nieuws

Bemiddelaars en thuiswinkels twisten over kredietnormen

Archief

Thuiswinkels

 

voelen niets voor

 

strengere regels

 

De Nederlandse Vereniging van Financieringsadviseurs (NVF) vindt dat de regels voor kopen op afbetaling moeten worden gelijkgetrokken met de regels voor overige kredietverstrekking. "Dat kan een hoop problemen voorkomen", zegt directeur Carel In der Hees. De vereniging voor thuiswinkels NTO voelt daar echter niets voor.

 

Voor het verstrekken van leningen zijn regels opgesteld, die zijn vastgelegd in de gedragscode van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN). "Die normen zijn afgestemd met de AFM", zegt In der Hees. "Maar op verzendhuiskredieten, winkelpassen, creditcards en roodstanden is andere regelgeving van toepassing. Als je bedenkt dat alleen roodstand al goed is voor een uitstaand kredietsaldo van _ 9 mld, dan is er sprake van een gigantisch probleem."

 

Door de implementatie van de nieuwe EU-richtlijn voor consumptief krediet wordt een aantal problemen verholpen, aldus In der Hees. "Zo vallen binnenkort ook leningen onder de _ 1.000 onder de WFT, waardoor het verstrekken van flitskredieten tegen torenhoge rentes aan banden wordt gelegd."

 

Een euvel dat niet door de nieuwe richtlijn wordt verholpen, is dat de vereniging van thuiswinkelorganisaties eigen leennormen kan blijven hanteren. "En die wijken nogal af van de VFN-norm. Zo hanteert Thuiswinkel.org een lagere bestedingsruimte bij het vaststellen van het maximale kredietbedrag, waardoor een klant meer kan lenen. Bovendien hoeven bepaalde gegevens niet te worden gecontroleerd. Als iemand _ 400 aan maandhuur opgeeft, terwijl hij in werkelijkheid _ 700 betaalt, dan wordt dat nooit geverifieerd. Nu zijn de thuiswinkeliers geen grote speler, maar niemand is erbij gebaat als mensen in betalingsproblemen komen. De NVF ook niet, want als er een betalingsachterstand ontstaat, stopt de provisiebetaling ook. Bovendien moet de aanbieder zelf achter de betalingen aan."

 

In der Hees vindt dat de NTO haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen en zich moet conformeren aan de VFN-richtlijnen. "Juist de kleine kredieten verstoren het overzicht van de consument."

 

Strenger

De VFN vindt ook dat er geen concurrentie moet zijn op grond van het maximaal te lenen bedrag. "Wij zijn er een groot voorstander van dat de gedragscodes meer in lijn met elkaar zijn", zegt woordvoerder Bert Reitsma. De VFN houdt de normen van budgetinstituut Nibud aan en houdt daarbovenop nog rekening met een wat hoger uitgavenpatroon bij hogere inkomens. "Wij zijn wat strenger voor mensen die meer verdienen." De gedragscode van de NTO is daarentegen wat soepeler dan de Nibud-norm. "De NTO calculeert bijvoorbeeld niet in dat iemand nog een bedrag moet overhouden om aan mobiliteit uit te geven. Dat deel van het inkomen mag van de NTO ook aan krediet worden uitgegeven."

 

Extra ruimte

De NTO ziet geen reden om de eigen gedragscode aan te scherpen. "Wij hebben een afspraak met de AFM over hoe wij de open normen voor kredietverstrekking invullen", zegt Léon Mölenberg, secretaris van de werkgroep Comsumentkrediet. "Ten opzichte van de Nibud-norm hanteren wij een stukje extra bestedingsruimte, omdat veel mensen een bepaald noodzakelijk goed alleen kunnen aanschaffen door middel van een krediet."

 

Mölenberg vindt de thuiswinkels niet de oorzaak van betalingsproblemen bij lenende consumenten. "Die komen vaak in de problemen doordat ze hun baan kwijtraken en noem maar op. Onze leden doen alles om zo verantwoord mogelijk krediet te verstrekken." De NTO ziet meer in het optuigen van het Landelijk Informatiepunt Schulden (LIS), waar belangenverenigingen als de NVB (banken), VNG (gemeenten) en NVVK (schuldhulpverlening) bij betrokken zijn. Daarin moet onder meer informatie terechtkomen over achterstanden met betrekking tot huur- en hypotheekbetalingen. "Maar het College Bescherming Persoonsgegevens houdt de invoering van het LIS tegen", zegt Mölenberg. Het CBP vindt dat in de opzet van het systeem te veel mensen onnodig als wanbetaler in de boeken komen.

 

"Ik vind het niet vreemd dat wij andere normen hebben dan de VFN en de NVB. Dat zijn kredietverstrekkers, terwijl wij ons specifiek richten op goederenkrediet. Wij zijn in eerste instantie goederenverstrekkers."

 

van de consument."

Reageer op dit artikel