blog

Provisieverbod vormt geen belemmering voor vrij dienstenverkeer

Branche 7688

Wie het woord ‘provisieverbod’ in de mond neemt kan rekenen op reacties. Véél reacties. Dat hebben we onlangs weer mogen zien. Het bericht dat volgens de CFD het provisieverbod strijdig is met het Europese recht werd ruim 7.500 keer bekeken. Deze stellige bewering leverde tientallen reacties op. Het gros daarvan ging overigens voorbij aan de bewering als zodanig. Wel was er volop kritiek op het provisieverbod. Tja, dan gaat het over een gepasseerd station. Er is nu eenmaal een provisieverbod. Daar moeten we mee leven. Dat geldt ook voor degenen het maar niks vinden. Of de evaluatie straks tot een andere uitkomst zal leiden, is op zijn minst twijfelachtig.

Provisieverbod vormt geen belemmering voor vrij dienstenverkeer

Dat tegenstanders van het provisieverbod aansturen op afschaffing daarvan, is hun goed recht. En dat ze de komende evaluatie ervan aangrijpen eveneens. Maar dan moeten ze wel de juiste argumenten gebruiken. Strijdigheid met het Europees recht is dat niet. Ik zal uitleggen waarom daarvan geen sprake is. Dat ik daarbij hier en daar moet teruggrijpen op de juridische werkelijkheid moge duidelijk zijn. Daarbij komt het EU-Werkingsverdrag (VwEU) om de hoek kijken. Maar ook de Wft en het BGfo.

Verboden
Binnen de Europese Unie zijn beperkingen op het vrij verrichten van diensten verboden. Dat is, zeg maar, de hoofdregel. Deze is vastgelegd in artikel 56 VwEU. Dit houdt in dat alle EU-onderdanen ook in andere lidstaten van de Europese Unie diensten (moeten) kunnen verrichten. En bovendien in enkele landen die geen lid zijn van de Europese Unie: Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Deze landen en de lidstaten vormen samen de Europese Economische Ruimte (EER). Voor dienstverleners uit een EER-land die in een andere EER-land diensten willen verrichten is het Europees paspoort ingevoerd. Voor verzekeringstussenpersonen is dat geregeld in de Europese richtlijn Verzekeringsdistributie. Deze is in de plaats is gekomen van de richtlijn Verzekeringsbemiddeling.

Principes
Voor verzekeringstussenpersonen, maar ook voor verzekeraars, gelden twee belangrijke principes. Het ene is home country control. Dit houdt in dat het toezicht wordt uitgeoefend door het land waar een verzekeringstussenpersoon of verzekeraar is gevestigd. Het andere is het single license-principe. Dit betekent dat er geen vergunning nodig is van het EER-land waarin of waarnaar een verzekeringstussenpersoon of verzekeraar diensten wil verrichten. Het Europees paspoort volstaat. Dat stelt Nederlandse verzekeringstussenpersonen en verzekeraars in staat om in een ander EER-land actief te zijn. En andersom kunnen in een ander EER-staat gevestigde verzekeringstussenpersonen en verzekeraars met dit paspoort toegang krijgen tot de Nederlandse markt. Om dit laatste gaat het bij het provisieverbod.

Procedure
In hoofdstuk 2.3 van deel 2 van de Wft wordt beschreven hoe verzekeringstussenpersonen (in Wft-termen: bemiddelaars) en verzekeraars te werk moeten gaan als zij zich willen gaan bezighouden met dienstverrichting naar een andere lidstaat. Zij moeten daartoe de zogenaamde notificatieprocedure volgen. Die bestaat uit een eenvoudige kennisgeving aan de AFM respectievelijk DNB. Voor verzekeringstussenpersonen en verzekeraars uit een ander EER-land die in Nederland actief willen worden door middel van ‘vrije dienstverrichting’ geldt die procedure ook, maar dat is vastgelegd in de wetgeving van het betreffende land.

Details
Een gedetailleerde beschrijving van het provisieverbod ligt vast in artikel 86c BGfo. De wettelijke grondslag daarvan is te vinden in deel 4 van de Wft, namelijk in artikel 4:25a Wft. Dit deel 4 van de Wft bevat de regels over het gedragstoezicht. In artikel 4.1 Wft is geregeld voor welke financiële ondernemingen deze gedragstoezichtregels gelden. Voor zover het om verzekeringstussenpersonen en verzekeraars gaat zijn dat alle verzekeringstussenpersonen en verzekeraars, die ingevolge hoofdstuk 2.2 in Nederland financiële diensten mogen verlenen. Voor Nederlandse verzekeringstussenpersonen en verzekeraars is dat het geval als zij een vergunning hebben van de AFM respectievelijk DNB. En verzekeringstussenpersonen en verzekeraars uit een EER-land moeten de notificatieprocedure hebben doorlopen.

Regels
Dit betekent dat in ons land voor verzekeringstussenpersonen en verzekeraars uit Nederland én die uit andere EER-landen dezelfde gedragsregels gelden. Dus ook het provisieverbod. De uit andere EER-landen komende verzekeraars worden gelijk behandeld. Immers, zij kunnen zonder enige belemmering via vrije dienstverrichting in ons land actief zijn. Er is geen extra drempel om de Nederlandse markt te betreden, dus is er geen strijd met de Europese regelgeving. Dat zij zich moeten houden aan de Nederlandse gedragsregels is geen toegangsdrempel. Als verzekeraars uit een EER-land geen zaken meer willen doen in Nederland kan dat niet worden toegeschreven aan het provisieverbod.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.