nieuws

Weinig respons op kritisch rapport beleggingsverzekering

Archief

Voor de derde maal onderzochten ze de markt voor beleggingsverzekeringen, ditmaal met hulp van onderzoeksbureau Nyfer. De conclusies van de gebroeders Valkenburg – Ivo (De Wildbaan Groep) en Falco (Tillinghast-Towers Perrin) – waren voor de derde maal niet mild. Maar geschrokken reacties van het levensverzekeraars en toezichthouder leverde het niet op.

De conclusies zijn kennelijk al bekend en vormen geen reden om direct in actie te komen. Tijdens de drukbezochte persconferentie in Nieuwspoort schitterde zowel de sector Leven van het Verbond van Verzekeraars als de Verzekeringskamer in afwezigheid. Een misplaatste minachting voor één van de meest grondige onderzoeken die ooit naar beleggingsverzekeringen zijn gedaan.
Eenzelfde minachting spreekt ook uit het gebrek aan medewerking van respectabele partijen als Nationale-Nederlanden, Aegon, Delta Lloyd, Amev en Stad Rotterdam/De Amersfoortse. De marktleiders gaven aan “te druk” te zijn danwel uit concurrentie-overwegingen geen openheid van zaken te willen geven.
Vooral dat laatste argument is laakbaar omdat de onderzoekers “niet meer hebben gevraagd dan een professioneel tussenpersoon nodig heeft voor het geven van een goed advies”, zoals intermediair Ivo Valkenburg het verwoordde. Hij noemde het gebrek aan medewerking “teleurstellend”. NVA-voorzitter John Pennink was duidelijker in zijn oordeel. “Verzekeraars die geen openheid over hun producten verschaffen, zullen door de markt worden afgestraft.”
Gebrekkig
Uiteindelijk kregen de onderzoekers 23 positieve reacties. In totaal zijn veertig producten onder de loep genomen. Conclusie één is dat de informatieverstrekking aan verzekeringnemers zeer gebrekkig is. Zo vindt bijvoorbeeld drie op de vier verzekeraars vermelding van kosten in een productbrochure niet nodig. Bij 45% gebeurt dat zelfs in offertes nog niet, terwijl 15% überhaupt geen openheid over kosten verschaft.
Bij het jaarlijkse waarde-overzicht laat nog bijna de helft van de verzekeraars een actuele waarde zien vóór aftrek van kosten. Bij drie van de veertig producten ontbreekt in het jaarlijkse waarde-overzicht zelfs de actuele waarde. Daar wordt volstaan met het melden van het aantal beleggingseenheden.
Leeswijzer
De bevindingen laten een lichte verbetering zien ten opzichte van eerder onderzoek, onder meer uitgevoerd door de Verzekeringskamer (maart 1998). Op basis van dat onderzoek heeft de toezichthouder besloten dat verzekeraars gelijktijdig met een offerte een productleeswijzer moeten meesturen. Die verplichting geldt vanaf 1 augustus aanstaande.
Valkenburg c.s. zouden liever een handzaam overzicht zien, waarop alle belangrijke productinformatie verzameld staat. Ivo Valkenburg: “Zoiets moet toch op één A4-tje kunnen, helder en toegankelijk voor iedereen. De productleeswijzer die de Verzekeringskamer voorstelt, is niet meer dan een handleiding bij het zoeken. Maar zoeken blijft het.”
Brutofondsrendement
De tweede conclusie is eveneens niet nieuw: de Code Rendement en Risico wordt onvoldoende en niet eenduidig nageleefd, waardoor vergelijking van offertes onmogelijk blijft. Een tabel moet dat verduidelijken.
A offreert volgens Code: voorbeeldkapitaal op basis van standaardfondsrendement minus beheerkosten verzekeraar.B offreert niet volgens Code: voorbeeldkapitaal op basis van standaardfondsrendement zonder aftrek van enige kosten. De kosten zijn in het brutotraject verwerkt.C offreert niet volgens Code: voorbeeldkapitaal op basis van standaardfondsrendement minus beheerkosten verzekeraar én beheerkosten beleggingsfonds. Verzekeraar A Verzekeraar B Verzekeraar C bruto fondsrendement 11% 12% 10% kosten beleggingsfonds -1% -1% – kosten verzekering – -1% – standaard- fondsrendement 10% 10% 10% kosten beleggingsfonds – – -1% kosten verzekering -1% – -1% netto productrendement 9% 10% 8% voorbeeldkapitaal f 100.000 f 120.039f 83.166
