nieuws

Bavam wil dat verzekerden goed slapen

Archief

Nachtrust

Bij de claims op de beroepsaansprakelijkheidsverzekering doen zich, ondanks geruchtmakende affaires als die rondom beleggingsverzekeringen, weinig opvallende ontwikkelingen voor. Van Duijse: "Wel zien wij bijvoorbeeld claims op het gebied van onderverzekering regelmatig terugkomen, maar van een trend is geen sprake." Verder merkt hij op: "In het algemeen is er een zeer lichte stijging van het aantal claims, maar neemt de hoogte van claims wel duidelijk toe. Er zijn dan ook in toenemende mate verzekerden die ons benaderen om een hoger verzekerd bedrag in de polis op te nemen. Dat vind ik een logische ontwikkeling. Het wettelijk vereiste minimum van ruim € 1,1 miljoen geeft steeds minder een veilig gevoel. Ik vind en vond sinds de invoering van het wettelijk minimum de bedragen aan de lage kant. Wij spelen nadrukkelijk met de gedachte om onze klanten daarover de komende tijd individueel te gaan informeren. Die ingevolge de WFT verplichte ruim € 1,1 miljoen is minimaal, als je kijkt wat in schadeverzekeringsland gebruikelijk is. En de gevolgen van een ontoereikend verzekerd bedrag zijn enorm."
 
Een ruime verdubbeling van het verzekerd bedrag per gebeurtenis van € 1,125 mln naar € 2,5 mln gaat doorgaans gepaard met een premiestijging van 30 à 35%. "Dat wil ik ook gaan voorhouden aan onze verzekerden: voor niet veel meer premie, koop je eigenlijk een stuk nachtrust. Want dat is toch eigenlijk de kern van verzekeren: je wilt goed slapen."
 
Termijnbetaling
De Bavam omvat momenteel circa zesduizend verzekerden, die goed zijn voor een premie-inkomen van rond € 11 mln. Er worden per jaar ongeveer vierhonderd nieuwe polissen gesloten. Daar staat tegenover, dat er als gevolg van de economische situatie ook veel royementen zijn wegens bedrijfsbeëindiging, onder meer door faillissementen. Dat speelt met name bij de makelaardij onroerend goed. "In het begin van dit jaar hebben we per saldo een lichte daling in het aantal verzekerden gezien, maar sinds een paar maanden zien wij weer een lichte stijging. Wat je wel ziet, is dat de omzetten teruglopen vooral bij hypotheekadviseurs en makelaars in onroerend goed."
 
Royement wegens betalingsonmacht probeert Bavam tot het uiterste te beperken. "Wij zoeken contact met de betreffende verzekerden en proberen zoveel mogelijk regelingen te treffen om hen in deze crisisperiode tegemoet te komen. We gaan sinds een paar jaar in die situaties bijvoorbeeld over op termijnbetalingen (kwartaal- of halfjaartermijnen). Op die manier kunnen we de pijn verzachten. En in heel wat gevallen is dat daadwerkelijk een oplossing. We willen met iedereen nadenken over een oplossing, maar dan moeten die verzekerden zelf óók willen. Zo niet, dan nemen we afscheid. En dan praten we over enkele tientallen op jaarbasis, dezelfde omvang als tien, vijftien jaar geleden. Maar dat het nog steeds op dat niveau zit, komt nadrukkelijk doordat wij nu termijnbetalingen en andere oplossingen kunnen bieden."
 
De veronderstelling lijkt gewettigd dat verscherping van regelgeving tot een vermindering van het risico leidt. "Laten wij het hopen", reageert Van Duijse. "Er zijn behalve kwaliteit en opleidingsniveau meer factoren die bepalend zijn voor het risico; denk even terug aan bijvoorbeeld de aandelenleaseaffaire. Maar op zich moet het ertoe leiden dat er op een meer gereguleerde wijze wordt geadviseerd. Nog steeds is een van de belangrijkste redenen dat een tussenpersoon uiteindelijk aansprakelijk gehouden wordt, wat wij noemen het paper-trailverhaal: dat een tussenpersoon niet kan laten zien wát hij heeft geadviseerd en hóe. Wij zien helaas te vaak dat verzekerden aansprakelijk worden gehouden voor zaken waarvoor zij niet aansprakelijk zouden zijn geweest, als zij het dossier op orde hadden gehad. Dan zit je met een bewijsprobleem. Dat ontbreken van gespreksverslagen en telefoonnoties wordt gelukkig minder, want in het verleden kwamen wij dat wél vaak tegen."
 
Kenniscentrum
Van Duijse formuleert zijn antwoorden zoals het een jurist betaamt: vooral zorgvuldig. Maar hij heeft wel een hartenkreet. "Wij mij nog steeds opvalt, is dat onze verzekerden niet altijd weten wat wij allemaal voor hen kunnen betekenen. Onze dienstverlening gaat namelijk veel verder dan alleen het beheer van de polis en het in behandeling nemen van claims. Het gebeurt nog herhaaldelijk dat verzekerden van ons zich bij adviesbureaus als D&O of de standsorganisaties melden met vragen waarvoor ze ook bij ons terecht kunnen. Wij volgen de ontwikkeling van de regelgeving op de voet en hebben ook veel contact met de standsorganisaties en instanties als de AFM. Het klinkt misschien een beetje afgezaagd, maar ook hier geldt toch nadrukkelijk het gezegde 'voorkomen is beter dan genezen'. Wij doen het te meer graag, omdat wij zelf als verzekeraar ook veel leren van de vragen van klanten. Op die manier hebben we nog meer feeling met wat hen bezig houdt en kunnen we daarop inspelen met verzekeringsoplossingen."
 
