nieuws

Verbond vindt tweederde hoger rendement niet significant beter

Archief

Op basis van een onderzoek van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) concludeert het Verbond van Verzekeraars dat de consument geen significant hoger nettorendement haalt wanneer hij belegt bij een bank in plaats van een verzekeraar.

In het onderzoek “Transparantie van kosten” maken verzekeraars voor het eerst duidelijk welk deel van de door de klant te betalen kosten bij een beleggingspolis daadwerkelijk aan het beleggen wordt besteed. “De feitelijke kosten van een verzekeraar (inclusief beleggingsfondsen) bedragen ongeveer 12% van de totale inhouding”, meldt het CVS.
Basis voor het onderzoek is een inventarisatie van de Vereniging Eigen Huis, die de informatie uit twintig financiële bijsluiters op een rijtje heeft gezet. Verder zijn van de zes grootste banken de tarieven voor particulier beleggen opgevraagd.
Kosten
Van elke euro premie wordt 60 cent daadwerkelijk belegd. De overlijdensrisicodekking kost 20 cent, voor het advies wordt 8 cent neergeteld en 12 cent is dus bestemd voor de kosten bij verzekeraars en beleggingsfondsen. Afgezien van de overlijdensrisicodekking kent een beleggingspolis dus een foutenpercentage van 20%.
Over de kosten die banken in rekening brengen, doet het CVS geen uitspraken. “Die hangen af van de wijze waarop men wil beleggen en waarin men wil beleggen.”
Bijsluiter
In het rapport klinkt nogal wat kritiek door op de nieuwe Financiële Bijsluiter. “Duidelijk mag zijn dat een rendement van 4% uitsluitend is gekozen ter vergelijking van de kosten en geen realistisch rendement probeert weer te geven. Historische rendementen van 6% zijn realistischer.” Verder blijkt dat de hypothecaire afsluitprovisie niet door elke verzekeraar wordt meegenomen in de kosten. “De kosten van het beleggingsfonds worden soms verwerkt in de rendementen en soms apart als kosten opgevoerd. De kosten van de overlijdensrisicoverzekering worden soms meegenomen als kosten en soms als onderdeel van de risicopremie.”
Rendementen
Bij de vergelijking van de beleggingsrendementen is gerekend met een brutovoorbeeldrendement van 4%. Qua premie kiest het CVS voor een van de goedkoopste verzekeringen met een premie van _ 30 per maand, terwijl de premie gemiddeld _ 58 bedraagt. “Daarvoor is gekozen omdat men bij banksparen vrij kan kiezen uit aanbieders. Reden voor deze keuze is ook dat een losse polis met een vaste uitkering van _ 200.000 een ruimere dekking biedt dan de producten die in combinatie met beleggingsverzekeringen worden aangeboden.”
Bij een brutorendement van 4% levert beleggen via de bank gemiddeld netto 1,5% op, terwijl een beleggingsverzekering niet verder komt dan 0,9%. “De spreiding in rendement in relatie tot kosten is bij verzekeraars echter groter, waardoor de meest voordelige aanbieder een verzekeraar is”, zo stelt het Verbond. “Gevolg hiervan is dat er op statistische gronden niet kan worden geconcludeerd dat er een significant verschil is.”
Geen winst
Tussen 1993 en 2006 zijn 6,3 miljoen beleggingspolissen verkocht. De piek in aantallen polissen lag in 1999, toen bijna een miljoen beleggingsverzekeringen werd gesloten. Vorig jaar bedroeg de omzet uit deze verzekeringen _ 1,6 mld. Ruim een half miljoen Nederlanders hebben een beleggingsverzekering gekoppeld aan hun hypotheek. “De winst van verzekeraars op beleggingsverzekeringen is vrijwel nihil”, merkt het CVS op. “Het rendement varieerde van 2000 tot en met 2005 van 0,0% tot 0,7% van de verdiende premie.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.