blog

De dubbele gok van Dijsselbloem

Branche 3851

De wereld zit vol verrassingen. Jeroen Dijsselbloem had het begin dit jaar ongetwijfeld voor onmogelijk gehouden dat hij kort voor Prinsjesdag nog twee wetsvoorstellen zou aanbieden aan de Tweede Kamer. Tenzij hij er op gokte dat de PvdA deel zou uitmaken van de nieuwe regering en dat hij weer minister van Financiën zou worden. Een dubbele gok dus, waarbij de verkiezingsuitslag beslissend zou zijn. Inmiddels weten we dat deze gok verkeerd zou uitpakken. En het lijkt onwaarschijnlijk dat Dijsselbloem gedacht zou hebben, dat hij dit zou doen als demissionair minister van Financiën. Toch liggen er nu twee wetsvoorstellen van zijn hand: de Wet transparant toezicht financiële markten en de Wet implementatie richtlijn verzekeringsdistributie. Naar verwachting is er in de loop van oktober een nieuwe regering, zodat het inwerkingtredingsbesluit van deze wetten niet door Dijsselbloem maar door zijn opvolger zal worden getekend.

De dubbele gok van Dijsselbloem

De richtlijn verzekeringsdistributie of Insurance Distribution Directive (doorgaans afgekort tot IDD) is op 23 februari 2016 in werking getreden. Uiterlijk twee jaar later, op 23 februari 2018, moet de IDD zijn geïmplementeerd in de nationale wetgeving van de lidstaten van de Europese Unie. Dat geldt ook voor de nog niet gepubliceerde gedelegeerde handelingen (delegated acts). Wie mocht denken dat aan deze eis is voldaan als de Wet implementatie richtlijn verzekeringsdistributie tijdig van kracht wordt heeft het mis. Deze wet ziet enkel op aanpassingen in de Wet op het financieel toezicht (Wft). De regelgeving met betrekking tot de distributie van verzekeringsproducten heeft echter ook gevolgen voor het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo), het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft (BMfo) en de Vrijstellingsregeling Wft (Vr). Deze moeten tegelijk met de Wft worden aangepast. Pas na publicatie van de wijzigingsvoorstellen daarvan wordt duidelijk wat het door de wetgever beoogde resultaat is van de implementatie van de IDD en welke de consequenties dit heeft voor de dagelijkse praktijk.

Verzekeringsdistributeurs

De te implementeren richtlijn komt in de plaats van de richtlijn verzekeringsbemiddeling, welke enkel betrekking had op verzekeringstussenpersonen en herverzekeringstussenpersonen. Deze twee begrippen worden ook gebruikt in de IDD. Andere financiële ondernemingen waarop de IDD van toepassing is zijn nevenverzekeringstussenpersonen, verzekeringsondernemingen (verzekeraars) en herverzekeringsondernemingen (herverzekeraars). Nevenverzekeringstussenpersonen zijn tussenpersonen met een hoofdberoep niet zijnde verzekeringsdistributie, die bepaalde verzekeringen aanbieden als aanvulling op een goed of dienst. Het verzamelbegrip verzekeringsdistributeur omvat verzekeringstussenpersonen, nevenverzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen. In de richtlijn komt ook het – niet gedefinieerde – verzamelbegrip herverzekeringsdistributeur voor. Daaronder vallen de herverzekeringstussenpersonen en herverzekeringsondernemingen. De Wft kent, mede door het feit dat dit geen sectorale wet is, een afwijkend begrippenapparaat.

