nieuws

Rechtbank matigt AFM-boete voor niet-passend advies

Branche

Rechtbank Rotterdam heeft een AFM-boete van € 6.000 aan Quarz Vermogensstrategieën teruggebracht tot € 3.800. De rechtbank matigde de boete die werd opgelegd voor het inwinnen van onvoldoende informatie bij hypotheekadvisering, wegens beperkte ernst van de overtreding en overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Rechtbank matigt AFM-boete voor niet-passend advies

Quarz beschikt over een vergunning voor het bemiddelen in hypothecair krediet. De AFM deed onderzoek naar de kredietadvisering ten behoeve van de financiering van de aankoop van een lidmaatschapsrecht in een woonvereniging. De doelgroep bestond uit studenten en starters en hun ouders werden als mededebiteur in het krediet betrokken. De AFM onderzocht 9 dossiers uit de periode mei tot oktober 2009 en trof in alle 9 onderzochte dossiers tekortkomingen aan.

Geen klantprofiel
Quarz had onvoldoende of geen informatie ingewonnen over de te verwachten inkomensontwikkeling van de student en de ouders en evenmin over eventuele grote financiële risico’s en verplichtingen die de student en de ouders in de voorzienbare toekomst verwachten aan te gaan. Ook ontbrak documentatie over de persoonlijke levensstijl en het uitgavenpatroon van de student evenals gegevens over bestaande leningen of andere verplichtingen of lopende verzekeringen. Ook was in de dossiers geen formulier ‘Klantprofiel’ opgenomen. Volgens Quarz was de informatie wel ingewonnen, maar niet vastgelegd in de dossiers. De rechtbank vindt dat niet genoeg argument. “Een adviseur dient zich op grond van de Bgfo genoegzaam te documenteren.”

Matiging
Wel vindt de rechtbank dat de boete gematigd dient te worden. Vanwege het per 1 augustus ingevoerde nieuwe boetestelsel kunnen slechts twee van de negen dossiers aan de boete ten grondslag worden gelegd. “In een van die twee dossiers is sprake van een appartementsrecht, een vaker voorkomende financieringsvorm, waarmee bij het publiek een grotere bekendheid verondersteld mag worden dan in het geval van het lidmaatschapsrecht in de woonvereniging”, aldus de rechtbank. De rechtbank vindt een boete van € 4.000 passend en trekt daar nog 5 procent vanaf omdat de redelijke termijn van twee jaar zoals beschreven in artikel 6 van het EVRM is overschreden.

Reageer op dit artikel