nieuws

Beleggingsverzekeringen en het verhaal van de bomen en het bos

Archief

Het Verbond van Verzekeraars heeft een commissie ingesteld die aanbevelingen moet doen voor een betere communicatie richting de houders van een beleggingspolis. Heldere informatie over de samenstelling van een product is geen overbodige luxe, zo blijkt uit een mini-onderzoek van AssurantieMagazine.

De vragen beperkten zich louter tot de communicatie over de kosten van de aan de polissen verbonden beleggingsfondsen. Die informatie is in de praktijk niet zelden weinig transparant tot zelfs volslagen onbegrijpelijk. Het zij benadrukt dat de selectie van verzekeraars en producten vrij willekeurig tot stand is gekomen, geholpen door tips vanuit het intermediair.
Fortis ASR
Fusiemaatschappij Fortis ASR zit midden in de omzetting van oude fondsen van onder meer Amev, Waerdye en Basic-life naar nieuwe Fortis ASR-fondsen. Een voorbeeld betreft het Amev Mixfonds, dat verandert in het Fortis ASR Mixfonds. Polishouders en tussenpersonen hebben een overzicht ontvangen, waarin staat dat het Amev Mixfonds in het verleden geen beheerskosten kende.
Dat is opmerkelijk, te meer daar Amev (bijvoorbeeld in offertes uit maart 2005) bij dit fonds repte van 0,5% beheerskosten. Woordvoerder Kees Verhagen tracht de zaak op te helderen: “De kosten in de oude Amev-fondsen waren echt 0%. De beheerskosten (0,5%) werden in de verzekering ingehouden, zijnde kosten die de maatschappij maakte voor het in stand houden van de polis. Dat blijft in de nieuwe situatie gewoon 0,5%.”
De nieuwe fondsen van Fortis ASR houden voortaan wél beheerskosten. Meestal is dat 1%, zoals bijvoorbeeld bij het Amev Mixfonds. De woordvoerder houdt een verhaal over meer dynamiek en meer (toezichts)wetgeving om de ingevoerde inhouding van beheerskosten te rechtvaardigen. “Echter, voor bestaande polishouders kun je eerdere afspraken niet wijzigen”, zo stelt Verhagen. “Daarop is besloten de beheerskosten te corrigeren met 1%, zodat per saldo weer 0% kosten overblijft.” De correctie vindt plaats door de kosten van de verzekeringspolis met gelijke omvang te verlagen.
De zin van de hele exercitie ontgaat de gemiddelde lezer helemaal, als Verhagen meldt dat Fortis ASR de compensatie niet alleen bij bestaande polishouders, maar ook bij nieuwe verzekeringnemers toepast. Zijn verhaal blijkt voorts niet helemaal compleet. “De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in de nieuwe situatie nog 0,115% of 0,106% wordt ingehouden onder de noemer ‘overige kosten’. Dit betreft kosten voor toezicht, accountants, et cetera. Per saldo gaan de kosten voor bestaande polishouders dus met iets meer dan 0,1% omhoog.” Maar zij kunnen dat in het overzicht terugvinden, haast Verhagen zich te zeggen.
De Amersfoortse
De woordvoerder heeft het zwaar te verduren, want ook bij een kostenkwestie rond De Amersfoortse mag Verhagen voor opheldering zorgen. De kwestie betreft ‘Het Amersfoortse Mix Fonds’, dat voor alle duidelijkheid wordt omgezet naar het ‘Amersfoortse Mixfonds’. Het nieuwe fonds meldt een kosteninhouding van 1%, terwijl het oude fonds in het verleden aan fondsbeheerskosten 0,1% vermeldde. Dat laatste percentage klonk ook logisch, want in offertes rekende De Amersfoortse onder meer dit voor: een voorbeeldkapitaal van _ 200.149 bij een brutofondsrendement van 8,63% en een voorbeeldkapitaal van _ 203.826 bij een nettofondsrendement van 8,63%.
Hoe zit dat?
Verhagen: “Het mixfonds kent een ‘fonds-in-fondsconstructie’, waarbij het overliggende fonds belegt in achterliggende fondsen. Voorheen maakten we alleen melding van de fondsbeheerskosten van het overliggende fonds (0,1%). De fondsbeheerskosten van de achterliggende fondsen (zijnde 0,4%), vermeldden we niet. Reden: deze 0,4% was al via het koersrendement van de achterliggende fondsen verwerkt.”
Resteert nog 0,5% verschil?