Direct writers

De belangrijkste wijziging ten opzichte van de richtlijn verzekeringsbemiddeling is, dat ook rechtstreeks  distribuerende verzekeraars (direct writers) onder het IDD-regime vallen. Dat geldt tevens voor aanbieders van vergelijkingssites. Hun activiteiten worden onder bepaalde voorwaarden als bemiddelen aangemerkt. In ons land is dat overigens al de bestaande praktijk. Wél nieuw is dat een verbonden bemiddelaar als zodanig kan optreden voor een andere bemiddelaar (maar niet voor een gevolmachtigd agent!). Ook nieuw is dat vóór het sluiten van een schadeverzekering een standaardinformatiedocument moet worden verstrekt aan de aspirant-verzekeringnemer. Financiëledienstverleners moeten voorafgaand aan het sluiten van een verzekering op basis van de door de aspirant-verzekeringnemer verstrekte informatie diens wensen en behoeften vaststellen en hem uitsluitend informatie verstrekken over verzekeringen die daarmee in overeenstemming zijn. Vergeleken met de richtlijn verzekeringsbemiddeling bevat de IDD uitgebreide informatieverplichtingen en gedragsregels. In veel gevallen gaat het om regelingen die de Wft en het BGfo al kennen in min of meer dezelfde vorm. In sommige gevallen gaat het om regelingen die verder gaan dan wat in de IDD is vastgelegd. Een voorbeeld daarvan is het provisieverbod. Daarover zegt de toelichting dat Nederland ervoor kiest om het provisieverbod te handhaven.

Beschikbaarheid delegated acts

Het is nog maar de vraag of de delegated acts op tijd beschikbaar komen en, niet minder belangrijk, in welke vorm. Tot nog toe heeft de Europese Commissie enkel het voor schadeverzekeringen verplichte standaardinformatiedocument vastgesteld. De daarop betrekking hebbende regels zijn op 12 augustus 2017 gepubliceerd in de vorm van een uitvoeringsverordening. Deze verordening, die rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten en daarom niet in de Nederlandse regelgeving hoeft te worden geïmplementeerd, is sinds 1 september jl. van kracht. Strekking en vorm van de delegated act inzake het productontwikkelingsproces kunnen aanleiding geven tot een nadere uitwerking in het BGfo. Voor zover thans bekend zal in het BGfo een bepaling worden opgenomen die de  verzekeringstussenpersoon die onafhankelijk adviseert verplicht om een toereikend aantal in de markt verkrijgbare verzekeringen, die qua soort en verzekeraar voldoende gediversifieerd zijn, te beoordelen. Voor distributeurs van verzekeringen met een beleggingscomponent bevat IDD een apart hoofdstuk met aanvullende vereisten. Met betrekking tot twee van de daarin opgenomen artikelen is een delegated act in het vooruitzicht gesteld. Ook hiervoor geldt dat, afhankelijk van de strekking en de vorm daarvan, aanpassingen in het BGfo noodzakelijk kunnen zijn.

Gevolmachtigd agenten

De Wet implementatie richtlijn verzekeringsdistributie is van toepassing op financiële ondernemingen die zich bezighouden met de distributie van verzekeringsproducten. In Wft-termen gaat het daarbij om verzekeraars, herverzekeraars, adviseurs, bemiddelaars, verbonden bemiddelaars en herverzekeringsbemiddelaars. Volgens de wetgever moeten ook gevolmachtigd agenten worden aangemerkt als verzekeringsdistributeur. Ten onrechte, vind ik. Gevolmachtigd agenten zijn van oorsprong weliswaar verzekeringstussenpersonen, maar dat is in Nederland niet meer het geval. Het Protocol volmacht schrijft voor dat een gevolmachtigd agent niet tevens als verzekeringstussenpersoon werkzaam mag zijn. Het lijkt erop dat de kwaliteit van de toelichting op het wetsvoorstel op dit punt heeft geleden onder de haast waarmee die is geschreven. Daarin staat: “In Nederland hebben 8043 bemiddelaars (inclusief gevolmachtigde agenten) in verzekeringen een vergunning voor het bemiddelen in verzekeringen.” Dat is verre van juist. Een gevolmachtigd agent heeft een vergunning om als zodanig op te treden – niet een vergunning om te bemiddelen. In de berekening van de nalevingskosten voor het aanpassen van ICT-systemen (€ 10000), het opstellen van het voorgeschreven informatiedocument per schadeverzekering (€ 1500) en structurele nalevingskosten (€ 5000) worden gevolmachtigd agenten niet genoemd, terwijl zij daar wél mee te maken krijgen. Bovendien wordt er geen rekening mee gehouden dat ook gevolmachtigd agenten zullen moeten nagaan of hun productontwikkelingsproces voldoet aan de IDD-regels en kosten moeten maken om dit proces aan te passen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.