nieuws

Pals Groep trekt eigen plan

Archief

Door Gerrit Lijffijt

 

Hoewel de Pals Groep het grootste letselschadebureau is en baanbrekend werk heeft verricht voor de letselschaderegeling in Nederland, is het niet onomstreden. Bij Pals hebben ze immers niets op met gedragsregels, keurmerken, brancheorganisaties of een behandelingscode. "Elk overleg tussen partijen gaat mank aan het idee dat het letsel van het slachtoffer centraal staat", meent algemeen directeur van Pals, Jan Houkes.

 

Toen Jan Houkes in 1984 in dienst trad bij de Pals Groep, was hij de zevende werknemer en was het nog een klein kantoor met één vestigingplaats: Emmen. Daar is nu nog steeds het hoofdkantoor gevestigd is. Nu, bijna 25 jaar later, behandelt de Pals Groep minimaal vijfduizend dossiers op jaarbasis, werken er zo’n 160 mensen en heeft het vestigingen in Emmen, Apeldoorn, Den Haag, Leeuwarden, Maastricht en Tilburg. Houkes Advocaten, de huisadvocaat van de Pals Groep, heeft vestigingen in Emmen, Amsterdam, Apeldoorn en Groningen. Houkes noemt de Pals Groep de grootste particuliere rechtshulpverlener van Nederland. "Bert Pals is in 1993 bij ons weggegaan, maar is qua agressie, assertiviteit en deskundigheid absoluut de grondlegger van de attitude van dit bedrijf", zegt Houkes. "Want we zijn nog steeds een assertief bedrijf dat waar voor zijn geld biedt. En dat wordt door de markt herkend."

 

  &nbspDe Pals Groep biedt klanten twee manieren van dienstverlening. De eerste is op basis van een regulier uurtarief en de tweede is op basis het zogenaamde no cure, no pay-tarief. Dat laatste houdt in dat de Pals Groep gaat procederen voor het slachtoffer en het honorarium uit 15 % van het uit te keren bedrag aan het slachtoffer bestaat. No cure, no pay geldt nog steeds als tamelijk controversieel binnen de letselschadewereld, maar 99 van de honderd zaken uitgevoerd door de Pals Groep zijn volgens Houkes op no cure, no pay-basis. "No cure, no pay creëert twee dingen", legt Houkes uit. "Het verbetert de toegang tot het recht voor het slachtoffer en het zorgt ervoor dat er een parallelliteit van belang ontstaat tussen de rechtshulpverlener en het slachtoffer. Men heeft een gedeeld belang."

 

Hoge dwarslaesie

Jan Houkes pakt er het ‘hangmatdossier’ bij. Het dossier waarbij de rechtbank oordeelde dat letselschadevergoeding bij ongevallen thuis mogelijk blijkt. Volgens Houkes is het een van de vele zaken, die niet tot het gaatje gegaan zou zijn en heel anders aangepakt zou zijn als er niet een no cure, no pay- honorariumafspraak zou zijn gemaakt. "Men heeft vaak het idee: er komt een zaak, we gaan naar de rechter en het probleem is opgelost", zegt Houkes. "Maar dit vonnis bijvoorbeeld is van januari 2009, maar het ongeval dateert van 2005. Dat is vier jaar geleden. Die mevrouw heeft een hoge dwarslaesie en is arbeidsongeschikt. In die vier jaar is er onderhandeld, is er geprocedeerd en zijn er enorme kosten gemaakt. Die kosten gaan voor de baten uit. In een normale situatie van uurtje-factuurtje had die vrouw alles zelf moeten betalen. Nu is er hoger beroep aangetekend en gaat die zaak waarschijnlijk nog vier jaar duren. En vooral bij noviteiten is een rechtsbijstandassuradeur niet geneigd veel kosten te maken, omdat zo’n zaak voor het recht helemaal nieuw is. Dus wat ik betoog, is dat de rechtsvernieuwing en de toegang tot het recht door die no cure, no pay-afspraak in concreto zijn gewaarborgd."

 

  &nbspOok in gevallen als de aansprakelijkheid al helemaal vaststaat, vindt Houkes no cure, no pay geen overbodige luxe en als methode volledig verdedigbaar. "Maar belangrijker", zegt hij, "in het overgrote gedeelte van de zaken waarin een conflict ontstaat, betreft dat conflict niet de aansprakelijkheid, maar veeleer andere discussiepunten zoals causaliteit, schadeomvang, al dan niet toepassing schadebeperkingsplicht, looptijd, rekenrente of eindleeftijd. En ook al staat de aansprakelijkheid vast, dan staat daarmee nog niet vast dat alle kosten vergoed worden aangezien er bij acceptatie van de zaak nog heel veel risico’s bestaan met betrekking tot het ontstaan van conflicten. Indicatief is ook dat herverzekeraars werken met schadescenario’s. Ze weten wel dat aansprakelijkheid geen punt van discussie is, maar met betrekking tot de schadeomvang noteren ze, voor zover ik na kan gaan, minimaal drie scenario’s, waarbij dus de expert van verzekeraar de plicht heeft het goedkoopste scenario te realiseren."

