nieuws

Verzekeringskamer eist openheid van levenbedrijf

Archief

De Verzekeringskamer gaat van levensverzekeraars vragen om bij beleggingsverzekeringen nauwkeurig inzicht te geven in kosten en in bruto- en nettorendementen. De eisen voegt de toezichthouder toe aan een forse verscherping van de uit 1994 stammende ‘Regeling informatieverstrekking aan verzekeringnemers’.

Uit een VK-onderzoek onder 47 maatschappijen (226 verzekeringsproducten) blijkt dat de wettelijke Regeling nauwelijks wordt nageleefd. Noodzakelijke informatie wordt zeer versplinterd (advertentie, brochure, offerte, polisblad) weergegeven. Slechts 13% van de onderzochte verzekeraars geeft duidelijke informatie over afkoop- en premievrije waarden.
Nauwkeurige omschrijving van eindkapitalen en winstdelingsregelingen ontbreekt vaak. Verder blijkt dat verzekeraars zich voor wat betreft fiscale aspecten beperken tot de aftrekbaarheid van de premies. Fiscale aandacht voor uitkeringen en afkoopgevolgen is onderbelicht.
Maar ook de zelfregulerende Code Rendement en Risico levert in de praktijk onvoldoende resultaat op. Bij 53% van de beleggingsverzekeringen ontbreekt een indicatie van het beleggingsrisico. Bij eenderde van de unit-linkedpolissen met diverse beleggingsmogelijkheden is niet duidelijk of de Code überhaupt is nageleefd.
Resultaten
Op basis van de productinformatie van 131 traditionele levensverzekeringen concludeert de Verzekeringskamer het volgende:
A) bij 89% worden geen afkoop- of premievrije waarden vermeld;
B) bij 47% wordt de klant niet geattendeerd op de afkoelingsperiode;
C) 62% geeft geen of onvoldoende duidelijkheid over wijze van contractbeëindiging;
D) 34% zegt niets of is onduidelijk over de klachtenbehandeling;
E) bij 92% wordt niet gezegd of de gegeven eindwaarde bruto of netto is;
F) bij 95% worden polis- of administratiekosten niet gekwantificeerd.
Bij de 95 beleggingsverzekeringen ziet het beeld er iets minder slechts uit:
A) bij 74% is er geen vermelding van afkoop- of premievrije waarde;
B) bij 21% geen informatie over de afkoelingsperiode;
C) 38% is niet duidelijk over een eventueel contracteinde;
D) 23% laat onduidelijkheid bestaan over de klachtenbehandeling;
E) 44% vermeldt niet of eindwaarde bruto of netto is;
F) bij 57% blijven polis- of administratiekosten onvermeld;
G) 53% rept niet over aankoop-, verkoop- en switchkosten;
H) 61% zwijgt over beheerskosten;
I) 53% geeft geen indicatie van het beleggingsrisico.
De punten A t/m D zijn expliciet opgenomen in de wettelijke ‘Regeling informatieverstrekking aan verzekeringnemers 1994′. De punten E t/m I niet.
Key Features Document
“Op basis van de resultaten van het onderzoek meent de Verzekeringskamer dat er aanleiding is voor de wetgever de Regeling (…) aan te passen”, zo concludeert de toezichthouder. De VK doet een flink aantal tekstvoorstellen voor de Regeling zelf. Daarnaast wil de VK dat het inzicht van de consument in kosten en risico’s wordt vergroot.
Allereerst ziet de VK graag dat levensverzekeraars tezamen met een offerte een brochure ‘Kernpunten van de verzekeringspolis’ meesturen. Het idee hiervoor is afkomstig van de Britse ‘Key Features Document’. In zo’n brochure moet alle informatie – zoals verplicht door de ‘Regeling 1994’ – worden samengevat. Uit het VK-onderzoek blijkt namelijk dat, als verzekeraars al informatie geven, de maatschappijen de informatie versplinterd weergeven. Daar komt bij dat de meeste informatie pas in de polisvoorwaarden te vinden is, op het moment dat het contract al gesloten is.
Met het oog op de afkoop- en premievrije waarde moet de Kernpunten-brochure de volgende tekstpassage gaan bevatten: “Deze verzekeringsovereenkomst is een overeenkomst voor de lange termijn. Als u deze overeenkomst voortijdig beëindigt gedurende de eerste jaren van de looptijd, dan kunt u beduidend minder ontvangen dan u aan premies ingelegd heeft.” Hierbij moet verwezen worden naar een voorbeeldberekening.
