nieuws

CDFD mist aandacht voor praktijkkennis

Archief

Grote schommeling studie-inspanning bij WFT-modules

 

Het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) vindt dat PE-instituten te weinig aandacht besteden aan de praktijkkennis van hun cursisten. "Wij zullen strenger gaan toezien op een correcte uitvoering van het toetsende element", zegt CDFD-voorzitter Olaf McDaniel.

 

In de toelichting op de ministeriële erkenningsregeling voor de instituten staan tal van voorbeelden hoe dit toetsende element op een creatieve manier kan worden ingevuld, aldus McDaniel. "Denk bijvoorbeeld aan casusbesprekingen, rollenspellen en groepsdiscussies. Op een enkele uitzondering na hanteren de instituten echter een meerkeuzetoets aan het eind van een cursusprogramma. Wij vinden dat je op deze manier voornamelijk de kennis toetst en te weinig de toepassing van deze kennis in de praktijk onder de loep neemt."

 

  &nbspMet deze toetsvorm bewegen PE-instituten zich trouwens ook op het terrein van de examinering, zegt McDaniel. "Dat vergt een andere expertise die natuurlijkerwijs niet tot de competentie van een opleidingsinstantie behoort. Daarom hebben wij WFT-PE-instanties onlangs laten weten dat wij strenger gaan toezien op de correcte toetsing van onder meer praktijkkennis."

 

Concurrentie

Er is inmiddels rond de PE-cursussen een forse concurrentie ontstaan tussen de verschillende opleidingsinstituten. "De wetgever heeft een nieuwe grote markt gecreëerd waar veel partijen op inspelen", zegt McDaniel. "Daar is op zich niets mis mee, maar marktwerking mag niet leiden tot aantasting van de kwaliteit van het opleidingsaanbod."

 

  &nbspEen concreet voorbeeld daarvan zijn volgens hem de grote verschillen tussen de instituten wat de studie-inspanningen betreft. "Wij hebben de instituten inmiddels laten weten dat wij dit onderdeel scherp in de gaten zullen houden."

 

Aanpassingen

  &nbspHet CDFD zal in het najaar met de PE-instituten en exameninstellingen gesprekken gaan voeren. "Het wettelijk kader, met het afleggen van een examen bij een erkend exameninstituut en het doorlopen van een WFT-onderwijsprogramma bij een erkend instituut, blijft uiteraard hetzelfde", zegt McDaniel. "Bij eventuele aanpassingen zal het alleen maar gaan om methoden om de kwaliteit van PE-instituten en exameninstellingen nog beter te kunnen garanderen. Wij vinden dat het systeem van permanente educatie goed werkt en een belangrijke bijdrage levert aan de deskundigheid van financiële dienstverleners. Bovendien is er de afgelopen periode zo veel aan wetten en regels op de financiële dienstverleners afgekomen, dat het ons niet zinvol lijkt om op dit moment de spelregels te gaan veranderen. De huidige systematiek moet eerst maar eens beklijven." De brancheorganisaties denken daar precies hetzelfde over, aldus McDaniel, die in oktober vorig jaar is benoemd tot voorzitter van het CDFD. Daarvoor was hij in dienst bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en bij het Amsterdamse adviesbureau CBE Consultants. Op onderwijsterrein adviseerde hij diverse instellingen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo en hbo.

 

Migratieproblematiek

  &nbspEen van de kwesties die tot frictie en onrust leidden op PE-gebied was de zogenaamde migratiepolitiek. Medewerkers van verzekeraars zijn namelijk niet verplicht hun diploma’s actueel te houden door middel van PE-cursussen. Als zij na een aantal jaren overstappen naar het intermediair, zijn hun ‘oude’ diploma’s als gevolg daarvan niet meer geldig.

 

  &nbspPublicaties over ‘duizendengediplomeerden die tussen wal en schip zouden vallen’ van onderwijsdeskundige Dik van Velzen van Nibe-SVV zorgden voor de nodige consternatie en discussie (zie ook elders in deze uitgave).

 

  &nbsp"Wij hebben hier in 2007 al op gewezen", zegt McDaniel. "Ook de aanbieders zijn zich hiervan bewust. Wij hebben gesproken met het Verbond van Verzekeraars en de Nederlandse Vereniging van Banken. De aanbieders nemen hun verantwoordelijkheid en zullen hun werknemers hierover informeren. Veel werkgevers geven medewerkers ook gelegenheid om hun eigen diploma’s geldig te houden."

 

Geen vraagbaak

Hoewel er bij de branche op dit moment veel vragen leven, ziet McDaniel het CDFD in eerste niet als vraagbaak voor de financiële dienstverlener. "Wij zijn primair een adviescollege van het ministerie van Financiën. Onze gesprekspartners zijn in principe de toezichthouder, de exameninstituten, de opleidingsinstituten en de branche- en keurmerkorganisaties. Wij richten ons dus niet op de individuele financiële adviseur. Daar hebben wij simpelweg geen capaciteit en middelen voor. Onze communicatie vindt dus altijd getrapt plaats, via de eerdergenoemde organisaties. Ik weet dat deze organisaties zeer frequent over PE communiceren. Ik hoop dat het omgekeerd ook zo werkt. Je kunt natuurlijk wel veel zenden, maar je moet ook willen ontvangen."

 

Streamer bovenaan pagina:

 

Olaf McDaniel: ‘Marktwerking mag niet leiden tot aantasting van de kwaliteit van het opleidingsaanbod.’

 

van Berkel (deskundige op het gebied van erkenning & toezicht), Lourens van der Linden (deskundige op het gebied van WFT-eind- en toetstermen), Martin Blom (vertegenwoordiger aanbieders) en Geert Hendrikx (vertegenwoordiger intermediair).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.