nieuws

Verzekerde gedupeerd door compensatie op woekerpolis

Archief 4861

De rechtbank in Breda heeft onlangs het bezwaar dat een man had ingesteld tegen belastingheffing over een ontvangen compensatie op een woekerpolis afgewezen. Volgens de rechter valt de vergoeding te kwalificeren als belastbaar inkomen. Hierdoor heeft de man ook zijn recht op ouderenkorting grotendeels verloren en moet hij eerder genoten korting terugbetalen.

Verzekerde gedupeerd door compensatie op woekerpolis

De man ontving in 2013 van Reaal een compensatie van 761 euro voor kosten die in het verleden ten onrechte op zijn lijfrentepolis waren ingehouden. Bij de aangifte inkomstenbelasting vermeldde hij de compensatie niet, waarna de belastinginspecteur het belastbaar inkomen verhoogde van € 34.733 naar € 35.524. De belastingdienst weigerde het bezwaarschrift van de man te behandelen omdat hij dit laat zou hebben ingediend.

De rechtbank Breda vindt het terecht dat de belastingdienst het bezwaarschrift niet ontvankelijk heeft verklaard en stelt dat de man onvoldoende heeft aangetoond het bezwaar wel op tijd te hebben ingediend. Diens kritiek op de postbezorging door PostNL doet daar volgens de rechter weinig aan af.
Inhoudelijk krijgt de belastingdienst ook gelijk van de rechtbank. De compensatie op de woekerpolis is volgens de rechter inkomen uit werk en woning. “De ontvangen compensatievergoeding is immers onderdeel van de lijfrente-uitkeringen en valt derhalve onder de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in afdeling 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB). Zo dat niet het geval zou zijn, dan zou het bedrag van € 791 beschouwd moeten worden als een teruggaaf van een deel van de eerder betaalde (en afgetrokken) lijfrentepremies en dus als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen als bedoeld in afdeling 3.8 van de Wet IB. In beide gevallen leidt dat tot belastbaarheid van het bedrag.”

Moment van ontvangen
Ook het bezwaar van de verzekerde dat de compensatie betrekking had op meerdere jaren en ook als zodanig gespreid moet kunnen worden houdt volgens de rechtbank geen stand. “Artikel 3.146 van de Wet IB bepaalt echter dat inkomen wordt genoten en belast op – in dit geval – het moment dat de compensatievergoeding door belanghebbende wordt ontvangen. Er bestaat geen wettelijke grondslag om de uitkering aan andere jaren toe te rekenen.”

Extra zuur
Voor de verzekerde pakte de compensatievergoeding nog eens extra zuur uit om hij door de vergoeding net boven de inkomensgrens voor ouderenkorting uitkwam. Hierdoor verloor hij voor een groot deel het recht op deze korting. Bovendien moet hij de ouderenkorting die hij in 2013 kreeg terugbetalen. Ook op dit vlak kan de rechtbank niets voor hem betekenen. “Het is de keuze van de wetgever geweest bepaalde inkomensgrenzen te trekken bij de toepassing van de ouderenkorting. Voor zover belanghebbende meent dat dat in zijn geval een juiste toepassing van de wet achterwege moet blijven omdat die leidt tot een uitkomst die hij onredelijk acht, kan de rechtbank hem niet helpen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.