nieuws

Fred de Jong: ‘Effect van provisieverbod valt mee’

Archief

Het is niet zo dat het provisieverbod er voor gezorgd heeft dat het aanbod van financieel advies in Nederland is verschraald. Fred de Jong (UvA/ACIS) zei dat op het ACIS-seminar ‘Veranderingen in de rol van financieel advies’, dat gistermiddag plaatsvond op de Universiteit van Amsterdam. De Jong sprak daar over de effecten van het provisieverbod op de toegankelijkheid van financieel advies.

Fred de Jong: ‘Effect van provisieverbod valt mee’

De Jong stelde dat de fysieke toegang van advies nog steeds gewaarborgd is. Ook al waren er in 2007 nog 12.000 financieel adviseurs en zijn dat er nu veel minder. De Jong: “Sinds het provisieverbod op 1 januari 2013 is het aantal adviseurs gedaald van 8500 op dat moment naar 7745 nu. Er is dus een sanering gaande, maar die is niet sneller gegaan door het provisieverbod.”

Ook voor de minima is advies nog steeds toegankelijk, meent De Jong. “De groep die echt geen advies kan betalen is echt heel klein”.

Bestaansrecht
De wetenschapper wijst op het bestaansrecht van adviseurs. Die staat volgens hem sterk onder druk omdat door internet de consument veel meer zelf en direct kan doen en daarmee de kosten die de adviseur rekent kan vermijden. Dat geldt ook voor de informatievoorsprong, die de adviseur van oudsher had. De klant heeft immers via internet ook steeds meer toegang tot alle informatie.

Een voordeel dat de adviseur nog wel heeft is dat de omgeving steeds complexer wordt. En in complexe situaties neemt de rol van de adviseur toe, aldus De Jong.

Hij wees gisteren overigens ook op een reeks van onderzoeken waaruit blijkt dat mensen die advies zoeken en krijgen het doorgaans financieel beter doen. Ze sparen meer, hebben minder schuld, treffen voorzieningen en hebben meer rust en financieel zelfvertrouwen.

Moeilijk te meten
“Lastig is alleen”, zegt De Jong, “Dat de waarde van advies moeilijk te meten is. In het algemeen geldt wel dat er een sterke relatie met het beloningsmodel is. Als de provisie lager is, wordt de kwaliteit van het advies hoger. Onafhankelijkheid is essentieel voor de waarde van advies.”

De Jong zegt dat consumenten die adviseurs bezoeken vaker hoger opgeleid, beter geïnformeerd, ouder, rijker en niet-naiëf zijn. De Jong: “De adviseur zou alleen nadrukkelijker zijn onafhankelijkheid moeten benadrukken, dat zie je gewoon nog te weinig. Ook als er wel degelijk zaken zijn die hen differentiëren van andere adviseurs.”

Hij zegt dat hij de DVD’s en sites van adviseurs onderzocht heeft en dat 43% niets zegt over hun onderscheid ten opzichte van andere adviseurs. “Het is er wel, maar ze zeggen er niets over. Daar liggen echt kansen”, meldt De Jong.

Fred de Jong

Advieslabel
Hij zegt ook dat er momenteel gewerkt wordt aan een onafhankelijk advieslabel dat aan klanten duidelijk maakt hoe onafhankelijk het advies is. Denk aan zoiets als het milieukeurmerk, zegt De Jong. Dan weet de consument met wie hij zaken doet. Het initiatief komt overigens van consumentenorganisaties en niet van de sector zelf, aldus De Jong.

Is er dan nog hoop voor de adviseur?

De Jong meent van wel: “De koek wordt groter, want er komen door de complexiteit van de financiële wereld meer mensen die advies zoeken. En het aantal adviseurs daalt, dus voor de overblijvers is er meer te verdelen.”

Is de advieskwaliteit dan verbeterd door het provisieverbod?

De Jong: “Dat is lastig te meten. Je ziet dat de AFM alleen op de proceskwaliteit let. Dan kan een adviseur alle stappen goed doorlopen, maar dat zegt nog niets over de kwaliteit van het advies. Positief is wel dat er meer keuze is gekomen, dat de kosten lager zijn en dat er transparantie is. Maar voor de toekomst van de adviessector zou een totaal provisieverbod uiteindelijk beter zijn. De overheid verwacht ook dat de adviseur de belangenbehartiger van de consument is, dat maak je met een totaal provisieverbod ook helderder.”

Hij constateert wel dat banken en verzekeraars ieder één branche-organisatie hebben die hun belangen in Den Haag goed behartigt, maar dat financieel adviseurs in totaal zes branche-organisaties hebben. “Dat leidt niet tot een krachtige en eenduidige lobby”, aldus De Jong.

Reageer op dit artikel