nieuws

AFM: ‘Geen eindtermijn aan aanpassingsperiode’

Branche

De financiële dienstverlening en het toezicht daarop zitten in een overgangsperiode na de introductie van het provisieverbod. Daarin handhaaft de AFM volgens hoofd toezicht Michiel Denkers op strakke wijze wat ‘crystal clear’ is. Minder dwingende punten die nu naar voren komen in de dienstverlening, moeten zo snel mogelijk worden opgelost. Maar per geval kan een aanpassingsperiode mogelijk zijn. Denkers wil daar geen eindtermijn aan hangen.

AFM: ‘Geen eindtermijn aan aanpassingsperiode’

Denkers deed zijn uitspraken tijdens een masterclass over het provisieverbod. Hij stelt dat consumenten drie maanden na de invoering van het provisieverbod beginnen “op te warmen”. “Ik hoor vanuit de markt dat consumenten het okay vinden om rechtstreeks te gaan betalen. Maar bij de bedragen die ze moeten betalen zit er nog wel een verschil tussen de perceptie van de prijs en wat deze in werkelijkheid is.”  Daarbij is een hoge prijs in de optiek van Denkers niet per se verdacht. “Goed advies waar de consument echt wat aan heeft kan opwegen tegen een hogere adviesprijs. Met een lagere adviesprijs ben je uiteindelijk niet altijd beter uit.”
Het hoofd toezicht gaf aan dat er nog veel onduidelijkheid bestaat bij de consument over de manier waarop de adviesprijs is opgebouwd. “Er zijn allemaal verschillende kostenposten en de consument vraagt zich af waar die voor zijn.” Daar tegenover zette hij wel “dat de toename van de keuzemogelijkheden voor de consument hand in hand dient te gaan met een extra inspanning van de consument om meer inzicht te verwerven”. Denkers is ervan overtuigd dat het dienstverleningsdocument (DVD) hier “enorm” bij gaat helpen. 
Andere vragen die de AFM krijgt gaan over consumenten die naar eigen zeggen plotseling worden geconfronteerd met een adviesnota, de hoogte van de advieskosten en over serviceabonnementen.  Ten aanzien van de reikwijdte van de provisie op bestaande producten (voor 1 januari 2013 gesloten) gaf Denkers aan dat er sprake moet zijn van een “materieel advies moment” wil de aanbieder of tussenpersoon extra advieskosten in rekening kunnen brengen.
Bijzondere aandacht was er voor de Rabobank-casus. “Ik ga ervan uit dat het uiterlijk op 30 juni gefixt is”, aldus Denkers. Hij wilde niet ingaan op de specifieke consequenties mocht Rabo de zelfverklaarde deadline niet halen en stelde slechts in zijn algemeenheid dat de AFM kan overgaan tot een normoverdragend gesprek, een boete en alles wat daar tussen zit.
Pikant was nog een kleine discussie over de gratis oriëntatiefase bij een adviestraject. Denkers: “Zo’n traject is voor de klant en de adviseur bedoeld om elkaar te besnuffelen en om te voorkomen dat uiteindelijk moet worden betaald voor iets dat bij voorbaat al niet haalbaar bleek. Het is niet de bedoeling dat de oriëntatiefase dusdanig lang wordt opgerekt om uiteindelijk te kunnen schermen met een lage  adviesprijs.” Nadat Rabobank in februari afscheid nam van haar nieuwe advieskostenmodel, maakt het bekend te werken aan een variant waarbij een gratis oriëntatie het startpunt is.

Reageer op dit artikel