nieuws

Kosteninhouding bij ruim helft beleggingspolissen boven 2,5%

Archief

Minder dan de helft (48%) van de bestaande beleggingsverzekeringen voldoet aan het door Ombudsman Wabeke aanbevolen kostenpercentage van 2,5%, zo concludeert de AFM na het met hulp van Moneyview uitgevoerde feitenonderzoek naar beleggingsverzekeringen. Gemiddeld wordt 69% van de inleg besteed aan vermogensopbouw.

De AFM bekeek 57 producten. “We hebben een groep verzekeringen genomen die naar schatting 60% à 80% van de markt afdekt tussen 1995 en 2005”, aldus AFM-directeur Theodor Kockelkoren.
&nbspIn zijn eerder dit jaar gedane aanbeveling paste Wabeke een verruiming toe tot 3,5%, omdat politiek, intermediair en consument in het verleden medeschuldig zijn geweest aan de onduidelijkheden over beleggingsverzekeringen. Wordt die bandbreedte toegepast, dan voldoet 86% aan het voorgestelde kostenmaximum. Bij één op de zeven beleggingsverzekeringen gaat van het rendement dus meer dan 3,5% op aan kosten; 38% zit in de bandbreedte tussen 2,5% en 3,5% totale kosten. Voor 19 producten geldt dat de kosten hoger zijn dan 4,5% van het brutorendement.
 
  &nbspIn 2005 werd nog bijna een half miljoen beleggingsverzekeringen gesloten, tegen ruim één miljoen in 2000. In 2005 liepen er 7,2 miljoen beleggingsverzekeringen, goed voor een gemiddelde inleg van _ 878. Volgens het rapport lag de provisie op nieuwe polissen gemiddeld rond de _ 1.500; bij koopsompolissen (gemiddelde inleg _ 35.000) was dat fors hoger.
 
  &nbspGemiddeld wordt 69 cent per ingelegde euro besteed om vermogen op te bouwen voor de klant. Vijf cent gaat op aan verzekeringspremies. Tot slot wordt 26 cent besteed aan kosten, waarvan 19 cent voor verzekeraar en advies. Bij hypotheekgebonden polissen is het inlegpercentage 64%, bij pensioen- en lijfrentegerelateerde polissen 71%. Het verschil zit in de overlijdensrisicopremie: hypotheekverzekeringen kennen over het algemeen een veel hogere risicodekking.
 
Rendementen
Het rendement op de onderzochte beleggingsverzekeringen liep in de onderzochte periode (1995-2005) uiteen van -5,1% tot 6,3%. Een lage inleg en korte looptijden hebben het meest drukkende effect.
 
  &nbspDe verschillen in nettorendement tussen de producten zijn in de door de AFM gehanteerde voorbeeldsituaties aanzienlijk. Voor mixfondsen wordt uitgegaan van 6,2% brutorendement, voor aandelenfondsen wordt 8% gehanteerd. Daarnaast is gerekend met diverse ‘maatmens’-situaties en variabele looptijden (van 8 tot 30 jaar), inlegbedragen, leeftijden en verzekerde bedragen.
 
  &nbspMet de kanttekening dat bij de ruim 340 berekende situaties dus soms appels met peren zijn vergeleken, varieert de netto-opbrengst bij hypotheekverzekeringen van 6,3% (Aegon Levensloop Hypotheek) tot 1,5% (Zwolsche Algemeene DIN Hypotheekplan). Het Falcon Levensplan+ is de lijfrentepolis met het hoogste (6,4%) óf het laagste nettorendement (2,0%), afhankelijk van looptijd en leeftijd. Voor algemene vermogensopbouw biedt het RVS Beursspaarplan met 6,2% het hoogste rendement, terwijl Hollands Welvaren Plus van DSB Bank 5,1% verlies oplevert volgens de AFM. Daarvoor geldt dan wel een looptijd van acht jaar en een maandelijkse inleg van _ 30.
 
Hefboom
Eind 2006 was voor _ 67 mld ingelegd op beleggingsverzekeringen; de actuele waarde van alle polissen tezamen was toen lager: _ 49 mld. Volgens de AFM hebben consumenten zich een aantal zaken onvoldoende gerealiseerd bij het aangaan van een beleggingspolis. “Zo is het instapmoment al bepalend voor het rendement. De beursfluctuatie bepaalt het verwachtingspatroon, maar is inherent aan het product. Verder speelt de risicodekking een grote rol: het verschil tussen een dekking van _ 200.000 of 90% van de opgebouwde waarde scheelt zo 1% nettorendement.”
 
  &nbspEen sterke factor is de hefboomwerking van universal-lifeproducten: “Bij een brutorendement van 4% in plaats van 8% kan de risicopremie bijna vertienvoudigen, omdat de dekking verhoogd moet worden. Bovendien versterkt het effect zichzelf: omdat er meer risicopremie nodig is, blijft er minder over om te beleggen.”
 
Verval neemt toe
In het onderzoek komt naar voren dat het vervalpercentage van individuele beleggingsverzekeringen, afgezet tegen de jaarlijkse inleg, in 2003 een hoogtepunt bereikte: toen verviel 15%, oftewel _ 681 mln van de totale jaarpremie. In 2003 werd voor _ 231 mln (5,1% van de jaarlijkse inleg) aan polissen afgekocht. Het afkooppercentage vertoont vanaf 1995 een stijgende lijn: in dat jaar werd voor _ 8 mln afgekocht (1,1%), terwijl 2005 een afkoopbedrag van _ 203 mln (4,5%) laat zien.
 
  &nbspHet effect van afkoop op het rendement is eveneens doorgerekend. Daaruit blijkt dat ook na tien jaar het afkopen van de polis nog een negatief nettorendement oplevert.
 
Reacties
Volgens de Consumentenbond toont het feitenonderzoek aan dat 73% van de onderzochte producten te duur is. Het kostenpercentage van die polissen is namelijk hoger dan 2%. “Ombudsman Wabeke mag dan een limiet van 3,5% hebben genoemd, maar wij hebben 2% altijd beschouwd als maximaal haalbare”, verklaart de bond. De Consumentenbond constateert verder dat AXA, Nationale-Nederlanden, Delta Lloyd en Falcon de meeste kosten berekenen. “Het rapport maakt heel duidelijk dat consumenten zijn misleid, doordat zij te hoge rendementen kregen voorgespiegeld.”
 
  &nbspHet Verbond van Verzekeraars vindt de “in de factsheets gepresenteerde wijze van kostenverrekening” in het AFM-rapport “vatbaar voor misverstanden”. De door het Verbond ingestelde commissie De Ruiter “heeft de kostenopbouw beter inzichtelijk gemaakt”.
 
  &nbspDe stichting Woekerpolis Claim vindt dat het intermediair een aanvullende compensatieregeling moet treffen voor slecht advies. “Een collectieve actie heeft geen zin”, laat de NVA in reactie weten. “Als er sprake is geweest van slechte advisering, dan moet dat per individueel geval bekeken worden. De klant kan altijd een klacht indienen bij het Kifid.”
 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.