nieuws

Raad van State wijst beroep tegen nationalisatie SNS Reaal af

Branche

Minister Dijsselbloem (Financiën) heeft bij de nationalisatie van SNS Reaal terecht besloten tot het onteigenen van effecten en achtergestelde leningen van het concern. Dat heeft de Raad van State maandag geoordeeld. De onteigening van toekomstige vorderingen was echter niet toegestaan, aldus de hoogste bestuursrechter van ons land.

Raad van State wijst beroep tegen nationalisatie SNS Reaal af

Onder meer de Vereniging van Effectenbezitters, de Stichting obligatiehouders SNS, de FNV en veel particulieren hadden bij de Raad van State beroep aangetekend tegen de onteigening. Zij kunnen tegen de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak geen beroep aantekenen. “De Raad van State is van oordeel dat de minister bevoegd was tot onteigening van de effecten en de achtergestelde onderhandse leningen van SNS Bank en SNS Reaal. Daarbij heeft de Raad van State onder meer belang gehecht aan het feit dat SNS Bank niet op eigen kracht haar kapitaaltekort kon oplossen dat met name door verliezen op de vastgoedportefeuille van SNS Bank was ontstaan.” Ook speelde mee dat het concern niet kon voldoen aan de door SNB gestelde deadline van 31 januari voor het vinden van een structurele oplossing voor het kapitaaltekort. “Zonder ingrijpen van de minister zou SNS zeer waarschijnlijk failliet zijn gegaan, wat eveneens het faillissement van ASN Bank en RegioBank zou hebben betekend. Verder zou een faillissement door het depositogarantiestelsel grote gevolgen hebben gehad voor de Nederlandse banken en de staat.” De stabiliteit van het financiële stelsel was ernstig en onmiddellijk in gevaar, aldus de bestuursrechter.
Door de onteigening zagen beleggers zo’n € 1,3 mld aan effecten verdampen.
Alle vorderingen die de voormalige effectenbezitters zouden kunnen instellen, mochten echter niet worden onteigend. “De onteigening van deze vorderingen, die concurrente vorderingen zijn, is niet in overeenstemming met Dijsselbloems eigen keuze om die vorderingen juist buiten de onteigening te houden. Bovendien verdraagt onteigening van deze toekomstige vorderingen zich slecht met het stelsel van schadeloosstelling zoals opgenomen in de Wet op het financieel toezicht.”
Lees hier de volledige uitspraak van de Raad van State.

Reageer op dit artikel