nieuws

Verzekeraars nemen ambivalent afscheid van ABBA-tijdperk

Archief

Over een dikke vijftig dagen is het zover. Vanaf 1 januari 2016 is, na jaren van voorbereiding, Solvency II de nieuwe realiteit voor verzekeraars. De branche is er klaar voor, zo bleek eind vorige week tijdens een mini-symposium over solvabiliteit en de financiële stabiliteit in Amsterdam. Tegelijkertijd was de kritiek op de nieuwe solvabiliteitseisen niet van de lucht.

Verzekeraars nemen ambivalent afscheid van ABBA-tijdperk

Solvency II moet bijdragen aan meer stabiliteit in de financiële sector, zo viel op te maken uit de woorden van Paul Hilbers, hoofd van de divisie Financiële Stabiliteit bij De Nederlandsche Bank en een van de sprekers tijdens het symposium in het Koninklijk Instituut voor de Tropen. “De financiële crisis heeft het denken over toezicht en regulering fundamenteel veranderd. Er is behoefte aan meer vooruitkijkend toezicht. Dat vertaalt zich in meer aandacht voor bedrijfsmodellen, governance en beloningsbeleid.”

De komst van Solvency II noemt Hilbers ‘long overdue’ (zeer achterstallig) al stelt hij zich bewust te zijn van de impact van de wetgeving op de verzekeringssector. “In totaal heb je het over een balanstotaal van € 521 mld, in vergelijking met banken en de pensioensector klein, maar die sectoren zijn echt oververtegenwoordigd gelet op de grootte van ons land.”

‘Er knipperen een paar lampjes, maar we gaan wel instappen’

Desondanks stelt Leo de Boer, directeur van het Verbond van Verzekeraars, dat de branche klaar is voor 1 januari. “We zijn ‘ready to take off’ wat Solvency II betreft. Er knipperen een paar lampjes, maar we gaan wel instappen. Solvency I stamt nog uit de tijd van ABBA”, stelt De Boer, die tussen neus en lippen door Dancing Queen als zijn favoriete deuntje van de voormalige Zweedse hitmachine noemt. De leden van het Verbond kunnen zich er volgens hem goed in vinden dat er nu eindelijk een opvolger is. “Het bouwwerk is er met pilaar 2 (governance) en pilaar 3 (verslaglegging) beter op geworden”, aldus de Boer.

Maar, zo vertelde een van de leden hem toen hij er onlangs naar vroeg, ‘conceptueel is het goed, maar te complex’. En er zitten volgens De Boer door de verschillen op de Europese verzekeringsmarkt weeffouten in de wetgeving. Zo hanteert alleen Spanje het Matching Adjustment principe om technische voorzieningen te berekenen tegen een op beleggingen afgestemde rente. En hanteert Duitsland een overgangstermijn van 16 jaar voor alle verzekeraars moeten voldoen aan de nieuwe vereisten.

‘Onze LTV is extreem hoog’

Hilbers stelt ook dat er imperfecties in Solvency II zitten. Hij wijst op de Ultimate Forward Ratio (UFR), het verwachte rentepercentage van 4,2% op de lange termijn dat Solvency II hanteert om de solvabiliteit te berekenen. “Als je de UFR nu toepast ben je niet marktconform bezig als je kijkt naar de lage rentestand.” Hij wijst erop dat ook Nederland op sommige vlakken een uitzonderingspositie inneemt, met name op hypothecair gebied. “Onze LTV is extreem hoog en dat wordt ook elders in Europa zo gezien. Als ik uitleg dat wij onze LTV aan het verlagen zijn van 106 naar 100 in 2018, denken ze dat ik me vergis en dat ik een verlaging naar 94 bedoel. In het Financieel Stabiliteitscomité is geadviseerd om de LTV hierna verder te verlagen naar 90. Dat heeft tot veel weerstand geleid, maar ik denk niet dat de discussie daarmee definitief voorbij is.”

Volgens Chris Figee, CFO bij ASR, betekent de invoering van Solvency II vooral veel werk voor de verzekeraars. Door de lage rente zijn ze volgens hem nu extra gevoelig voor de oplopende regeldruk. Inhoudelijke kritiek heeft hij ook. NHG telt niet mee in de bepaling van de benodigde buffer voor hypotheken en verzekeraars moeten in Solvency II rekening houden met een mogelijke wegloop van 40% van de winstgevende klanten. “Onrealistisch”, meent Figee.

Ten aanzien van de NHG kan De Boer hem na de koffiepauze al geruststellen: “We lijken er wat dat betreft toch uit te gaan komen met DNB.” Ook volgens De Boer zucht de Nederlandse verzekeringsbranche onder het zware toezichtregime. “Het is hier duurder om kapitaal aan te trekken dan voor verzekeraars in andere landen. Dat is foute boel en daarover zijn we in gesprek met DNB.” Een nieuwe discussie over het UFR vindt De Boer niet handig. “EIOPA (de Europese toezichthouder voor de verzekerings- en pensioensbranche, red.) heeft al aangegeven hier niet eerder dan eind volgend jaar op terug te komen. Het moet wat ons betreft ook geen politiek getal worden.”

‘De aanname van volledigheid is absurd’

Volgens Roger Laeven, hoogleraar Risk and Insurance aan de Universiteit van Amsterdam, zijn er met de invoering van Solvency II belangrijke stappen gezet op weg naar meer stabiliteit in de financiële sector. Wel is volgens hem sprake van fundamentele problemen bij risicoregelgeving. Balansen en ratio’s zijn vaak veel volatieler dan voorgespiegeld, de aanname van volledigheid is ‘absurd’, net als hanteren van principes als non-arbitrage of één prijs. “Verzekeraars zijn wezenlijk anders dan banken. Ze zijn veel beter in staat om tussentijds risico’s te dragen terwijl van een bank vaak overnight aan zijn verplichtingen moet voldoen. Ook kijkt de Europese wetgever in zijn optiek te veel naar de korte termijn. “Solvency II stelt nu als vereiste dat je over 1 jaar met een zekerheidspercentage van 99,5 aan je verplichtingen moet voldoen. De lange termijn en een diversificatie in de tijd ontbreken.” Wat hem betreft wordt de focus uiteindelijk, na de eerste evaluatie van Solvency II in 2018, verlegd naar een continuïteitsanalyse op de langere termijn.

Een van de aanwezigen vraagt Paul Hilbers of Solvency II zelf wel toekomstbestendig is aangezien begonnen werd met de wetgeving in 2003, ruim voor het uitbreken van de financiële crisis. Hilbers: “Is het af? Nee. Maar we gaan beginnen met wat we hebben.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.