Verhagen: “In de nieuwe situatie financieren we ook de 0,5% polisbeheerskosten via het fonds en niet meer apart via de polis.” De conclusie van zijn relaas moet zijn dat polishouders nu net zo veel aan kosten kwijt zijn als vroeger.
Allianz
Bij het Allianz Design Kapitaalplan worden kosten in rekening gebracht als het fondsrendement hoger is dan het historische fondsrendement. Deze zogeheten performance-fee wordt maandelijks geheven, als het werkelijke rendement hoger is dan het naar maandbasis teruggerekende historische fondsrendement. Dit laatste rendement ligt bij Allianz-fondsen gemiddeld tussen de 6% en 9%: op maandbasis dus 0,5% tot 0,75%. De performance-fee, de inhouding over het meer-rendement, kan tot 17,5% oplopen.
Allianz vermeldt deze kostencategorie in de beleggingsvoorwaarden die bij de polis worden geleverd. In offertes en in de financiële bijsluiter is het fenomeen echter niet terug te vinden. Reden: Allianz mag conform de regelgeving niet offreren met rendementen die het historische fondsrendement overstijgen. Prettige bijkomstigheid voor Allianz: het effect van de performance-fee blijft voor tussenpersoon en polishouder onzichtbaar. En dat is niet zonder waarde, want Allianz erkent dat de performance-fee in de praktijk de grootste kostenpost binnen de verzekering is.
“We zitten in een spagaat”, is het verweer van fiscaal-juridisch directeur Bouwe Morrema. “Óf we houden ons aan de Code Rendement en Risico (en regels van de Financiële Bijsluiter) óf we laten het effect van de performance-fee zien door met hogere voorbeeldrendementen te offreren.” Allianz zegt hierover in 2004 vragen te hebben gehad van de Consumentenbond en toezichthouder AFM. “Na onze uitleg hebben we niets meer gehoord.” Allianz-directielid Sjoerd Laarberg belooft opnieuw naar de performance-fee te gaan kijken. “Ik weet niet of we het zullen veranderen, maar we gaan dit zeker tegen het licht houden.”
AXA
Wenkbrauwen gaan ook fronsen als wordt gekeken naar twee AXA-producten, waarbij premies kunnen worden belegd in het Garantie Click Depot. Dit fonds belegt in het 88% Max Nav-fonds van Societé General. In offertes en bijsluiters voor het product Eigen Koers Lijfrente meldt AXA aan fondsrendementen bruto 4,75% en netto 3,25%. Bij het product Leefvrij blijkt hetzelfde fonds ineens anders te presteren en afwijkende kosten te kennen. De rendementen zijn hier bruto 7,00% en netto 5,25%.
“Het verschil tussen bruto- en nettorendement wordt verklaard door de fondskosten én de poliskosten”, legt AXA-woordvoerder Monique Roedoe uit. “De fondskosten zijn twee keer 1,5%, maar bij het Leefvrij-product komt daar nog 0,25% aan poliskosten bij.”
De verschillen in rendementen voor één en hetzelfde fonds zegt Roedoe ook te kunnen verklaren. Helaas, het wordt er niet veel duidelijker op. “Bij Leefvrij wordt het werkelijk historisch rendement als brutofondsrendement gehanteerd (zijnde 7,00%), terwijl bij Eigen Koers Lijfrente 4,75% wordt gebruikt. Dat is gelijk aan het percentage van de Rentewinstdelende Lijfrente, omdat bij beleggingslijfrenten het rendement niet méér mag bedragen dan dat van het traditionele product.” Inmiddels heeft AXA het rendement bij Leefvrij gemaximeerd op 5,00%, “omdat de regels van de Financiële Bijsluiter voorschrijven dat 5% het maximum is als een fonds geen historie van meer dan vijf jaar heeft.”
Voor wie de draad nog niet kwijt is, volgt er nog een extra complicatie. Die is dat EDC Finance, ‘importeur’ van de 88% Max Nav-fonds van Societé General, in een prospectus spreekt over 4,5% kosten (maximaal 2% plus maximaal 2,5%). Dat wijkt af van de 1,5% en 1,75% die bij AXA zichtbaar zijn als fondskosten. Gelukkig weet Roedoe raad: “De kosten die het prospectus van het fonds zelf vermeldt, betreffen het maximale kostenniveau. Terwijl wij in de financiële bijsluiter (en daarmee de offerteprogrammatuur) uitgaan van de werkelijke kosten, gemaakt gedurende het jaar voorafgaand aan publicatie van de bijsluiter.”
