nieuws

ASR moet schade door wijziging aftrekbaarheid levenpremies betalen

Archief

Schending van de

 

zorgplicht, vindt

 

Hoge Raad

 

ASR heeft bij het sluiten van een lijfrenteverzekering in 1990 de zorgplicht geschonden door de verzekerde er niet op te wijzen dat de fiscale aftrekbaarheid van premies in de toekomst zou wijzigen, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld.

 

De verzekerde, die eerder al in hoger beroep door het gerechtshof in het gelijk was gesteld, deed op 9 oktober 1990 via een tussenpersoon een aanvraag voor een lijfrenteverzekering bij rechtsvoorganger Amev, waarbij de premie voor het eerste jaar direct is voldaan. Die premie is uiteindelijk op 17 oktober gestort bij het Amev-hoofdkantoor, waarna op 18 oktober het polisblad is afgegeven.

 

Intussen had Financiën echter de aftrekbaarheid van lijfrentepremies ingeperkt voor polissen die na 15 oktober waren gesloten. De verzekerde heeft een naheffingsaanslag van de Belastingdienst opgelegd gekregen, omdat de premies slechts tot 31 december 1991 aftrekbaar waren.

 

Na het aflopen van de polis in 2006 heeft de verzekerde ASR voor de Utrechtse rechtbank gedaagd teneinde de overeenkomst nietig te verklaren. Na meerdere zittingen oordeelde de rechter dat ASR niet is tekortgeschoten in de zorgplicht en dat was aangetoond dat de offerte voor 15 oktober 1990 was ontvangen, zodat de maatschappij nog niet had kunnen weten van de fiscale wijziging.

 

Het Amsterdamse gerechtshof, waar de verzekerde vervolgens beroep instelde, was echter een andere mening toegedaan en stelde de klager in 2010 in het gelijk omdat bij Amev geen registratie plaatsvond van het moment van ontvangst van aanvraagformulieren. Het hof achtte de datum van ontvangst daarom niet bewijsbaar en stelde dat bij latere ontvangst op Amev de zorgplicht rustte om de verzekeringnemer van de inmiddels bekendgemaakte fiscale wijziging op de hoogte had moeten stellen. Nietigverklaren was niet aan de orde, maar ASR moest wel de voor de klant ontstane schade vergoeden. "Nu de verzekering is geëxpireerd, kan van ontbinding van de overeenkomst geen sprake meer zijn; deze heeft immers geen terugwerkende kracht. De vordering tot vergoeding van schade is evenwel voor toewijzing vatbaar."

 

De Hoge Raad heeft nu in cassatie geoordeeld dat het hof terecht tot dat oordeel is gekomen.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.