nieuws

Neerlandse: ‘Wij kunnen het overstromingsrisico adequaat managen’

Archief

Neerlandse kwam deze week in de belangstelling met de (her)introductie van de Overstromingsverzekering én met de reactie daarop van de verbolgen Hans van Ommen, die het bedrijf beticht van plagiaat. Neerlandse-directeuren Kosta Keramopoulos en Rogier van der Kooy Versteeg leggen uit hoe de polis nu eigenlijk tot stand is gekomen.

Neerlandse: ‘Wij kunnen het overstromingsrisico adequaat managen’

Keramopoulos en Versteeg hebben een boze brief gekregen van Hans van Ommen, die in het verleden met Eurolloyd een verzekering bood die het overstromingsrisico dekte. Volgens Van Ommen is zijn idee gekopieerd en zijn de polisvoorwaarden gelijk aan die van de Eurolloyd-polis destijds.

Wat vindt u van die kritiek?
Keramopoulos: “Ik heb eigenlijk geen zin om een publieke discussie aan te gaan. Natuurlijk verdient Van Ommen de credits voor het ontwikkelen van de Catastrofe Risico Polis. Het is nooit ons plan geweest om die te kopiëren. Dat kan ook niet. Als je de voorwaarden naast elkaar legt, zie je dat die verschillend zijn. Maar het is zeker zo dat Van Ommen ons, net als alle andere initiatieven in binnen- en buitenland, heeft geïnspireerd. In 2007 zag ik een documentaire over het overstromingsrisico. Het oorspronkelijke plan was om het product van Eurolloyd te gaan aanbieden. Toen bleek echter dat Eurolloyd was overgenomen door Delta Lloyd, dat het product uit de markt ging halen. Vervolgens besloot we samen om zelf aan een overstromingsverzekering te gaan werken. We hebben zélf een computermodel gemaakt en zélf een risicomodel ontwikkeld.”

U bood al eerder dekking voor het overstromingsrisico. Hoe zat dat?
Keramopoulos: “Neerlandse is in 2011 opgericht om specifiek dekking te bieden voor het overstromingsrisico. In 2012 kwamen we met de Catastrofeverzekering. Neerlandse heeft daarvoor onder meer gebruik gemaakt van een maatschappelijke kosten-batenanalyse en beschikbare provinciale risicokaarten. Wij konden ons toen net zoals nu op heel andere data, techniek en methoden baseren dan Hans van Ommen indertijd. Dat heeft dus ook geleid tot een ander risicomodel. Dat model was in 2012 nog niet ideaal, maar wel voldoende om met dekking van Lloyd’s-underwriter Kiln van start te gaan met de Catastrofeverzekering.”
Van der Kooy Versteeg: “Die bood ook een dekking voor andere calamiteiten die tot een overstroming konden leiden. Het idee van Van Ommen was juist om tegenover het overstromingsrisico ook andere risico’s te zetten. Zowel in 2012 als nu is dat geen argument geweest voor ons en voor underwriters. Wij hebben de andere risico’s er destijds bij meegenomen omdat ze tot een overstroming kunnen leiden. En in 2012 konden wij die met hetzelfde gemak en voor dezelfde prijs ook als risico op zichzelf aanbieden.”

Dat product is geen succes geworden. Waarom niet?
Van der Kooy Versteeg: “Een te lage dekking, een te hoge premie en een te beperkt distributiemodel. Maar er bleek juist veel belangstelling te zijn voor het overstromingsrisico. Daarom hebben wij het product tot dit risico beperkt, maar ongeacht de oorzaak van de overstroming. We willen nu een duidelijke dekking neerzetten. Dat is ook zoals onze Lloyd’s-underwriter Chaucer het wil.”

De vernieuwde verzekering is alleen via het intermediair te sluiten. Waarom?
Keramopoulos: “Ook verzekeraars kunnen dit product verkopen als ze willen. Een nieuw risico is voor een verzekerde vaak een nieuwe polis en een nieuwe merknaam. Het intermediair heeft meer mogelijkheden om het product uit te leggen en kan het onder eigen naam aanbieden. Neerlandse wordt alleen in de voorwaarden genoemd.” Rivez in Helmond is het eerste intermediairbedrijf dat de overstromingsverzekering aanbiedt. “Met andere partijen zijn we in gesprek.”

Waarom kan Neerlandse een verzekering bieden die de gehele branche in onderlinge samenwerking niet voor elkaar heeft gekregen?
Keramopoulos: “Het overstromingsrisico is een publiek issue. Verzekeraars zijn er te veel van uitgegaan dat er een collectieve verplichte dekking moest komen. Maar de sleutel tot een goede propositie is dat het juist geen verplichte verzekering moet zijn. Wij kunnen laten zien dat wij het risico adequaat kunnen managen. Onder meer doordat wij in ons systeem kunnen zien welk huis voor welk bedrag verzekerd is en wat de maximale schade is.”

Wat kost het?
Keramopoulos: “De bandbreedte in risico’s is enorm. Dat varieert bijvoorbeeld van een overstromingskans van eenmaal per honderd jaar in het noorden tot eenmaal per 8.000 jaar in het westen. Een verzekerde kan er ook voor kiezen om een deel van de waarde van woning en inboedel te verzekeren als het risico en de daarmee gepaard gaande premie te hoog zijn. Gemiddeld is de overstromingskans eenmaal per 1.500 a 2.000 jaar. De gemiddelde overstromingsdiepte is 50 tot 150 centimeter. Gaan we uit van een gemiddelde woningwaarde van € 250.000, dan betaal je een premie van zo’n € 70 per jaar, inclusief assurantiebelasting en provisie. Maar de risico’s variëren dus sterk. Sommige gebieden in het zuiden hebben een kans van 1 op 100.”

Andere kritiekpunten zijn dat het bestaan van de verzekering de overheid een mogelijkheid geeft geen schadevergoeding te betalen op grond van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) en dat de klachtenprocedure via het Verenigd Koninkrijk loopt.

Van der Kooy Versteeg: “Ook als een huishouden besluit geen overstromingsverzekering af te sluiten, kunnen er rechten ontleend worden aan de Wts. Die vergoedt niet alle kosten: het gaat om een tegemoetkoming, en dan alleen aan huis en inboedel. De regeling vergoedt evenmin schade die ‘redelijkerwijs verzekerbaar’ was. Volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie moet er sprake zijn van ‘meerdere aanbieders en een redelijke premievaststelling’. Omdat er maar één aanbieder is en de premies voor risicogevallen niet goedkoop zijn, kunnen burgers blijven vertrouwen op de Wts. Onze premies zijn redelijk in onze optiek, maar de markt zal het laten zien. Totdat dit product daadwerkelijk wordt gevoerd door verzekeraars en het intermediair en vele klanten een optie hebben, kan niet gesteld worden dat het te duur is of redelijk geprijsd.
En uiteraard heeft Neerlandse zich gecommitteerd aan het bindende advies van Kifid. Als een Nederlandse assuradeur vanuit Nederland een polis sluit voor een in Nederland gelegen inboedel of opstal, dan schrijft de hoofdregel van internationaal privaatrecht voor dat daarop Nederlands recht van toepassing is. Partijen mogen echter kiezen voor toepassing van het recht van een ander land. Dat hebben we natuurlijk juist niet gedaan, want wij willen dat Nederlands recht van toepassing is.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.