Diverse interpretaties van de code leiden derhalve tot fors verschillende voorbeeldkapitalen en dus onvergelijkbare offertes. Daarbij komt dat de meeste levensverzekeraars de beheerkosten van het beleggingsfonds niet expliciet noemen, hetgeen in strijd is met de code.
Onschuld
Offertes waarin brutofondsrendementen worden gekoppeld aan netto-eindkapitalen zou aan alle onduidelijkheid een einde maken, aldus de onderzoekers. Bij die wens sluit de Consumentenbond zich van harte aan.
Het Verbond van Verzekeraars lijkt daar evenwel geen heil in te zien. “Het vergelijken van offertes is nu moeilijk. Die conclusie is juist. Maar wanneer de code juist en naar de letter wordt toegepast, is vergelijking wel goed mogelijk. De code is nog geen jaar geleden geïntroduceerd en vraagt enige gewenning in de implementatie. Zo begrijpen we van de toetsingscommissie dat veel van de code-overtredingen uit onschuld worden geboren.”
De kosten van een beleggingsfonds zijn volgens het Verbond te achterhalen in een ‘technische nota’. “Volgens de onderzoekers controleert niemand die kosten, maar de toetsingscommissie kan dergelijke nota’s opvragen.”
Evaluatie
Volgens de onderzoekers schreeuwen de conclusies om een vervroegde evaluatie van de code en wijziging ervan per 1 augustus. Vanaf die datum treden ook nieuwe regels rondom afkoopwaarden en een productleeswijzer in werking.
Ivo Valkenburg: “De code moet nog liever vandaag dan morgen worden aangepast. Vergelijking van offertes is gewoon niet goed mogelijk en daar is het toch allemaal om begonnen? Hoe langer je hier mee doormoddert, hoe schadelijker dat voor de bedrijfstak is.”
Bijval ondervindt hij noch van de Consumentenbond, noch van het Verbond, noch van de Verzekeringskamer. Zij wijzen erop dat de code tijd nodig heeft. Evaluatie in het voorjaar van 2000 – wanneer precies eigenlijk? – is volgens hen vroeg genoeg.
De Verzekeringskamer en de Consumentenbond zeggen de conclusies van het onderzoek wel te onderschrijven. “Het geeft ons handvatten voor de evaluatie van de code”, zo licht Consumentenbond-woordvoerder Sicco Louw toe.
Geen openheid als beleid
Nationale-Nederlanden belijdt met de mond groot voorstander te zijn van eenduidige en heldere communicatie naar klanten. Maar “de vragen in dit onderzoek gaan op een aantal punten verder dan op dit moment gemeengoed is”, zo durft de marktleider te stellen.
Delta Lloyd maakt het nog bonter door te zeggen dat ze uit beleid niet meewerkt aan onderzoeken naar kosten van levensverzekeringen. Met name omdat “er geen eenduidige definitie aan deze kosten ten grondslag ligt”, aldus Delta Lloyd. Daarmee noemt de verzekeraar precies het grote pijnpunt van het product levensverzekering.
Stad Rotterdam en Winterthur zeggen te werken aan (nieuwe) producten en daarom nog niet mee te kunnen doen. Amev en Postbank motiveerden hun afwezigheid niet. Bij De Amersfoortse heeft men het te druk met het beantwoorden van allerlei vragenlijsten. Aegon en Spaarbeleg lieten deelname uit concurrentie-overwegingen na; Aegon-dochter Van Nierop had daar, getuige de deelname, geen last van.
Tiel Utrecht antwoordde wel, maar het spaarkasproduct van de ING-dochter was niet geschikt voor de beoogde vergelijking en is dus buiten het onderzoek gelaten.
NVA-directeur John Pennink: “Verzekeraars die geen openheid over hun producten verschaffen, zullen door de markt worden afgestraft.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.