nieuws

‘Adviseur en consument niet per definitie tot elkaar veroordeeld’

Branche

Adviseurs die over willen stappen op een abonnementensysteem zijn daarbij niet altijd gehouden aan de zorgplicht die voortvloeit uit bestaande provisieregelingen. Dit concludeert Jurjen Oosterbaan Martinius uit de jurisprudentie van de afgelopen jaren en de ‘MultiSafe-zaak’ in het bijzonder. De directeur van bureau D & O betreurt de “eenzijdige” manier waarop over abonnementen wordt gecommuniceerd, ook door Adfiz.

‘Adviseur en consument niet per definitie tot elkaar veroordeeld’

Oosterbaan Martinius gaat in een nieuwsbrief van bureau D & O in op het rumoer dat ontstond naar aanleiding van een uitzending van TROS Radar. Hierin kwamen enkele consumenten naar voren die naar aanleiding van het provisieverbod door hun adviseur min of meer werden gedwongen om over te stappen op een serviceabonnement. Mag niet, concludeerde presentatrice Antoinette Hertsenberg. Er was immers in het verleden door middel van (afsluit)provisie al betaald voor de dienstverlening die de betrokken adviseurs nu in hun abonnement wilden insluiten. Bovendien zou de tussenpersoon op oude verzekeringsovereenkomsten gehouden zijn aan de zorgplicht.
“Tekort door de bocht”, oordeelt Oosterbaan Martinius. “Als er in het verleden niets is afgesproken over de wederzijdse verplichtigen van klant en adviseur is de zorgplicht een goed richtsnoer voor de civiele rechter. De jurisprudentie leert dat hij een geschil in eerste instantie kijken of de tussenspersoon heeft gehandeld zoals de consument van een ‘redelijk handelend en redelijk bekwaam’ adviseur had mogen verwachten.”
Maar dat wil volgens de directeur van Bureau D & O niet zeggen dat de adviseur en de consument per definitie tot het einde der tijden tot elkaar veroordeeld zijn. “Het vonnis in de zaak Consumentenbond vs. MultiSafe is wat dat betreft een mijlpaal omdat de rechter daarbij indirect  heeft bepaald dat de zorgplicht blijft duren tot het moment dat de adviesovereenkomst in alle redelijkheid en billijkheid wordt opgezegd.” De wijze van provisiebetaling wijst daarbij vaak de weg, stelt Oosterbaan Martinius. “Als er alleen sprake is geweest van afsluitprovisie, dan mag de consument in alle redelijkheid verwachten dat de adviseur de hele looptijd voorziet in de zorgplicht. Bij doorlopende provisie ligt dat al anders. Dan is de prestatie van de adviseur veel meer gekoppeld aan de jaarnota en is het veel meer te billijken als de tussenpersoon voor het aanbreken van de nieuwe periode aangeeft de overeenkomst te willen beëindigen.”   
Oosterbaan heeft zich erover verbaasd dat brancheorganiatie Adfiz in haar reacties op de Radar-uitzending met geen enkel woord heeft gerept over de MultiSafe-zaak. “Zeker als je bedenkt MultiSafe-voorman Michael Mackaaij een prominent Adfiz-lid is.” Over de toon van de voorbeeldbrief die Adfiz opstelde voor consumenten die worden geconfronteerd met adviesabonnementen voor hun bestaande verzekeringen, is hij ronduit teleurgesteld. “Dat Adfiz in haar communicatie de consumenten  nu meer centraal stelt, prima. Maar de toon van deze brief is dusdanig gekozen dat de adviseur standaard in de verdediging wordt gedwongen.”
 

Reageer op dit artikel