nieuws

Het Verbond en Adfiz stellen voorwaarden om consumenten met hypotheekproblemen te helpen

Archief

Het Verbond van Verzekeraars en Adfiz hebben in het kader van de consultatie van het Wijzigingsbesluit Financiële Markten 2015, ieder een brief aan het Ministerie van Financiën gestuurd. Het Verbond en Adfiz bepleiten daarin een oplossing die het voor consumenten mogelijk moet maken om bij betalingsproblemen te blijven wonen in het huis waarvoor zij een hypothecair krediet hebben afgesloten. Maar er zijn wel wat voorwaarden aan verbonden en het Verbond en Adfiz komen niet tot gelijke voorstellen.

Het Verbond en Adfiz stellen voorwaarden om consumenten met hypotheekproblemen te helpen

Het Verbond schrijft dat een eventuele uitzondering op het provisieverbod duidelijk moet zijn afgebakend. “Daarmee wordt voorkomen dat deze uitzondering gebruikt kan worden voor het omzeilen van het provisieverbod. Met andere woorden: het Verbond hecht er groot belang aan het risico op misbruik van de uitzondering uit te bannen”, aldus Leo de Boer in de brief. Hanneke Hartman van Adfiz wijst vooral op het gelijke speelveld dat geregeld moet worden.

Over de voorgestelde uitzondering op het provisieverbod voor het adviseren van consumenten met betalingsachterstanden met hun hypotheek, zegt Leo de Boer: “Wij vinden dat het bij het zoeken naar een oplossing van belang is dat een dergelijke uitzondering op het provisieverbod duidelijk is afgebakend, waardoor voorkomen wordt dat deze uitzondering gebruikt kan worden voor het omzeilen van het provisieverbod”.

Misbruik

De consument kan, volgens hem, worden geholpen door specialistische schuldhulpverleners en zoals in het voorstel wordt geopperd door financiële dienstverleners. De Boer: “Het advies van de financiële dienstverlener moet wel leiden tot een adequate oplossing. Als het laatste niet het geval is, dan zal de consument mogelijk in een situatie met betalingsachterstanden en problematische schulden kunnen belanden. Om te borgen dat het klantbelang wordt gediend en om het risico van misbruik tegen te gaan zouden er in het voorstel additionele maatregelen kunnen worden getroffen”.

Leo_De_Boer-004_A3

Hij denkt daarbij aan het volgende:

* Een heldere afbakening van de reikwijdte tot hypothecair krediet is van belang om het risico van misbruik tegen te gaan en onduidelijkheid te voorkomen. Er kan onduidelijkheid bestaan over de werkzaamheden die mogen worden verricht. Het Verbond gaat er vanuit dat het gaat om sec het hypothecair krediet en geen aanverwante producten.

*Er zijn geen definities van de begrippen “betalingsachterstand” en “voorzienbare betalingsachterstand” gegeven. Hierdoor kan er te verschillend worden omgegaan met de voorstellen. Dit kan marktverstorend werken, meldt het Verbond.

Een ander punt is volgens het Verbond dat een “dreigende betalingsachterstand” wordt ondervangen door het instellen van rentepauzes of tijdelijke verlagingen van de rente. In die instanties moet waarschijnlijk worden teruggevallen op het begrip “voorzienbare betalingsachterstand”. Het is onvoldoende duidelijk of deze situaties ook onder het voorstel vallen. Ook hierom zijn objectieve criteria nodig om het begrip ‘betalingsachterstand’ nader in te vullen.

*Voor wat betreft de vormgeving van de uitzondering is er, volgens het Verbond, een alternatief beschikbaar dat meer in lijn ligt met het zuivere marktmodel en de gewenste cultuurverandering van verkoopgedreven naar klantgerichte advisering. De consument wordt zo ook beter betrokken in het traject en de perceptie dat advies gratis is wordt tegen gegaan: de verzekeraar betaalt de consument en de consument betaalt de adviseur.

*Als er provisie wordt betaald, dan moet de hoogte daarvan vooraf transparant worden gemaakt aan de consument, stelt het Verbond. Dit volgt impliciet uit inducementregels, maar het is van belang om dit bij de uitzondering expliciet te maken.