 

Zembla

Zo’n jaar geleden is er een uitzending geweest van het actualiteitenprogramma Zembla waarin het no cure, no pay-systeem, aan de kaak werd gesteld. De kritiek was dat op no cure, no pay-basis letselschadeadvocaten alleen zaken aan zouden nemen die zeker geld opleveren, waardoor het slachtoffer een deel van zijn uitkering inlevert. Er werd een belangenbehartiger gevolgd in een Maserati, die op z’n zachts gezegd niet veel op had met zijn klanten. Houkes ontploft bijna als hij aan die uitzending herinnerd wordt. "Wij zijn verreweg de grootste, Bert Pals heeft no cure, no pay in Nederland geïntroduceerd. Wij waren de eerste, dan is het toch gek dat ze van zo’n programma niet even bij ons langskomen om na te vragen wat de ervaringen zijn. Jaap Smit, directeur van het bureau Slachtofferhulp, zegt niet tegen no cure, no pay te zijn, als het maar niet meer dan vijftien procent van de werkzaamheden behelst. Maar Smit zegt ook dat Pals als bureau heel goed bekend staat. Als het zo is dat er partijen zijn die misbruik maken van de situatie, dan wil dat niet zeggen dat alle partijen daar misbruik van maken. Zo is het niet."

 

  &nbspHoukes vindt het in ieder geval jammer dat in veel gevallen no cure, no pay als methode afgewezen wordt. "Door het bot af te wijzen valt het niet onder de tuchtregels. In die zin doet het meer kwaad dan goed. Door het af te wijzen sta je toe, dat anderen die het misschien niet zo nauw nemen, toetreden. Ik vind het jammer dat er geen algemene gedragsregels zijn waardoor iedereen op zijn kwaliteit beoordeeld kan worden. Maar misschien wil de Orde van Advocaten dat ook wel helemaal niet. Want het toestaan van no cure, no pay leidt tot een daadwerkelijke beoordeling op kwaliteit. En ik weet niet of de Orde wel wil dat er gewogen wordt en sommigen wellicht te licht bevonden worden?"

 

15.000 concurrenten

Houkes weet wel dat bijna alle rechtsgeleerden het er over eens zijn dat no cure, no pay een goede afspraak is. "Dat blijkt ook uit onderzoek en het appelleert aan de wensen van het publiek. De mensen komen naar ons toe. En we boeken resultaat. Uit cynisch oogpunt vind ik het eigenlijk prima dat no cure, no pay afgewezen wordt. Dat scheelt mij 15.000 advocaten als concurrent die allemaal uurtje-factuurtje blijven schrijven. Maar ik weet ook dat sommige zaken niet tot het gaatje waren gegaan zonder no cure, no pay. Want de kosten zijn fenomenaal. Desondanks is er heel wat rechtsvernieuwing door de Pals Groep gerealiseerd."

 

Assurantietussenpersoon

Onlangs startte Pals Groep een wervingscampagne onder assurantietussenpersonen door vergoedingen in het vooruitzicht te stellen bij het aanbrengen van dossiers. Binnen de kring van de georganiseerde letselschadebureaus ligt betaling zeer gevoelig. Dat bleek maart vorig jaar nog uit een brief van het branchebestuur van de sectie Personenschade van het Nivre, de overkoepelende organisatie van registerexperts. In die brief werd van de aangesloten bureaus verlangd dat zij er letterlijk voor zouden tekenen dat zij niet betalen voor letselschadedossiers. Wie met ‘ja’ zouden antwoorden of niet zou reageren, konden een royementsprocedure tegemoet zien. Die soep wordt niet zo heet gegeten als hij werd opgediend,want 13% tekende niet, zonder repercussies. Maar het Nivre vindt het nog wel steeds ‘ongewenst dat personen of instanties die niets met het schaderegelingproces zelf te maken hebben, gewin maken door het inkopen en of verkopen van letselschadedossiers’.

 

Meeliften op vertrouwen

Houkes heeft echter niet zoveel op met codes, gedragsregels, brancheorganisaties of keurmerken en neemt gewoon zichzelf als maatstaf. "Als een assurantietussenpersoon zich aanmeldt, dan gaan we met die tussenpersoon naar het slachtoffer, en dat zijn werkzaamheden die natuurlijk betaald moeten worden", aldus Houkes. Die vergoeding bedraagt 1% van de uiteindelijk gerealiseerde schadevergoeding als de zaak op no cure, no pay wordt aangenomen met een voorschot dat kan oplopen tot _ 300. Een vergoeding die niet bij de klant in rekening wordt gebracht en ten koste van de marge gaat die Pals behaalt op de behandeling van de zaak. "Wij liften mee op het vertrouwen van de klant in de assurantietussenpersoon", zegt Houkes. "En voor de klant is het ook handig dat ze iemand kunnen bellen. De tussenpersoon kan 80% van de vragen beantwoorden. Of het eigen risico gedekt is en waar de klant met een nota voor een aangepast bed heen kan, weet hij prima. Specifieke vragen aangaande de zaak heeft hij alleen niet paraat. Die geven wij als we ons verhaal gehouden hebben, dan is het voor de klant ook veel makkelijker om zijn tussenpersoon te bereiken."

