nieuws

DNB: UFR voor verzekeraars naar realistisch niveau

Archief 1498

EIOPA, de Europese toezichthouder voor de verzekeringsbranche, heeft een consultatie geopend over de bepaling van de ultimate forward rate (UFR) voor verzekeraars, de rekenrente voor het contant maken van verplichtingen op de lange termijn. De Nederlandsche Bank (DNB) maakt zicht hard voor ‎een methode die beter aansluit bij de economische realiteit, in lijn met de Nederlandse UFR-methode voor pensioenfondsen.

DNB: UFR voor verzekeraars naar realistisch niveau

Het verschil tussen de vastgestelde UFR van 4,2% en de lage marktrentes is de afgelopen jaren gestaag toegenomen, waardoor het effect van de huidige lage renteomgeving op verzekeraars maar deels zichtbaar is in hun financiële rapportages en geeft de solvabiliteitspositie van verzekeraars een te rooskleurige weergave van hun financiële situatie. EIOPA heeft dan ook een consultatie geopend om de meningen te peilen over een nieuwe methode om de UFR te bepalen. De impact van het rekenen met een nieuwe UFR kan voor Nederlandse levensverzekeraars relatief groot zijn omdat zij gemiddeld veel langlopende verplichtingen hebben.

Voorstel EIOPA
De nieuwe methode die EIOPA voorstelt, streeft naar een balans tussen enerzijds een stabiele UFR en anderzijds de noodzaak om de UFR aan te passen, in lijn met realistische lange termijn verwachtingen van rente en inflatie. In het huidige voorstel zou de UFR, op basis van de huidige marktomstandigheden, uitkomen op 3,7%, waarbij de Europese toezichthouder een stapsgewijze aanpassing voorziet van maximaal 0,2 procentpunt per jaar. Hiermee komt het UFR-niveau dichter bij wat in Nederland momenteel van toepassing is voor pensioenfondsen. In tegenstelling tot de UFR voor verzekeraars, die Europees wordt vastgesteld, wordt de UFR voor Nederlandse pensioenfondsen namelijk in Nederland vastgesteld.

Inzet DNB
DNB ondersteunt het streven van EIOPA naar een meer realistische methode om de UFR voor verzekeraars te bepalen, en vindt daarbij de Nederlandse UFR-methode voor pensioenfondsen de meest geschikte. Deze methode is in 2013 door de Commissie UFR vastgesteld als meest realistische manier om de rekenrente vast te stellen en is door het kabinet omarmd voor pensioenfondsen. In vergelijking met het EIOPA-voorstel neemt de UFR-methode voor pensioenfondsen meer marktinformatie mee, ook voor langere looptijden. Hierdoor wordt beter rekening gehouden met onderliggende veranderingen in de economie. Hoewel tijdens de huidige consultatie enkel de bepaling van de hoogte van de UFR ter discussie staat, zal DNB er bij de Europese waakhond voor pleiten om op termijn ook de andere aspecten met betrekking tot de UFR te herzien.

Vervolg
Verzekeraars en andere belanghebbenden zijn tot 18 juli aanstaande in de gelegenheid om op bovenstaand voorstel te reageren. De Europese toezichthouder neemt in september een besluit over de nieuwe methode. De huidige UFR blijft in ieder geval tot eind 2016 ongewijzigd om een onverstoorde overgang naar Solvency II zoveel mogelijk te waarborgen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.