nieuws

Minister Dijsselbloem over Wft-examens: ‘Ik ben van mening dat het systeem effectief, redelijk en billijk is.’

Archief

In schriftelijke antwoorden op vragen van Kamerleden zet Minister Dijsselbloem nog eens op een rijtje wat er gebeurd is rond de Wft-examens. Hij toont zich niet onder de indruk van de klachten.

Minister Dijsselbloem over Wft-examens: ‘Ik ben van mening dat het systeem effectief, redelijk en billijk is.’

Eerst de cijfers van de minister: tot nu toe is 2% van de kandidaten die in eerste instantie gezakt was na een aangepaste voorlopige uitslag alsnog geslaagd.

In totaal zijn er circa 170 klachten gemeld bij het CDFD, waarvan er 114 zijn afgehandeld.

In totaal zijn 75 vragen naar aanleiding van klachten sinds 3 februari herbeoordeeld. Circa een derde van die vragen werd aangepast maar niet uit de examens verwijderd omdat de kandidaat geen hinder had ondervonden van de fout in de vraag (bijv. tik- of taalfouten). Eén derde van de vragen werd wel uit de individuele examens verwijderd.

Naast de initiële Wft examens, worden er sinds maart PEplus-examens afgenomen. Een PEplus-examen toetst alleen relevante actualiteiten, vaardigheden en competenties. Sinds de start tot en met 21 juni jongstleden, zijn er in totaal 9.161 examens afgenomen.

Dit betreft 8.244 initiële examens en 917 PEplus-examens. Het gemiddelde slagingspercentage over alle afgenomen initiële examens bedraagt op dit moment 31,8% en over alle afgenomen PEplus-examens 56,5%.

15 procent
De verwachting is dat voor 1 januari 2016 circa 120.000 kandidaten een initieel Wftexamen zullen doen en dat ca. 60.000 kandidaten twee à drie verschillende PEplus examens zullen doen.

De verwachting is dat in het najaar de aantallen voor zowel de initiële Wft examens als de PEplus-examens zodanig zijn dat er per module conclusies te trekken zijn over de slagingspercentages. Tegen die tijd zal naar verwachting circa 10 tot 15 procent van de geprognosticeerde examens zijn afgelegd.

Dijsselbloem

Over alle kritiek:
Dijsselbloem: “Op een aantal punten sloten de vragen niet optimaal aan bij de nieuwe eisen die de eind- en toetstermen aan de vragen stelden. Daarom zijn er vragen aangepast. Verder is het ondanks een zorgvuldig proces toch altijd mogelijk dat vragen in de praktijk niet blijken te voldoen. Dat geldt voor bijna elk examen. Daarom vindt continu evaluatie plaats en worden de scores door de onderwijskundigen bijgehouden.”

Dijsselbloem reageert ook op de commotie rond de vraag ‘Wat is een laadschop?’

“Dat is een voorbeeld van een kennisvraag uit de module Wft Schade Zakelijk. In de toetstermen van Wft Schade Zakelijk staat vermeld dat de kandidaat de in de transportsector gebruikelijke transportmiddelen en hun benamingen kan onderscheiden. Bij het samenstellen van de eind- en toetstermen is nadrukkelijk gekozen voor een abstractere formulering zodat niet bij elke verandering in wet of regelgeving de toetstermen herschreven hoeven te worden. ‘Wat is een laadschop?’ is een voorbeeld van een kennisvraag de binnen deze toetsterm past. Een zakelijk schadeadviseur op startend niveau wordt geacht bekend te zijn met deze machine, zodat hij de risico’s die het werken met zo’n machine voor de ondernemer die eigenaar is, in kaart kan brengen en kan verzekeren.”

Pasgeboren kind
En specifiek over de vraag ‘Een vrouw opent een spaarrekening voor haar pasgeboren kind. Moet de adviseur haar eerst feliciteren of meteen met het adviesgesprek beginnen?‘ Dijsselbloem: “Dat is een voorbeeld van een vraag inzake professioneel gedrag. De vragen over professioneel gedrag zijn nieuw ingevoerd per 1 januari 2014. Gelet op het relatief grote aantal klachten over dit type vragen heeft het CDFD deze herbeoordeeld en aangescherpt.”

