nieuws

No cure, no pay-zaak SM-meesteres niet naar Hoge Raad

Archief

Een inmiddels failliet verklaarde SM-meesteres, die in 1996 letsel opliep bij een auto-ongeval, heeft bij de Haagse rechtbank zonder succes beroep aangetekend tegen een schikking die is getroffen tussen de Nederlandse Letselstichting (NLS) en de curator in haar faillissement. Daarmee is in deze langlopende zaak over het inschakelen van lesteladvocaten op no cure, no pay-basis voorlopig geen cassatie aan de orde.

No cure, no pay-zaak SM-meesteres niet naar Hoge Raad

Het slachtoffer en de NLS voeren al enkele jaren diverse rechtszaken tegen elkaar vanwege een omstreden no cure, no pay-contract. Het letselslachtoffer heeft, na eerst via advocaat Gijs Verkruisen te hebben geprocedeerd over een schadevergoeding, haar vordering op Allianz, de verzekeraar van de schadeveroorzaker, overgedragen aan de NLS. Die zou tegen een no cure, no pay-fee van 40% van de schadeuitkering de zaak voortzetten. In 2007 is een schikking getroffen met Allianz, waarbij € 100.000 direct is uitgekeerd en € 650.000 in depot is gestort.
De SM-meesteres kwam echter terug op haar afspraak met de NLS omdat zij verkeerd zou zijn voorgelicht. De rechtbank en het gerechtshof in Amsterdam hebben echter al geoordeeld dat de overeenkomst rechtsgeldig is. Daarover heeft letseladvocaat John Beer namens het slachtoffer cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
In maart is het slachtoffer op aanvraag van de NLS failliet verklaard. De curator heeft in juli met de NLS een schikking getroffen over het nog te betalen honorarium, waarbij is overeengekomen dat de fee wordt verlaagd naar 25% en de cassatieprocedure zal worden gestaakt. Daarmee kan het faillissement snel worden afgewikkeld, terwijl een procedure bij de Hoge Raad nog jaren kan duren, zo is de argumentatie van de curator.
Beer is daartegen in het geweer gekomen bij de rechtbank, omdat het slachtoffer door de schikking toegang tot de rechter wordt ontnomen en omdat het algemeen belang (over de toelaatbaarheid van no cure, no pay) bij de cassatieprocedure is gediend.
De rechter acht de kans op een succesvolle cassatie bij de Hoge Raad echter klein. "De curator heeft op goede gronden kunnen besluiten om het risico van een lege boedel, dat doorprocederen met zich meebrengt, niet te willen nemen." Bovendien prevaleert het boedelbelang boven het algemeen belang, aldus de rechtbank. "Met de curator is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een geoorloofde inbreuk op het recht op een toegang tot de rechter."

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.