nieuws

‘Keer weer gewoon iedereen geld uit’

Archief

Lariekoek

"Onrealistisch", volgens het Verbond van Verzekeraars. Hinloopen zou uitgaan van een puur theoretische constructie, die alleen werkt onder enkele zeer onwaarschijnlijke aannames. "Zelfs de elementaire economische theorie waarin een hogere prijs tot een lagere vraag leidt, wordt door Hinloo-pen genegeerd", besluit het Verbond.
Je moet maar durven tegen een hoog-leraar economie. "Het is natuurlijk een onzinnig en suggestief tekstje", reageert Hinloopen enigszins laconiek op de stelling van het Verbond. "Misschien willen ze mij ermee in een kwaad daglicht stellen. Hoe nadruk-kelijker zo'n reactie, hoe sterker ik geneigd ben om te denken: ik heb blijkbaar de vinger op de zere plek gelegd, want anders hoef je je niet in zulke bochten te wringen om het te ontkennen. Als zij zich zo willen verlagen, dan moeten ze dat vooral doen. Maar het is volkomen lariekoek, met alle respect. Het is inderdaad zo dat als de prijs omlaag gaat, de vraag toeneemt en andersom, alleen niet bij een mogelijke schade. Dus het inzicht dat het daar precies tegengesteld werkt, verklaart in belangrijke mate waarom in deze markt dingen anders lopen dan we gewend zijn."
 
Puzzel
Hoe anders de dingen gaan in verzekeringsland, werd duidelijk toen Hinloo-pen tijdens zijn onderzoekswerk stuitte op de markt voor autoruitschadeherstel en de 'puzzel' die zich daar voordoet: veel herstelbedrijven die goedkoper lijken te werken, kunnen maar geen klant (of geprefereerde aanbieder) worden van de verzekeringsmaatschappijen. Die blijken steevast te kiezen voor Carglass, Autotaalglas of GlasGarage.
"Er bereikten mij vanuit verschillende partijen signalen dat verzekeringsmaatschappijen hun klanten vaak doorsturen naar ruitherstelbedrijven die beslist niet de goedkoopste zijn. Dat komt omdat ze een hogere prijs berekenen voor een product dat iemand anders goedkoper kan aanbieden of omdat ze vaker dan andere bedrijven een duurdere herstelmethode, zoals ruitvervanging, toepassen. Toen bij mij eenmaal het inzicht doordrong dat mensen, naarmate ze geconfronteerd worden met een grotere schade, sterker geneigd zijn om zichzelf te verzekeren, was dat voor mij de verklaring waarom de verzekeraars bewust een hoge schadelast in stand houden. Maar dat was nog intuïtie. 
Vervolgens moet je, zoals het een goed wetenschapper betaamt, onderzoek gaan doen om je vermoedens te staven. Dat is inmiddels achter de rug."
 
Verbieden 
De uitkomsten van zijn onderzoek verwerkte Hinloopen onder meer in zijn rede 'Verzekerde marktmacht', die hij in mei dit jaar uitsprak ter gelegenheid van de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Industriële Organisatie aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde. Belangrijkste conclusie: de consument verzekert zijn risico uitgerekend bij die instantie die dat risico wil vergroten. Verzekeraars kunnen dat doen via een systeem van geprefereerde aanbieders en verzekerden worden alleen doorgestuurd naar dure schadeherstellers. Door het weren van goedkopere aanbieders ontstaan er bovendien marktconcentraties die ook prijsopdrijvend werken. De oplossing ligt voor de hand, vindt hij. "Verbied iedere contractuele verbinding tussen verzekeraars en spelers op product- en dienstenmarkten."
 
Kritiek op NMA
Ook de NMA heeft, naar aanleiding van diverse klachten uit de autoruitherstelbranche, een onderzoek ingesteld naar de gang van zaken rond schadesturing van verzekeraars in deze markt. Hinloopen heeft veel kritiek op de gebruikte onderzoeksmethode. "Volgens mij moet je bij schadesturing kijken naar alle partijen die erbij betrokken zijn: de consumenten, de verzekeringsmaatschappijen en de schadeherstelbedrijven. De NMA heeft slechts gekeken naar de schadeherstelbedrijven en aan hen gevraagd wat ze ervan vinden. Volgens mij kun je diezelfde vragen ook aan consumenten stellen. Dat heb ik dus inmiddels gedaan, samen met een student, en wij zijn tot de conclusie gekomen dat 80% van de markt voor autoruitschade wordt gestuurd. Dat is dus veel meer dan de 16% die uit het NMA-onderzoek kwam."
"Vervolgens kun je kijken naar de polisvoorwaarden van de verzekeringsmaatschappijen: bij welke polis is wel of juist geen sprake van sturing en hoeveel mensen hebben zo'n polis? Dan hoef je helemaal geen enquête uit te voeren en kun je gewoon gaan turven. Had de NMA dat maar gedaan, dan waren we van de hele discussie die naar aanleiding van het rapport is ontstaan, af geweest en lagen de feiten gewoon op tafel. Dus ik heb niet zoveel op met dat NMA-onderzoek."
 