Rabobank
Op de vraag waarom de Rabobank nog niemand naar de examens heeft gestuurd, zegt Dijsselbloem: “Uit navraag bij Rabobank blijkt dat zij haar medewerkers eerst intern wil voorbereiden op de examens. Rabobank wil eerst een goed beeld krijgen van de inhoud en afname van de examens om zo een goed opleidingsplan te kunnen ontwikkelen voor haar medewerkers.”

“Hoewel ik daarvan geen volledig overzicht heb, bereiken mij wel signalen dat meer bedrijven een dergelijke afweging maken.”

“De slagingspercentages voor de initiële Wft modules Schadeverzekering Zakelijk en Consumptief Krediet zijn aanmerkelijk lager dan de overige slagingspercentages. Voor de PE-plus examens voor beide modules slaagt echter circa 65% in juni.”

“Dat betekent dat al eerder gediplomeerde adviseurs in staat zijn om de vragen voldoende te beantwoorden. Dat kan erop duiden dat de examinandi voor de initiële examens nog niet voldoende zijn getraind in de vaardigheden en competenties, maar het aantal examinandi is nog te beperkt om er definitieve conclusies aan te kunnen verbinden.”

Herzien
Over de noodzaak om het hele opleidingenbouwwerk te herzien, zegt de minister: “De keuze voor verplichte PE-examinering heb ik gemaakt omdat het in het oude systeem onvoldoende mogelijk was om de kwaliteit van de Permanente Educatie te borgen en adequaat toezicht te houden. Het nieuwe systeem stelt het belang van de consument centraal. Dit vereist financieel adviseurs die klantgericht en integraal adviseren. Verplichte permanente educatie levert daaraan een bijdrage.”

“Overigens wil ik er op wijzen dat grote delen van de markt achter het nieuwe bouwwerk en de centrale examinering staan, zoals ook bleek uit de gesprekken die in het najaar van 2013 op verzoek van de Kamer hebben plaatsgevonden met de verschillende brancheorganisaties.”

Iets verder op in het 22-pagina’s tellende document, zegt hij het nog iets pregnanter:

“Het doel van het nieuwe vakbekwaamheidsbouwwerk is het professionaliseren van de vakbekwaamheid van de financiële dienstverlening. De lat is hoger gelegd en niet iedere kandidaat zal wellicht aan de nieuwe eisen kunnen voldoen. Met andere woorden, het uitgangspunt is de professionalisering van de vakbekwaamheid en niet het percentage kandidaten dat moet slagen. De slagingspercentages voor de Wft-examens zijn onder andere gebaseerd op het beheersingsniveau van de kandidaten. Het is daarom niet mogelijk om te spreken over acceptabele slagingspercentages omdat het beheersingsniveau van de kandidaten invloed heeft op het percentage geslaagden en juist dit niveau aan de nieuwe eisen moet voldoen met als doel het professionaliseren van de vakbekwaamheid.”

Eigen keuze
En tot slot, op de vraag waarom de Hogescholen en commerciele instellingen gestopt zijn met het aanbieden van Wft-examens: “De Hogescholen zijn vrij om hun eigen keuze te maken. De doelstelling van het vakbekwaamheidsgebouw is te komen tot betere financiële adviseurs ter bescherming van de consument. CDFD overlegt met de markt en MBO- en HBO-instellingen over eventuele knelpunten die worden ervaren in het opleiden en examineren en probeert deze vanuit haar rol zo goed mogelijk te ondervangen.”

Dijsselbloem: “Ik ben van mening dat het systeem effectief, redelijk en billijk is.”

Het hele stuk met de antwoorden op alle Kamervragen staat hier.

Eerder deze maand schreef Dijsselbloem ook al over het Wft-examen een brief aan de Kamer.

Reageer op dit artikel