blog

Geachte heer Van Koesveld,

Branche

Bedankt voor uw brief van 30 april jongstleden. U geeft een krachtig signaal af en uit uw zorgen over de PEplus-examens in het nieuwe vakbekwaamheidsstelsel. Ik ga graag in op uw zorgen en de manier waarop de AFM met signalen omgaat. Ook wil ik u van harte uitnodigen om in een persoonlijk gesprek nader op dit onderwerp in te gaan.

Geachte heer Van Koesveld,

Financieel adviseurs zijn een belangrijke schakel in het leven van consumenten. Zo is het afsluiten van een hypotheek een van de belangrijkste financiële beslissingen in ons leven. Ook de keuze voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering door een startende zelfstandige is heel impactvol en complex. Heel veel consumenten kiezen hierbij voor de begeleiding van adviseurs en bemiddelaars. Daarbij is het de bijzondere band met uw klant die uw werk zo uniek maakt. Maar dat schept ook verplichtingen. Als een klant u vol vertrouwen de risico’s en onzekerheden in het leven in uw handen legt, dan moet u daar ook iets tegenover stellen. Namelijk de ondubbelzinnige keuze voor zíjn belang.

Het uitgangspunt van de nieuwe vakbekwaamheidseisen is dat adviseurs (zowel zelfstandig als in dienst van een aanbieder) en bemiddelaars, net als voorheen, een vakbekwame financiële dienstverlening bieden aan klanten. En dat elke klant erop kan vertrouwen dat de adviseur die tegenover hem zit doorlopend over het juiste diploma beschikt en hem qua kennis en kunde goed kan begeleiden bij zijn financiële besluiten. Daar zijn we het met elkaar denk ik over eens, uw mooie vak moet op niveau gehouden worden.

Vanwege de belangrijke en bijzondere rol die adviseurs spelen voor hun klanten vind ik het dus terecht dat de lat hoog ligt. Dit komt ook tot uiting in de manier waarop invulling wordt gegeven aan het bijhouden van de vakbekwaamheid. Door dit te doen houden we kwalitatief gedegen financieel advies beschikbaar voor de consument, iets wat we allebei nastreven.

Signalen uit de markt en contacten met stakeholders
In mijn toespraak tijdens de AM:Verzekeringsbranchedag vorig jaar november heb ik adviseurs en bemiddelaars aangemoedigd om vooral actief ervaringen te blijven delen met de AFM. Dat hebben verscheidene van uw collega’s gedaan en daar ben ik dankbaar voor. We hebben deze signalen kunnen aankaarten bij het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) en dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen bij de examens. Daarom wil ik u ook bedanken voor uw brief en het signaal dat u aan ons geeft. Op deze manier werken we samen aan het verbeteren van de examens en daarmee bevorderen we de advieskwaliteit in de praktijk.

Het zal u niet onbekend zijn dat wij de vele meldingen en signalen die de AFM binnenkrijgt gebruiken om vorm te geven aan ons toezicht. En dat dit betekent dat we regelmatig in gesprek treden met relevante stakeholders. Zo ook ten aanzien van de nieuwe vakbekwaamheidsregels. Hierbij zijn onze stakeholders in ieder geval het ministerie van Financiën, het CDFD en opleidings- en exameninstituten. Daarnaast hebben we ook met de branche- en beroepsverenigingen in uw sector frequent contact, evenals met individuele adviseurs en ondernemingen. Zowel om signalen op te halen als om gezamenlijk naar mogelijke oplossingen te kijken. Tot slot heeft een groot deel van de markt hun ervaringen en mening gedeeld via de enquêtes die wij vorig jaar hebben uitgezet.