Stoel 
Het argument dat verzekeringsmaatschappijen doorgaans hanteren voor schadesturing ofwel het werken met geprefereerde aanbieders, is dat het voor de consument veel gemakkelijker en voordeliger is als bepaalde keuzes voor hem worden gemaakt en het bovendien de kwaliteit van het herstel zou waarborgen. "Er bestaat zeker een groep consumenten die het heel prettig vindt dat de verzekeraar alvast bepaalde keuzes heeft gemaakt en dat is natuurlijk prima", vindt ook Hinloo-pen. "Maar je moet je wel afvragen of de verzekeraars altijd de béste keuze maken voor de consument. Dat is niet het geval, zoals we hebben gezien met het voorbeeld van de relatief dure autoruitschadeherstellers. Verder moet je je afvragen: wil je eigenlijk wel dat verzekeringsmaatschappijen op de stoel gaan zitten van de consument? Als econoom zeg ik dan direct: nee. Verzekeringsmaatschappijen zullen bijvoorbeeld gaan bepalen welke bedrijven in een markt zullen overleven en welke niet. In ons rechtssysteem is dat voorbehouden aan de overheid, die alleen een prikkel heeft om het publieke belang te dienen, zonder winstoogmerk. Als je dat overlaat aan een private partij, zoals een verzekeraar, dan moet je goed bedenken welke prikkels die private partij heeft. De verzekeringsparadox is er daar een van. In mijn ogen is het dus ten principale onjuist om die overheidstaak, eigenlijk onbedoeld, over te hevelen naar een private partij."
Tegelijkertijd wordt de marktwerking de facto uitgeschakeld én zal de prikkel om te innoveren verdwijnen, betoogt Hinloopen. "Dat zijn drie heel belangrijke redenen waarom je goed moet nadenken over het bestaansrecht van zo'n systeem van geprefereerde aanbieders, temeer omdat het alternatief heel simpel is. Verzekeraars kunnen namelijk ook zeggen: ik stuur jou niet door, maar ik geef je gewoon geld om je schade te laten herstellen."
 
Zorgmarkt 
In de gezondheidszorg lijkt ook steeds meer te worden gewerkt met een systeem van geprefereerde aanbieders. Het zal niemand verbazen dat Hinloopen daar absoluut geen voorstander van is. "Deze markt is wel een stuk gecompliceerder, omdat je het nauwelijks aan consumenten zelf kunt overlaten om te bepalen of de kwaliteit van de geleverde dienst voldoende is. Maar als ik naar een ziekenhuis ga om te worden geopereerd, ga ik ervan uit dat de Inspectie voor de Volksgezondheid in Nederland dusdanig functioneert, dat de chirurg gekwalificeerd is om in mij te snijden. De vraag is weer of je dat mechanisme aan een verzekeringsmaatschappij moet overlaten of dat je dat in handen van de overheid houdt. Mijn reactie zou zijn: dat moet je bij de overheid houden. Ik zie niet in waarom verzekeringsmaatschappijen daartussen moeten zitten. Ze zeggen dan wel: wij kunnen die zorg efficiënt inkopen, maar daar ben ik in het geheel niet van overtuigd. Ik zou dus zeggen: keer weer gewoon iedereen het geld uit. Dan laat je de keus bij de consument. Als je het aan de verzekeraars zou overlaten, is er ook hier geen enkele prikkel meer in het systeem, voor de verzekeraar noch voor het ziekenhuis, om de kosten te laten dalen."
 
 
Jeroen Hinloopen (42) is getrouwd en vader van twee kinderen. Hij heeft tal van wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan over onderwerpen als prijsregulering, productdifferentiatie, stilzwijgende samenspanning en mededingingsbeleid. Hinloopen werkt bij de Universiteit van Amsterdam en was eerder verbonden aan de universiteiten van Florence en Kopenhagen, de TU Delft en de KU Leuven. Hij heeft ervaring als adviseur van toezichthouder DNB en het ministerie van EZ en schreef twee economieboeken voor havo en vwo. Als voorzitter van de Cevo Syllabuscommissie Economie heeft hij mede de eindtermen bepaald voor het nieuwe eindexamen economie voor havo en vwo.

Reageer op dit artikel