nieuws

De Ruiter houdt zicht op stapeltje dossiers levenfraude

Archief

Snuffelen

De Toetsingscommissie Gezondheidsgegevens is ontstaan omdat in de verzekeringsbranche onvrede bestond over het feit dat eigenlijk niet goed te controleren was of een gezondheidsverklaring bij een levenpolis naar waarheid was ingevuld, vertelt De Ruiter. "Op grond van de Vrede van Tilburg, een herenakkoord uit het begin van de vorige eeuw, mag een arts geen informatie geven over individuele gevallen en mogen verzekeraars daar ook niet bij de arts naar vragen. Als Ombudsman zag ik echter al wel dat er in de praktijk toch wegen werden gevonden om aan informatie te komen. Bijvoorbeeld door toch maar gewoon aan een arts vragen te stellen of een beetje te gaan snuffelen en te gaan vragen in de omgeving van een overledene. Toen is besloten om een commissie in het leven te roepen, die als een soort 'black box' in de uitkeringsprocedure kan worden ingeschakeld."
 
Bij het convenant hierover zijn naast de verzekeraars ook artsenorganisatie KNMG en consumenten- en patiëntenorganisaties betrokken. De KNMG stelt zich op het standpunt dat het voor artsen geoorloofd en aanbevelenswaardig is om mee te werken als de commissie inlichtingen vraagt over overleden patiënten. Artsen hebben daar echter wel aan moeten wennen, vertelt De Ruiter. "Het is een uitzondering op hun geheimhoudingsplicht. Het is echter niet zo, dat door dit convenant de regels over het medisch beroepsgeheim zijn veranderd. Behalve dan ten aanzien van dit ene 'omweggetje' dat bewandeld kan worden. Verreweg de meeste artsen komen (soms na een beetje extra toelichting van onze verzekeringsarts) nu wel over de brug."
 
Medische informatie
Levensverzekeraars kunnen bij de Toetsingscommissie zaken indienen waarvan ze vermoeden dat er sprake is van verzwijging. Alleen als de commissie dat vermoeden gerechtvaardigd acht, gaat ze aan het werk. Verzekeringsarts Jan Hein Wijers wint dan de benodigde medische informatie in. Die wordt verzameld bij het secretariaat van de commissie dat is ondergebracht bij het Verbond van Verzekeraars in Den Haag. Daar wordt ook tweewekelijks door de commissie vergaderd over de voortgang van de werkzaamheden. Uitgangspunt is, dat er over elke zaak binnen drie maanden een uitspraak moet zijn.
 
"Er komt dan niet alleen een 'ja' of 'nee' uit ten aanzien van de vraag of er sprake is van verzwijging, maar ook een gemotiveerd bericht", vertelt De Ruiter. "In die zin werken we niet letterlijk als een 'black box'. We gaan in het kort in op de voorgeschiedenis: wanneer is de gezondheidsverklaring ingevuld en wanneer is de verzekering gesloten? Naar aanleiding van wat de arts ons heeft verteld komt er informatie in te staan over de ziekte van de overledene en vooral natuurlijk of die al bestond en kenbaar was, voordat de gezondheidsverklaring werd ingevuld en hoe zich dat verhoudt tot de doodsoorzaak. Die centrale gegevens komen in een brief aan de verzekeringsmaatschappij en aan de nabestaanden te staan."
 
Bindend advies
Het advies van de Toetsingscommissie is uitsluitend bindend als het in het voordeel is van de nabestaanden, zegt De Ruiter. "Dus als de commissie zegt: wij hebben géén aanwijzingen gevonden dat hier sprake is van verzwijging, dan móet de maatschappij uitkeren. Maar als wij vinden dat er sprake is geweest van verzwijging, is dat voor de nabestaanden niet bindend. Die kunnen alsnog naar de rechter, als ze de verzekeraar niet van hun gelijk kunnen overtuigen."
 
"Ook bestaat voor nabestaanden de mogelijkheid om bij de Toetsingscommissie bezwaar te maken tegen haar oordeel. Maar een advies is ook niet bindend voor de maatschappij, want die kan redenen hebben om ondanks een verzwijging toch uit te keren."
 
Overigens heeft een rechter géén inzage in de medische dossiers, zegt De Ruiter. "Dat heeft alleen onze verzekeringsarts, de heer Wijers. En wat daarvan bekend is, staat in onze brief aan de nabestaanden en aan de verzekeringsmaatschappij. Het zijn en blijven medische gegevens, dus die gaan niet zomaar de wereld in. We zijn eigenlijk een soort vertrouwenscommissie, ook al heten we niet zo. Wat wij feitelijk hebben vernomen, zullen we ook feitelijk correct gebruiken."
 
Griezelig
De Ruiter verwacht niet dat de invoering van een Elektronisch Patiëntendossier (EPD) het werk van de Toetsingscommissie in de toekomst zal beïnvloeden. "Maar het is niet ondenkbeeldig dat bijvoorbeeld een commissie als de onze daar toegang toe zou kunnen krijgen. Wij mogen immers ook bij artsen informatie vragen." En doorfilosoferend: "Als je een stap verder gaat, dan zou ook de verzekeraar zelf toegang kunnen krijgen en is de hele Toetsingscommissie niet meer nodig. Maar dat zou me verbazen. Ik zou het wel griezelig vinden, overigens¼ Maar het algemene debat daarover wilde ik maar niet via AM gaan voeren."
 
