nieuws

DNB blijft serviceabonnement kwalificeren als ‘verzekering’

Archief

Adfiz laat het er niet bij zitten

 

De Nederlandsche Bank (DNB) volhardt in haar standpunt over serviceabonnementen die assurantiekantoren sluiten met klanten. De toezichthouder blijft dit zien als een vorm van verzekeren, waarvoor een vergunning nodig is.

 

Althans, als belangenbehartiging bij een schadegeval tot de omschreven dienstverlening hoort; bij de meeste serviceabonnementen is dat het geval. Het verrichten van administratieve handelingen bij een schadeclaim staat de toezichthouder wel toe. "Dat is inhoudelijk namelijk van marginale betekenis."

 

Bescherming

In april verraste de toezichthouder de bedrijfstak door het aanbieden van serviceabonnement door assurantiekantoren gelijk te stellen met het functioneren als rechtsbijstandverzekeraar. DNB zegt de afgelopen maanden "een verkenning" te hebben uitgevoerd naar aanleiding van de groeiende populariteit van serviceabonnementen onder assurantiekantoren. "Na deze verkenning blijft DNB zich op het standpunt stellen dat er sprake is van een verzekering, zodra het abonnement voorziet in meer dan louter administratieve handelingen bij een toekomstig onzeker voorval."

 

Tussenpersonen worden in zo’n geval verplicht tot het hebben van een vergunning voor het acteren als verzekeraar. DNB zegt overleg te hebben gepleegd met de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en het ministerie van Financiën en voegt eraan toe dat "het toezicht van DNB dient ter bescherming van de belangen van verzekerden."

 

CV-ketels

DNB trekt de vergelijking met onderhoudsabonnementen op bijvoorbeeld een CV-ketel. "Een abonnement kan, maar hoeft niet te kwalificeren als een verzekering", stelt de toezichthouder. Zo moet een intermediair geen zaken beloven die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst onzeker zijn. Een tussenpersoon kan het oordeel ‘verzekering’ ook vermijden door het abonnement te beperken tot prestaties die een louter administratief karakter hebben, zodat geen sprake is van het verzekeringscriterium ‘een verbintenis tot uitkering’.

 

Als voorbeeld van wat niet mag, stelt DNB "in geval van schade ten behoeve van cliënt in discussie treden met de verzekeraar over de dekking en/of de omvang van de schade". Die handeling mag wel worden verricht als provisie (mede) de beloningsvorm is.

 

Miskenning

Adfiz betitelt de visie van DNB als "een bom onder de beloningsvorm abonnementen". De brancheorganisatie vindt dat de toezichthouder de taak van de tussenpersoon reduceert tot het fungeren als een doorgeefluik en hiermee diens rol miskent. "Het opkomen voor de belangen van de klant, vooral op het aspect van assistentie bij schadeafwikkeling, is een kerntaak van de adviseur."

 

De intermediairkoepel zegt het onbegrijpelijk te vinden dat DNB bij beloning in de vorm van provisie geen aanleiding ziet de activiteit tot een verzekeraaractiviteit te benoemen, maar wel als de klant daarvoor via een abonnement betaalt. "Door de opstelling van DNB valt nu een belangrijke vorm van directe betaling door de klant weg: namelijk via een abonnement. Er kan geen sprake zijn van enig provisieverbod zonder dat de abonnementsbeloning volledig is toegestaan. De stellingname van DNB is niet in het belang van de klant, noch in het licht van het centraal stellen van de klant."

 

Grootzakelijk

"Adfiz wijst erop dat in het grootzakelijke schadeverzekeringsegment in toenemende mate sprake is van dienstverlening op basis van een vaste beloning (fee of honorarium), waarbij de makelaar zich verplicht tot vergelijkbare service als door DNB aangeduid als verzekeraaractiviteiten. Het is niet goed denkbaar dat deze praktijk van jaren op de helling moet."

 

De koepel probeerde de afgelopen maanden de gedachtegang bij DNB te beïnvloeden door onder meer professor Gerard Kamphuisen, een specialist in verzekeringsrecht, in te schakelen. Zijn argumenten heeft de toezichthouder kennelijk terzijde gelegd. "DNB erkent dus wel dat de Nederlandse wet en de Europese richtlijn hulp bij schade benoemen als diensten van de assurantietussenpersoon", legt Niels Mourits namens Adfiz (en Fidin) uit. "Maar bij de praktische invulling wordt dus niet elke vorm van hulp toegestaan. Administratieve ondersteuning mag wel, belangenbehartiging niet. Het is onverteerbaar."

 

Zinvol

Jurjen Oosterbaan van Bureau D&O meent dat DNB "iets meer ruimte geeft voor het ontwikkelen van abonnementen door financieel dienstverleners". Die ruimte is in zijn ogen echter onvoldoende. "Een abonnement zonder belangenbehartiging is een abonnement waarvan moet worden betwijfeld of dit voor de consument een zinvol product is. Een abonnement met belangenbehartiging, waarbij alleen juist het onderdeel belangenbehartiging wordt gefinancierd uit provisie afkomstig van de aanbieder, is ook vanuit het perspectief van de consument een weinig aantrekkelijk product."

 

Adfiz is dan ook niet van zins zich neer te leggen bij dit standpunt van de toezichthouder. "Wij zijn het ten principale oneens met de interpretatie van DNB." Adfiz zegt de minister van Financiën om hulp te gaan vragen ("de wetgever moet met een oplossing komen") en het onderwerp bij politici aan te kaarten.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.