Reaal
Net als Fortis ASR is Reaal al enige tijd bezig met de omzetting van beleggingsfondsen naar nieuwe, vergelijkbare fondsen. Zo gingen vorige maand de gelden van polishouders van een Groeps Individueel Pensioen, PensioenPlan en ParticipatiePlan van twee Robeco-fondsen over naar eigen fondsen. Het PP Aandelenfonds Amerika en het PP Aandelenfonds Verre Oosten zijn overgeheveld naar het Reaal Amerika Aandelenfonds 2 en het Reaal Azië Aandelenfonds 2.
Ogenschijnlijk goed nieuws voor de polishouders is dat de jaarlijkse kosten (beheers-fee en servicekosten) van 1,37% naar 0,82% gaan. Vreemd genoeg wijken de percentages af van brochures voor het intermediair, van begin 2005, waarin voor beide fondsen 1,15% fondskosten werd vermeld. Reden om Reaal om opheldering te vragen.
Bart Janknegt, bedrijfshoofd Competence Center Verzekeringen, start met een algemene waarschuwing. “De taxatie van losse kostencomponenten binnen een beleggingsverzekering leidt vaak tot een incompleet beeld, waar de verkeerde conclusies aan kunnen worden ontleend. De beursgenoteerde fondsen van SNS laten zich typeren als transparant en zeer concurrerend geprijsd.” Het uiteindelijke antwoord op de vraag is minder transparant. “Een verklaring voor het kostenverschil van 0,82% (nieuw) versus 1,37% (oud) heb ik niet. U refereert aan eerdere uitingen waarin 1,15% fondskosten werd vermeld; ik heb die uiting(en) niet gezien en kan daar helaas niets over zeggen.”
Goedkoper?
Bij de Reaal-producten is nog een opvallende constatering. Premies voor levensverzekeringen die zijn gekoppeld aan een hypotheek worden belegd in beursgenoteerde SNS-fondsen, terwijl de premies voor pensioenverzekeringen in niet-beursgenoteerde Reaal-fondsen worden gestopt. Het verschil wordt onder meer duidelijk bij de Nederlandse aandelenfondsen. SNS zegt hier 0,88% kosten in rekening te brengen en Reaal 0,35%.
Beleggen in het Reaal PP Aandelenfonds Nederland lijkt aantrekkelijker dan in het SNS Aandelenfonds Nederland. Zouden hypotheekverzekerden niet voordelig uit kunnen zijn?
Janknegt: “Binnen het hypotheekassortiment van Reaal kan uitsluitend worden belegd in de beursgenoteerde beleggingsfondsen van SNS. Dat een en ander ogenschijnlijk onvoordelig is voor consumenten, herken ik niet. De Reaal Opstaphypotheekverzekering heeft buitengewoon aantrekkelijke premies, die op dit moment nauwelijks door concurrenten worden geëvenaard. Ik verwijs naar onderzoek van MoneyView.”
Foute AXA-offertes
Eind vorige maand bracht De Telegraaf aan het licht dat AXA enkele honderden klanten onjuist heeft geoffreerd. De opbrengsten van twee beleggingsverzekeringen zijn in offertes rooskleuriger voorgesteld dan de werkelijkheid, door met te lage beheerskosten te rekenen. In de krant meldt AXA-topman Jan van den Berg dat de fout, na overleg met de Autoriteit Financiële Markten (AFM), is hersteld. Polishouders zijn niet op de hoogte gebracht.
Vorig jaar ontstond grote commotie toen bleek dat Nationale-Nederlanden jarenlang verkeerde offertes had gebruikt. Zo’n 400.000 polishouders krijgen door NN in totaal _ 65 mln gecompenseerd. Daarna maakten Delta Lloyd en Legal & General rekencorrecties bekend en in december zei toenmalig directeur van het Verbond van Verzekeraars Eric Fischer dat “de problematiek bij vrijwel alle levensverzekeraars speelt”.
De AFM werkt aan een rapport over offertefouten. Producten van vijftien grote levensverzekeraars zijn bekeken. De toezichthouder verwacht deze maand zijn bevindingen te rapporteren.
In het jaarverslag over 2005 meldt de AFM dat verzekeraars inmiddels al voor _ 160 mln hebben moeten compenseren aan polishouders die onjuiste offertes hebben gekregen. Dat bedrag betreft een tussenstand.
beleggingsrendement, werd lange tijd alleen gehanteerd door Levob in de Hollandsch Glorie Polis. Tegenwoordig doen, voorzover bekend, alleen Allianz Nederland en Legal & General dat.
in het Amev Mixfonds.
vanuit het AXA-kantoor uitlekte dat de verzekeraar rekenfouten heeft gemaakt in offertes.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.