nieuws

‘Waarde van eed in financiële sector blijft onderschat’

Archief

Er is veel kritiek op de eed die werknemers en bestuurders in de financiele sector moeten afleggen. Vandaag in het FD een verhaal van Muel Kaptein, hoogleraar bedrijfsethiek aan de RSM Erasmus Universiteit Rotterdam en partner bij KPMG. Hij wijst op een nog niet nader belicht belangrijk aspect van de eed.

‘Waarde van eed in financiële sector blijft onderschat’

In het algemeen wordt gesteld dat de eed mensen bewuster maakt van hun verantwoordelijkheden en hen motiveert en committeert om deze verantwoordelijkheden te realiseren. De eed maakt het gemakkelijker dat mensen elkaar aanspreken en de eed laat naar buiten zien dat aan de inhoud ervan groot belang wordt gehecht.

Maar de belangrijkste functie van de eed wordt over het hoofd gezien, aldus Kaptein in het FD.

Het betreft namelijk de organisatorische functie.

Tuchtrecht
Hij schrijft: “In de eed beloven medewerkers heel veel. Vooral als de eed wordt gekoppeld aan het tuchtrecht, zoals het kabinet wil, dan is schending ervan niet zonder repercussies.

“Dit betekent dat voorafgaand aan het afleggen van de eed medewerkers zich zullen afvragen of zij door de organisatie wel voldoende in staat worden gesteld om de inhoud van de eed in hun werk te kunnen waarmaken.”

Voldoende middelen
“Geeft mijn organisatie mij voldoende middelen om het klantbelang centraal te stellen, biedt mijn organisatie mij voldoende tijd en informatie om een zorgvuldige afweging te maken, biedt mijn organisatie mij een goed overzicht van alle relevante wetten en regels, en heeft mijn organisatie een goede gedragscode?”

“Zonder positief antwoord op deze vragen kunnen medewerkers niets beloven”, aldus de hoogleraar ethiek.

Hij zegt dat als een organisatie deze condities niet volledig biedt dan zal het management dit moeten gaan regelen om zo het risico uit te sluiten dat later bij de tuchtrechter blijkt dat medewerkers de eed hebben geschonden omdat hun organisatie dit belemmerde.

Reageer op dit artikel