 

  &nbsp"Tot zes jaar geleden was er echter een probleem met het in rekening brengen van de onkosten van de tussenpersoon, omdat het toen nog niet mocht door de Wet Assurantie Bemiddelings Bedrijf. Maar tegenwoordig als een tussenpersoon voor ons werkt dan betalen we ervoor. Niet omdat de tussenpersoon ons aan het hart gaat, maar dat contact is belangrijk; het is een vergoeding voor verrichtte werkzaamheden en een verbetering van de dienstverlening. En de schoenendoos met de polis, die gaat naar de tussenpersoon. We betalen dus niet voor het dossier, maar voor de hulp van de tussenpersoon. Ik zie daar niets verkeerds aan."

 

Winstmaximalisatie

"Wij betreuren het echter wanneer commercie het zou winnen van ethiek en integriteit"’, stelt het Nivre echter over die handelswijze. Maar kom bij Houkes niet aan met ethiek. "Wat ik niet ethisch vind, is dat de experts van het Nivre in 2007 geen uitsluitsel konden geven over een whiplashzaak die in 1994 begonnen is. Laten we elkaar geen mietje noemen. Wij handelen niet in leed, maar wel met leed. Mijn functie gaat niet om rechtvaardigheid. Mijn functie is het slachtoffer een zo hoog mogelijke schadevergoeding bezorgen, want des te meer geld, des te meer vrijheid. En de verzekeraar wil een zo laag mogelijke schadevergoeding, want die streeft naar winstmaximalisatie. Dat is het rollenspel en daar is niets mis mee. Wat uitgespeeld wordt binnen dat spel, is het niveau van of het gebrek aan deskundigheid."

 

  &nbspWaar Houkes zich sowieso aan ergert, is het dedain van de advocatuur richting zijn bureau. "Dat is zo Nederlands en zo totaal onterecht", verzucht hij. "Ik ben zelf veertien jaar advocaat geweest en weet dus dat mijn mensen meer verstand hebben van de letselschadepraktijk dan de gemiddelde advocaat."

 

Gedragscode

Als het overleg met een verzekeraar vastloopt, kan de nasleep een tweede ramp worden in het leven van het slachtoffer. Om dat te voorkomen is de Gedragscode Behandeling Letselschade ontwikkeld. Houkes is geen voorstander ven die gedragscode. "Verzekeraars zijn te veel betrokken geweest bij de inrichting van die gedragscode en er is te veel gedacht vanuit gelijkwaardigheid van partijen. Dat heeft tot gevolg dat er te weinig aandacht komt voor de concrete schade van het slachtoffer", vindt Houkes. "Als een klant van mij is aangereden, is hij dat voor de rest van zijn leven. De verzekeraar boekt het af op zijn herverzekeraar. De situatie van een verzekeraar is altijd ongelijk aan die van het slachtoffer. Als een verzekeraar water bij de wijn doet, voelt hij dat slechts in zijn portemonnee. Een slachtoffer merkt het in zijn existentie, bijvoorbeeld dat hij huishoudelijke hulp niet meer kan betalen. Niets is erger dan de confrontatie met leed van een familielid. Elk overleg tussen partijen gaat mank aan het idee dat het letsel centraal staat. Een kenmerk van overleg is ook dat het de groep die meedoet, zo groot mogelijk wil maken. En het bergt in zich dat de uitgangspunten worden verwaarloosd, omwille van het eruit te willen komen met elkaar, ten laste van het slachtoffer. En ik wil het alleen opgeven voor het slachtoffer op basis van argumenten of als er niet meer inzit. En niet omwille van het behoud van de goede vrede met partijen."

 

[[Kader]]

 

Jan Houkes (54) had net zijn rechtenstudie afgerond toen hij in 1984 bij de tennisvereniging Bert Pals ontmoette, die hem de kans bood om als jurist bij zijn expertisebureau te beginnen. Dat was op vrijdag 1 april. Bert Pals, een grootheid in het vak, maakte een notitie in zijn zelf geschreven proefschrift dat hij aan Houkes gaf: "Dit is of het begin van een glanzende carrière of een 1 aprilgrap". Sindsdien heeft Houkes nooit meer iets anders gedaan. In 1990 werd hij vennoot. In 1997 startte hij een advocatenkantoor dat de naam Houkes Advocaten kreeg, omdat de Orde van Advocaten niet wilde dat het Pals Advocaten genoemd zou worden. In 2004 kocht hij de drie overige vennoten uit en werd algemeen directeur van de Pals Groep. Op 1 april dit jaar zit hij 25 jaar in het vak.

 

in zijn tussenpersoon."

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.