In de Kernpunten-brochure moet een verzekeraar ook gaan aangeven welke instantie toezicht op hem houdt.
Afkoopwaarde
Het artikel uit de Regeling dat handelt over afkoop- en premievrije waarden wordt drastisch aangescherpt.
Op basis van een individuele offerte geeft de verzekeraar een gedetailleerd overzicht van de afkoop- en premievrije waarden. Vereist zijn de waarden aan het einde van jaar 1, 2, 3, 4, 5, 10, 15 en elke volgende vijf jaar t/m het laatste jaar van de looptijd.
Er moet vermeld worden of het gaat om gegarandeerde waarden of om voorbeelden. Als de definitieve overeenkomst afwijkt van de offerte, is een nieuw overzicht van de afkoop- en premievrije waarden noodzakelijk.
Voorbeeldrendement
Voor de nieuwe Code Rendement en Risico heeft de toezichthouder ook nog een aantal dwingende aanbevelingen. Zo worden ten minste twee voorbeeldrendementen voor het berekenen van voorbeeldkapitalen van beleggingsverzekeringen verplicht gesteld.
Bij beleggingen in vastrentende waarden zijn voorbeelden op basis van een jaarlijks rendement van 4% en 6% vereist. Bij aandelen moeten in elk geval voorbeelden gegeven worden op basis van 4% en 10% jaarrendement. En bij beleggingen in koersindexen (in plaats van herbeleggingsindexen) worden voorbeeldrendementen van 2% en 8% gevraagd.
De VK wil hiermee een einde maken aan torenhoge rendementen die verzekeraars nu in advertenties voorspiegelen. Met de Code Rendement en Risico in de hand offreren sommige verzekeraars nu nog met 14% als ‘laagste’ voorbeeldrendement. Tegelijkertijd wil de VK door invoering van standaard-voorbeeldrendementen de vergelijkbaarheid van de producten vergroten.
Van de verplichte voorbeeldrendementen moeten de kosten voor het beleggingsbeheer al zijn afgetrokken. De door de verzekeraar te incasseren kosten (zoals administratie-, switch-, aankoop- en verkoopkosten) mogen niet van die voorbeeldrendementen zijn afgetrokken. Wel verlangt de VK dat “alle bij de verzekeringnemer naast de brutopremie in rekening te brengen kosten uitdrukkelijk en limitatief worden weergegeven”. Tevens moeten eventuele switchkosten afzonderlijk worden vermeld.
“De Verzekeringskamer beschouwt dit als een minimum-prestatie. Het staat verzekeraars vrij aanvullende voorbeelden te geven. Aan te bevelen is om het effect van kosteninhoudingen weer te geven aan de hand van het productrendement.”
Controle
De VK verwacht dat de voorgestelde wijzigingen veel inspanning gaan vergen van de levensverzekeraars, met name op het vlak van programmatuur. De toezichthouder adviseert daarom de nieuwe Regeling op 1 januari 1999 van kracht te laten worden. Zij zal zelf achteraf en steekproefsgewijs controleren of verzekeraars de Regeling naleven.
In de begeleidende brief aan Financiën-minister Gerrit Zalm, de opdrachtgever van het onderzoek, zegt de VK te hechten aan zelfregulering. Het onderzoeksrapport zelf wordt echter afgesloten met de stelling: “In Nederland zal slechts de wetgever een optimale regeling kunnen bewerkstelligen.”
Logischerwijs geeft Bert Lugtigheid, voorzitter Verbondssector Leven, de voorkeur aan zelfregulering. “Ik heb er vertrouwen in dat de nieuwe Code Rendement en Risico een brug zal slaan naar de adviezen van de VK. De nieuwe code zal verdraaid dicht in de buurt komen”, aldus Lugtigheid, die evenwel niet al te veel kwijt wil over de inhoud van de nieuwe code.
Voorzitter Arend Vermaat concludeert namens de Verzekeringskamer: “In Nederland zal slechts de wetgever een optimale regeling kunnen bewerkstelligen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.