nieuws

Hof veroordeelt Achmea voor onjuiste informatie over beleggingsverzekering

Archief

Tussenpersoon

 

treft geen blaam

 

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft Achmea veroordeeld tot het betalen van bijna _ 122.000 aan een klant met een beleggingsverzekering. Een beroep van het concern op nalatigheid van de tussenpersoon is grotendeels ongegrond verklaard.

 

De verzekerde, een tandarts, heeft als pensioenvoorziening rond de eeuwwisseling twee Lijfrentemaatwerkplannen gesloten bij toenmalig Achmea-dochter Royal & SunAlliance. Daartoe zijn koopsommen gestort van in totaal _ 284.454; begin 2001 is uiteindelijk één polis afgegeven die voorzag in een uitkering van _ 5105 per drie maanden tot uiterlijk 15 december 2005. De koopsom wordt volledig belegd in het Onderscheidend Mixfonds, waarbij deels in obligaties zou worden belegd. Aan de verzekerde is echter niet medegedeeld dat de obligatiecomponent halverwege 2000 uit het mixfonds is verwijderd. Aan kosten is minimaal _ 31.772 in rekening gebracht; de toegezegde jaarlijkse waardeopgaven zijn niet verstrekt.

 

In 2003 heeft de verzekerde de uitkeringen laten beëindigen nadat in totaal _ 55.795 aan hem was uitgekeerd. In maart 2004 heeft Achmea bericht dat de polis eind 2003 nog _ 120.706 waard was.

 

De verzekerde spant daarop een rechtszaak aan tegen Achmea, die naar zijn mening is tekortgeschoten in de zorgplicht. De rechter deelt die opvatting slechts gedeeltelijk: omdat onvoldoende informatie is ingewonnen, heeft Royal & SunAlliance de zorgplicht geschonden, zo luidt het oordeel. Achmea wordt echter voor slechts 15% aansprakelijk gehouden voor de geleden schade, die wordt gesteld op _ 162.532,52. Dat is het verschil in waarde tussen de participaties in het Onderscheidend Aandelenfonds, waarin uiteindelijk is belegd, en het minder risicovolle Onderscheidend Obligatiefonds.

 

De verzekerde tekent beroep aan tegen die beslissing. Het Leeuwarder gerechtshof doet in mei 2010 uitspraak. Daarin stelt het hof onder meer dat "het product Lijfrentemaatwerkplan amper als een levensverzekering valt te kwalificeren". Daaraan ligt ten grondslag dat de verplichting om een tijdelijke lijfrente uit te keren eindigt als de beleggingspot leeg is, "zodat hierbij geen sprake is van een rentebetaling die op een levens- of sterftekans is gegrond".

 

Aan de informatieplicht is door Royal & SunAlliance niet voldaan, oordeelt het hof, ondanks dat de verzekerde is geïnformeerd over "het brede scala" aan fondsen waarin zou worden belegd. Het hof acht die informatie "algemeen en nietszeggend". Verder is niet voldaan aan de plicht om de klant te waarschuwen voor de risico’s. "De mogelijkheid van een negatief groeipercentage ontbreekt in de voorbeelden." Over de kosten is de verzekeraar bovendien niet duidelijk geweest.

 

Achmea is om bovengenoemde redenen ernstig tekortgeschoten in de zorgplicht, zo luidde het oordeel in 2010. Het concern kreeg daarop wel de gelegenheid bewijzen aan te dragen waaruit zou blijken dat de betrokken tussenpersonen zijn tekortgeschoten in hun zorgplicht, omdat voor de tweede koopsomstorting geen extra informatie is ingewonnen over het verloop van de eerst gesloten overeenkomst. Het hof heeft daarover in december geoordeeld dat dit laatste niet het geval was. Los van het feit dat Royal & SunAlliance geen voorlichtingsbeleid had met betrekking tot het Lijfrentemaatwerkplan, lag het "primair op de weg van de verzekeraar om in het kader van haar postcontractuele zorgplicht en informatieverplichting deze gegevens te verschaffen". Het hof stelt het eigenschuldpercentage van de verzekerde dan ook op 25%. Daarmee moet Achmea driekwart van het schadebedrag aan de klant vergoeden.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.