Voor schadebehandeling en acceptatie heeft Bavam louter juristen in dienst, zeven in getal. "Dat komt misschien als een ruim aantal over, maar daar is bewust voor gekozen in verband met het toenemende belang van advisering van de verzekerden. Wij willen ons graag profileren als hét kenniscentrum op het gebied van beroepsaansprakelijkheid voor het intermediair en makelaars o/z."
 
Toch veel starters
De invoering van de WFT en het daaraan gekoppelde vergunningenstelsel heeft gezorgd voor een indikking van de intermediairmarkt. "Tussenpersonen die op dat moment de administratieve lastenverzwaring niet meer wilden aangaan en ook opzagen tegen de eisen die aan de inrichting van de bedrijven werden gesteld, hebben hun portefeuille verkocht. Dat leidde tot een afname in het aantal polissen." Dat het tegelijkertijd wettelijk verplicht werd om over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering te beschikken, heeft volgens hem daar weinig invloed op gehad, omdat verzekeraars dit in de meeste gevallen reeds als eis stelden in hun samenwerkingsovereenkomsten. "Daarna is er toch weer een toename van het aantal verzekerden opgetreden door de aanmelding van beginnende bedrijven. Tot op de dag van vandaag hebben we met een opvallende tegenstrijdigheid te maken. Er vindt aan de ene kant een indikking plaats door fusies en de sluiting van bedrijven die het hoofd niet boven water kunnen houden, maar anderzijds zien we een flinke toename van beginnende bedrijven. Het gaat vrijwel geheel om jonge starters. En dat vind ik, zeker gezien de economische ontwikkelingen en de zweem die over het vakgebied heen ligt – alle ophef in de pers over allerlei onderwerpen – opmerkelijk, want desondanks kiezen zij ervoor om dit, overigens mooie, vak in te gaan."
 
Diplomaverhuur
Het verschijnsel van irreële feitelijk leiders ('diplomaverhuur') heeft volgens Van Duijse een aanzienlijk beperktere omvang dan vóór de komst van de WFT. "Wij waren er toen al nadrukkelijk mee bezig in ons acceptatieproces. Is de feitelijk leider daadwerkelijk leider of is het meer een papieren constructie, zo vroegen wij ons af bij de acceptatie. Met de komst van de AFM zijn wij daar wat terughoudender in geworden, in die zin dat wij – tenzij wij echt vreemde dingen constateren – de AFM volgen. Wij moeten er vanzelfsprekend zelfstandig kritisch naar kijken, maar niet het werk van de AFM gaan overdoen."
 
Ook al is 'diplomaverhuur' actueel door het tromgeroffel van de AFM hierover, volgens Van Duijse is de omvang ervan aanzienlijk minder dan voorheen. "Toen zagen we nog herhaaldelijk dat bijvoorbeeld de feitelijk leider in Klazienaveen woonde en het bedrijf gevestigd was in Rotterdam. Zoiets roept in elk geval meteen vragen op."
 
Declaratiebasis 
Het bieden van dekking aan verzekerden die geheel of gedeeltelijk werken op declaratiebasis bestond bij Bavam al in de jaren negentig. "Het ging daarbij voornamelijk om gespecialiseerde pensioenadviseurs die gingen werken op declaratiebasis. Wij hebben er op dat moment voor gekozen om dit geclausuleerd mee te verzekeren op onze polis. Inmiddels zien we dat heel veel klanten op enigerlei wijze, bijvoorbeeld door middel van abonnementen of in hun reguliere werkwijze kiezen voor een declaratiebasis. Ik denk dat zeker 60% nu al iets op declaratiebasis doet en dat zal alleen maar stijgen, gezien de ontwikkelingen rondom bijvoorbeeld de beloningstransparantie ", bespiegelt Van Duijse. "Voor onze dekking is het van belang welke wérkzaamheden onze klanten verrichten en niet de wijze van belonen."
 
Lodie van Duijse (40) studeerde rechten in Nijmegen. Toen hij bezig was met zijn afstudeerscriptie op het gebied van het arbeidsrecht, werd Van Duijse in 1995 door een kennis gevraagd te komen werken bij Gesa Assistance. "Doordat ik in de verzekeringsbranche terecht was gekomen, raakte mijn aandacht een beetje af van het arbeidsrecht. Daardoor ben ik uiteindelijk afgestudeerd in verzekeringsrecht." Nadat hij een jaar als assurantiemakelaar bij Willis Coroon Scheuer had gewerkt, ging hij aan de slag bij aansprakelijkheidsverzekeraar St Paul's International, maar die stopte in 2002 in Nederland. Van Duijse trad bij Bavam in dienst als acceptant/schadebehandelaar en werd, na twee en een half jaar als teamleider te hebben geopereerd, in november 2007tot operationeel manager benoemd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.