Ik ga er vanuit dat de consument een adviseur tegenover zich zal treffen die helemaal op de hoogte is van de laatste actuele ontwikkelingen op zijn vakgebied en voor wie het bovendien niet loont dat structureel te laten versloffen. Ik verwacht niet dat de consument een substantieel hoger tarief voor advisering in rekening wordt gebracht aangezien er slechts sprake is van een zeer geringe stijging van de inhoudelijke nalevingkosten.”
Inhaalexamen
Dijsselbloem verwacht straks meer eenduidigheid in de markt. “Er zijn momenteel heel veel verschillende diploma’s in omloop. Nadat een inhaalexamen behaald is kan het oude diploma verwisseld worden voor een nieuw diploma. Dat inhaalexamen zal onderdeel uitmaken van de eerste PE-ronde. Men hoeft daarvoor dus niet vaker examen te doen. De toets kent – naast de actualiteiten – voor het eerst een opwaardering naar vaardigheden en professioneel gedrag en bij twee van de elf kwalificaties (Inkomen en Vermogensopbouw) ook een aantal extra inhoudelijke eisen. De omwisseling zal leiden tot meer overzicht en eenduidigheid waardoor het makkelijker wordt om het vakbekwaamheidniveau van kandidaten te beoordelen. Dit is goed voor de mogelijkheden om, als men dat wenst, van werkgever te wisselen, hetgeen voor zowel werkgevers als werknemers prettig is. Ook het voor het CDFD en de AFM kent een eenduidig diplomasysteem voordelen.”
Overall concludeert de minister: “Gezien de verschillen en de besproken aspecten, ben ik van mening dat het beoogde stelsel van PE de meest efficiënte oplossing is om het kwaliteitsniveau van PE, binnen de huidige vakbekwaamheidsystematiek, te versterken.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.