Eerste reactie op uw zorgen
U maakt zich in uw brief bovenal zorgen over de beschikbaarheid van financieel advies voor de consument als adviseurs er niet tijdig in slagen diploma’s te behalen. Wij streven naar een goede aansluiting tussen de behoeften van klanten aan ondersteuning en dienstverlening bij een financieel vraagstuk en het aanbod in de markt. Ook wat betreft de beschikbaarheid van kwalitatief gedegen financieel advies. Het is daarom goed om te zien dat het aantal adviseurs dat examen aflegt sterk toeneemt, evenals het percentage adviseurs dat slaagt. In de Kamerbrief van 16 april 2015 lezen we dat het slagingspercentage in de maanden januari en februari gestegen was ten opzichte van het jaar daarvoor. Ook bleek dat in deze maanden het aantal adviseurs dat examen heeft afgelegd fors is gestegen. Zo hebben alleen al in de maand februari 21.531 adviseurs examens afgelegd. Ook uit gesprekken met stakeholders blijkt dat zowel het slagingspercentage als het aantal afgelegde examens de goede kant op blijft gaan. Dit geeft mij goede hoop dat de markt tijdig aan de diplomaplicht kan voldoen. Dit neemt overigens niet weg dat wij de ontwikkelingen de komende maanden nauwlettend zullen volgen om te zien of deze trend zich doorzet.

Daarnaast uit u uw zorgen over de invulling van het PEplus-systeem: de mate waarin de toetsing van kennis praktijkgericht is en het gebrek aan lesstof ten aanzien van de toetsing van competenties en vaardigheden. Vooruitlopend op ons gesprek kan ik u daarover alvast het volgende zeggen.

Financiële dienstverleners ervaren bij de examenvragen soms onvoldoende aansluiting bij de eigen adviespraktijk. Er zijn echter verschillen tussen de diverse adviespraktijken, zoals die van onafhankelijk financieel adviseurs en die van financieel adviseurs die bij aanbieders werken.

De makers van de examenvragen (werkzaam bij een door het ministerie van Financiën gekozen onafhankelijk en professionele organisatie) zorgen ervoor dat bij de Wft-examens vragen aan de orde komen die betrekking hebben op de verschillende adviespraktijken. Deze worden vervolgens nog eens beoordeeld door onafhankelijk toetsdeskundigen en onafhankelijke externe inhoudsdeskundigen die het CDFD inschakelt. Hierbij krijgt de praktijkgerichtheid nadrukkelijker aandacht.

In reactie op signalen ten aanzien van de beschikbare lesstof zijn vorig jaar oktober de voorbeeldvragen door het CDFD beschikbaar gesteld. Ook zijn opleidingsinstituten steeds meer materiaal gaan ontwikkelen om financiële dienstverleners te helpen bij de voorbereiding op de nieuwe examenonderdelen professioneel gedrag en vaardigheden en competenties. Gelukkig zien we in eerder genoemde Kamerbrief dat op alle drie de onderdelen van het examen gemiddeld boven de cesuurnorm wordt gescoord. In januari en februari van dit jaar is bij het onderdeel kennis en begrip 78,1 procent van alle vragen goed beantwoord. Bij competenties en vaardigheden is dit 69,3 procent en bij vragen over professioneel gedrag 79 procent. Bij zowel de onderdelen competenties en vaardigheden als professioneel gedrag, beide nieuwe onderdelen van het examen, is de markt in staat om dergelijke vragen met voldoende resultaat te beantwoorden. Hierbij valt tevens op dat het onderdeel professioneel gedrag het beste wordt gemaakt.

Echter ten aanzien van de aansluiting van examens bij de praktijk en de noodzaak voor meer lesstof ga ik graag met u het gesprek aan. Los van de aanvullende acties die zijn ondernomen vind ik het belangrijk met u te bespreken in welke mate verdere verbeteringen opportuun en nodig zijn. De AFM worstelt hierbij ook met de rol die ze moet spelen ten aanzien van de kwaliteit van de examens en de verschillende geluiden die we horen over hoe het er nu voorstaat. Hopelijk kunt u ons hierbij met concrete ervaringen ondersteunen.

Uitnodiging voor persoonlijk gesprek
Geachte meneer Van Koesveld, ik nodig u graag uit voor een persoonlijk gesprek om verder in te gaan op uw zorgen. Zodat ik een nog beter begrip krijg van wat er gaande is en welke ervaringen er in de markt leven. Vanuit onze gezamenlijke doelstelling om kwalitatief gedegen advies beschikbaar te houden voor de consument kunnen we hier verder over praten en kan ik indien nodig in overleg treden met het ministerie van Financiën.

Met vriendelijke groet,
Autoriteit Financiële Markten
Merel van Vroonhoven
Voorzitter van het Bestuur

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.