De Toetsingscommissie maakt niet alleen gebruik van de vergadercapaciteit van het Verbond van Verzekeraars en de daar aanwezige secretariële ondersteuning, maar de leden worden ook betaald door het Verbond, in de vorm van een vergoeding per vergadering. Toch wil De Ruiter niet al te zeer worden geassocieerd met het Verbond: "Je kunt je natuurlijk afvragen of het niet beter zou zijn als de commissie helemaal los zou staan van de verzekeraars, maar dan zou er een soort verdeelsleutel moeten worden toegepast op onze vergoeding. Artsen willen wel meedoen in de Toetsingscommissie, maar ik denk niet dat je ze zover krijgt dat ze ook moeten meebetalen. Het belang van het werk ligt natuurlijk het meest bij de verzekeraars en de anderen zijn als het ware hulptroepen, die wel hun goedkeuring moeten geven, zonder dat ze er zelf veel mee opschieten."
 
Beeld van sector
De Ruiter heeft in de loop der jaren als Ombudsman zeer veel klachten behandeld over verzekeraars. Dat heeft zijn beeld van de sector zeker beïnvloed, zegt hij: "Ik werd continu geconfronteerd met problemen. Als Ombudsman heb ik steeds in het achterhoofd gehad dat individuele klachten kunnen wijzen op een structureel probleem. We hebben altijd het jaarverslag gebruikt om daar aandacht voor te vragen. De knop ging echter nooit meteen om. Toen ik voorzitter werd van de Commissie Transparantie Beleggingsverzekeringen, kregen wij opeens de grote vraagstukken van de hele branche op ons bordje. Dat is een geweldige storm geweest die door verzekeringsland is gegaan. Wij hebben als commissie een bijdrage kunnen leveren voor de verwerking in de toekomst, maar de branche heeft zelf natuurlijk wel heel sterk ondervonden hoezeer klachten heel diep kunnen ingrijpen."
 
Transparantie
Transparantie is voor De Ruiter het kernwoord van wat hij heeft willen bewerkstelligen in de verzekeringsbranche. "Maar transparantie moet ook transparant worden gebracht. Je kunt dingen nog zo transparant op papier zetten, maar als het in een gesprek met een tussenpersoon of iemand van de verzekeringsmaatschappij zelf toch weer onduidelijk wordt gehouden, dan ben je niet goed bezig. Maar het gaat ook om zorgplicht. Immers, een directeur-generaal van het ministerie van Financiën heeft een andere zorg nodig dan een gemiddelde timmerman. Je kunt dus niet langer zomaar iets verkopen en denken: er staat een handtekening onder en het is gepiept. Dus die facetten samen, transparantie en zorgplicht, dat is een geweldige stap voorwaarts geweest."
 
Bijsluiters
Inmiddels zijn de 'modellen De Ruiter' geïntroduceerd, is er een financiële bijsluiter, zijn er productleeswijzers en sinds kort een dienstverleningsdocument. Je kunt je afvragen of dat hele pak papier het er voor de consument overzichtelijker op maakt. "Och, tegenwoordig heb ik meer verstand van de bijsluiters van medicijnen", grapt De Ruiter, "maar daar heb je net zoiets. Het allerbelangrijkste is dat de zaken helemaal kloppen. Maar mensen moeten het natuurlijk wél lezen, zeker als ze geen tussenpersoon hebben. Anders doen ze zichzelf tekort."
 
"Grosso modo is mijn ervaring dat er hele grote stappen zijn gemaakt in de relatie tussen de financiële sector en degenen die daar gebruik van maken. Maar uiteindelijk moet het laatste woord toch zijn: vertrouwen. Als maatschappijen en tussenpersonen niet duidelijk maken dat ze zorgen voor de cliënt, dan houdt het op."
 
De Ruiter moet een beetje glimlachen als hem wordt gevraagd hoe lang hij nog wil doorgaan met werken: "Tja¼ Wat zei Roger Federer ook alweer, nadat hij Wimbledon opnieuw had gewonnen? Hij ging nog door tot 2012, geloof ik. Laat ik het daar ook maar op houden¼"
 
 
Jurist en ex-minister Job de Ruiter is nu 79 jaar en heeft zijn sporen in verzekeringsland gedurende de afgelopen twintig jaar verdiend. Niet alleen als Ombudsman Levensverzekeringen en Pensioenen, maar ook als voorzitter van de Commissie Transparantie Beleggingsverzekeringen. Op zijn lauweren rusten is echter niet aan De Ruiter besteed. Hij is nog steeds actief als voorzitter van de Toetsingscommissie Gezondheidsgegevens. "Het wordt natuurlijk wel minder met het klimmen der jaren, maar de verzekeringen blijven me vasthouden."

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.