*Gelet op te verwachten discussies over de reikwijdte van de werkzaamheden voor adviseurs is er gevaar van misbruik van de regeling. De huidige regelgeving brengt waarschijnlijk mee dat de aanbieder voor de kosten opdraait, die door verschillende adviseurs worden ingediend. Het is van belang dat er duidelijke kaders worden gegeven over hoe de regeling marktbreed moet worden toegepast. Het Verbond denkt dat de AFM hier een rol in kan vervullen zodat helder wordt wat wel en wat niet als provisie in rekening kan worden gebracht bij de aanbieder.
Daarnaast vindt het Verbond dat in het voorstel rekening moet worden gehouden met de situatie dat er reeds is betaald. Een adviseur ontvangt immers nog provisie voor overeenkomsten die zijn gesloten voor inwerkingtreding van het provisieverbod. Er moet voorkomen worden dat er dubbel betaalt wordt voor het advies.

*De betrokkenheid van de consument bij het oplossen van zowel voorzienbare betalingsachterstanden als problematische schulden is van groot belang. Een consument moet bereid zijn om bijvoorbeeld zijn bestedingspatroon aan te passen en zijn eigen verantwoordelijkheid op te pakken.

Het verbond bepleit om in het voorstel de betrokkenheid van de consument mee te nemen. Zonder betrokkenheid van de consument werkt een preventieve aanpak niet, meldt Leo de Boer.

Adfiz kiest andere route

Adfiz kiest bij monde van Hanneke Hartman in haar brief aan het ministerie een andere route: “Er is nog steeds een ongelijk speelveld tussen aanbieder en onafhankelijk adviseur, waardoor de klant met betalingsproblemen mogelijk een onzuivere afweging maakt in zijn keuze voor advies. Deze problemen worden versterkt wanneer naast de onderhoudsactiviteiten van de aanbieder, nu ook het advies bij betalingsachterstanden uitgezonderd wordt van het provisieverbod. Dit is een zeer ongewenst effect van het huidige voorstel, daar de belangen van consument en aanbieder bij betalingsachterstanden niet parallel lopen.”

hartman

De oplossing van het probleem ligt volgens Adfiz dat de klant met de adviseur overeenkomt wat hij gaat doen voor de klant en wat daar de kosten van zijn.

*Dat bedrag kan hij lenen bij de aanbieder.

*De aanbieder betaalt het geleende bedrag (dat gelijk is aan de overeengekomen prijs voor de dienstverlening) direct uit aan de adviseur, zodat betalingszekerheid gewaarborgd is.

*Verder worden de kosten fiscaal behandeld zoals ook de kosten voor het verkrijgen van de hypotheek behandeld worden (dus kosten aftrekbaar en rente over de lening aftrekbaar).

In het huidige voorstel krijgt de aanbieder, volgens Adfiz, de mogelijkheid om een vergoeding aan de adviseur uit te keren voor zijn dienstverlening bij betalingsachterstanden. Dit is echter niet verplicht. Hartman: ‘De aanbieder kan dus besluiten alleen zijn eigen dienstverlening zonder extra kosten aan te bieden en kan daarmee de keuze van de consument beïnvloeden. De kostprijs van het product wordt daarmee voor alle klanten hoger. Aangezien de eigen dienstverlening van de aanbieder “gratis” lijkt, is de dienstverlening van de aanbieder voor een consument met betalingsproblemen extra aantrekkelijker vergeleken met de dienstverlening van de onafhankelijk adviseur. De consument wordt nog minder in de positie gebracht te kiezen op basis van alle relevante argumenten. Een onwenselijk situatie, daar de belangen van consument en aanbieder zoals gesteld niet parallel lopen.”

Weerstand tegen directe betaling

De kern van het probleem is volgens Adfiz dat de klant nu belemmerd wordt hulp in te schakelen, doordat hij een grote extra uitgave moet doen voor financiële dienstverlening, op een moment dat hij geen financiële ruimte heeft.
In de praktijk blijkt, aldus Hartman, dat consumenten veel minder weerstand tegen directe betaling hebben, wanneer de betaling uitgesmeerd kan worden over een langere periode. “Wij stellen voor dat de consument die geconfronteerd wordt met betalingsproblemen tegemoet gekomen wordt in de fiscale behandeling en in de betalingstermijn.”

Adfiz pleit daarom voor bovenstaande oplossing, maar in een moeite door ook voor het opheffen van de bestaande uitzondering ten aanzien van de onderhoudsactiviteiten van de aanbieder, in plaats van de uitzonderingen op het provisieverbod uit te breiden voor betalingsachterstanden. Hartman in de brief: “Wij vragen de minister aanbieders te verplichten de onderhoudskosten apart in rekening te brengen bij de klant, zoals de adviseur dat nu al verplicht is. Dat geeft de consument nog beter zicht op de werkelijke kosten van dienstverlening en stelt hem in staat een betere afweging te maken tussen verschillende soorten dienstverlening.”

Alle reacties van de verschillende marktpartijen staan hier.

Reageer op dit artikel